Deductie van Vrancken

Corte verthooninge of Deductie van Vrancken (1587)

Deductie van Vrancken

Uitgegeven in Rotterdam door Matthijs Bastiaensz.

[ Titel ]

Corte verthooninge

van het Recht byden Ridderschap, Edelen, ende Steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tyden in den voorschreven Lande gebruyckt, tot behoudenisse vande vryheden, gerechticheden, Privilegien ende Loffelicke ghebruycken vanden selven Lande.



TOT ROTTERDAM.

By Matthijs Balkaenfz/Boeck-ver-
kooper woonende op't Stepgher.

[ 3 ]
Corte verthooningevan het Recht bij den Rid-
derschap, Eedelen ende Steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tijden inden voorschreven Lande gebruyckt, tot behoudenisse van de vrijheden, gerechtigheden, Privilegien ende Loffelijcke ghebruycken vanden selven Lande.

DE Ridderschap, Eedelen ende Steden van Hollandt ende Westvriesland representerende den Staten vanden selven Lande wel ende Rijpelijcken naar voorgaende communicatie, deliberatie en Rapport onder den Eedelen ende inde Vroetschappen vande Steden gehouden ende gedaen, op den tegenwoordigen staet deser Landen. Hebben volgende haeren Eedt ende plicht noodich geacht den wettigen staet der Landen van Hollant ende West-Vrieslant bij desen te openen, op vast betrouwen dat een yeghelyc die desen sal zien daer van sal oordeelen so onpartijdelijcke ende vreedsamelijkcken als den bedroefden staet deser Landen is vereyschende.

Het is kennelijc dat de Landen van Hollant met Westvrieslant ende Zeelant zijn tzedert den tijd van DJJJ Jaren herwaerts geregiert ende bericht geweest by Graven ende Gravinnen, den welcken Ridderschap, Eedelen en Steden Representerende de Staten vanden selven Lande de Heerschappije ende de Souverainiteyt der selver Landen wettelijck is opghedragen ende ghedefereert gheweest die oock met sulcke discretie ende matic[ 4 ]heydt hen ghedragen hebben in haere Regieringhe dat deselve noyt hebben disponeert van oorloge aen te nemen ofte Pays te maecken, schattinghe of contributien over den Landen te heffen ofte van eenige andere saecken den Staedt vanden Lande betreffende (hoewel deselve nochtans van goeden Raet vanden Eedelen ende Ingeborenen vande Lande Ordinarie waren hersien) sonder advijs ende consent vanden Eedelen en Steden vanden Lande die telcken daer op werden beschreven ende verghadert ende hebben boven de voorschreven Raedt d'Eedelen ende Steden vanden Lande t'allen tijden ende in alle saken ghegeven favorable audientie, volcomen gheloof ende goede Resolutie op alle tghene de selve, Immermeer hadden te verthonen den staet ende welvaren vanden Lande eenichsins betreffende.

T'welck als gheweest zijnde een gantsch wettighe Regieringhe, sozeer als oyt eenige andere is bevonden, Heeft voortghebracht vruchten die merckelijk ende sonderlinghe tot eere ende Reputatie vanden voorschreven Graven mitsgaders welvaert der voorschreven Lande ende van de inghesetenen der selver hebben ghestrect als boven alle anderen, dat de Graven van Hollant, Zeelant en Vrieslant op de heerschappije van so clyne begrijp sijn geweest bij alle Princen ende Potentaten van 't Christenrijck niet alleen in sonderlinghe respeckt, eere en Reputatie, als blijct bijde hooge alliantien van houwelijcken die sij hebben ghemaeckt bij na met alle de machtichste Coninghen ende Potentaten van Christenrijck, ende dat inden Jare Eijc. Elvij. Coninc Willem de Tweede van dien name is gecoren gheweest Roomsch Keiser. Maar ooc dat de selve bij na altijdt sijn gheweest victorieus over hare vijanden: de palen vande selve Landen seeckerlijck teghen alle hare Vijanden (hoe machtich die waeren) hebben beschermt: waer deur dese ive niet weynich sijn gherespecteert ende [ 5 ]ontzien geweest bij hare na-gebueren. Immers moegen wij mette waerheyt seggen dat den staet der Landen van Hollant ende Zeelandt binnen den tijt van acht hondert Jaren noyt metten swaerde en is geconquereert oft tonderghebrocht gheweest, noch bij uytheemsche, noch bij Inlantsche oorlooghen twelck wij niet en weten oft van eenighe andere rijcken (ten ware vande Republijcke van Veneghien) teghenwoordelijck souden moeghen worden geseyt, sonder dat men hier van eenighe andere Redenen soude connen geven, dan dat altijt goede eendracht liefde ende verstant is geweest tusschen den Princen ende Staten vanden selve Lande, dewijle doch den Princen (die bij hen selven geen macht en hadden) sonder den Eedelen ende Steden vanden Lande gantsch niet en vermochten als ordinare geen middelen hebbende dan het incommen van de Domeynen tot vervallinge vande costen haerder hofhoudinghe ende betalinghe vande ordinaris officiers.

