Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/De kathedraal van Peterborough

‘De kathedraal van Peterborough’ door F.
Afkomstig uit Architectura, jrg. 5, nr. 6 (zaterdag 6 februari 1897), p. 33-34. Publiek domein.

[ 33 ]

ver­volg en slot van bladz. 28. DE KA­THE­DRAAL VAN PE­TER­BO­ROUGH.

De bekapping van dezelfde zaal, een evenbeeld van die te Westminster en ongeveer een eeuw later gebouwd, was onderschraagd door een centrale kolom. Deze werd nêergehaald en door een pearsonsche zuil vervangen.
Aan het kapittelhuis grensde een kloostergang uit de XIVe eeuw, waarvan de ingang, geheel overeenkomstig de toen heerschende denkbeelden mede in den stijl van dien tijd was gebouwd. Niets is meer hinderlijk in de school van pearson, dan de wetenschap, dat men in de verschillende tijdperken der gothiek, het werk niet heeft nagebootst uit een vroegere periode. Daarom weg met dien 14e eeuwschen ingang en daarvoor in de plaats een navolging uit de 13e eeuw, in overeenstemming met de architectuur van het kapittelhuis, zoo goed als dit tenminste in de 19e eeuw mogelijk was.
Nu de logica. Oorspronkelijk 13e eeuwsch werk moet in de 19e eeuw worden opgeruimd, doch op eene andere plaats moet eene navolging daarvan worden gemaakt om eene goede 14e eeuwsche constructie te vervangen.
De geheele kloostergang werd veroordeeld op denzelfden grond als nu den westgevel van Peterborough; de fundamenten waren slecht; daarom weg er mêe. In plaats er van verrees een vonkelnieuwe pearson-editie van dat inderdaad fraaie bouwwerk.
In de 15e eeuw was de noordzijde van dien kloostergang door de wandalen hand van een deken vernield en daar ter plaatse in ’t begin der 18e eeuw door wren een bibliotheek gebouwd[.]
pearson sprak hierover het doodvonnis uit, teneinde er ons een namaaksel uit de 14e eeuw voor in plaats te geven.
Toen dit plan tegenwerking ondervond, beloofde men een nieuw bibliotheek gebouw te stichten aan de overzijde van den weg, eene plaats die totaal ongeschikt was.
De Society of Antiquaries trok zich de zaak aan, de publieke opinie deed zich hooren en de deken met het kapittel moesten bezwijken voor den algemeenen drang. De bibliotheek bleef intact en de heer pearson kon zijn 14e eeuwsch ontwerp in portefeuille houden.
Bovengenoemde feiten leveren het overtuigend bewijs, dat van den heer pearson, afgescheiden van zijne groote gaven, als bouwmeester van moderne kerken, niet de kracht uitgaat, om oude gebouwen, die in verval zijn geraak op [ 34 ]goede archeologische gronden oordeelkundig te herstellen. Zijne fantasien spelen hem daarbij parten, die noodlottig worden voor het aan zijne zorgen toevertrouwde monument.
Het geval van peterborough is van hier uit moeielijk te beoordeelen en tegenover het afkeurig oordeel van de genoemde deskundigen staan ook de meeningen van tal van architecten van naam, die den geheelen afbraak noodzakelijk achten.
De vrees echter, dat onder de handen van den heer pearson de uitvoering van dat belangrijk werk niet zoo zal geschieden, als met het oog op de hooge kunstwaarde van het monument zeer gewenscht is, schijnt gerechtvaardigd te zijn.

middelburg. f.