Men bevindt ooc wat Authoriteydt den Staten vanden selven Lande hebben ghehadt omme den Princen (als sij deur quaden Raet ware tot nadeele vanden Lande misteet) te brenghen tot recht ende redelijcheydt, niet alleen met remonstrantien ende verzoecke maer ooc als hier op niet en werde behoorlijck verzien metter daet procederende, oock strenghelijck tot straffe vanden genen die der Princen authoriteyt hadden misleyt, mishandelt ofte onbehoorlijck misbruyckt ghelijck daer van d'exempelen zijn veele ende menichfuldich.

Oock mede bevint men claerlijck dat der Staten vande voorschreven Landen offitie is gheweest, den minderjaerighen Princen te voorzien van wettighe Voochden, Momboers ende Gardenobels ghelijc oock is gheschiet ae Grave Willem de Vijffte van dien name tot kranczinnigheyt ghecomen zijnde. [ 6 ]

Eyntelijck is buyten twijffele dat de administratie vande Souverainiteyt vande Landen t'allen tyden wettelijc is aenghenomen gheweest bijden Staten der selver, is wanneer deur aflijvicheyt, minder-jaericheyt, kranczinnicheyt, misverstant oft eenige andere inconvenienten de Landen verlaeten zijn geweest vande wettelijcke bedieninge der Princen die over sulcks diemaels een Hooft hebben ghekoren, die men voocht oft Ruwaert noemde, twelck oock noch sulcks in gheobserveert gheweest ten tijde vanden huyse van Bourgongnen als na t'overlijden van Herogen Caerle en Hertoginne Marie syn Dochter, ten welcken tijde Hertoghe Maximiliaen willende met gheweldt, contrarije innevueren tegen die authoriteyt vande Staten, den gheheelen staet vanden Lande bracht in 't uterste ghevaer ende perijckel, ende Keyser Caerle selve is gedurende syne minder-jaricheyt deur d'authoriteyt vanden staten verzien van Voochden ende t'lant van behoorlijcste Regierders die altijdt de Staten vanden Lande (hoewel in vele saecke de Vrijheyt gedurende de Heerschappij vanden huyse van Bourgongien zeer is vermindert) grootelijck heeft gherespecteert als lichtelijc bemerckende zijne staet deur geen ander middel versekert te konnen wesen heeft over sulcks zijnen Soone den Koninck van Spangien met verscheyden vermaninghen tot ghelijke Consideratie en discretie ghesocht te bewegen met expresse verclaringhe dat hij synen staet soude zien in perijckele soo haest als hij de Staten van desen Lande soude hebben in cleynachtinghe ghelijck hij oock metter daedt bevint, grootelijck tot zijne ende der Landen schade, zonder dat men den oorspronck der oorloghe ander oorsaeck zouden konnen geven (wat mede daer van discoureert) dan dat hij dese Landen met ghewelt van Spaensch ende ander uijtheemsch Crijsch-volc heeft willen dwingen te doen 't gene sij luyden Staets-ghewijse niet en hebben goed ghevonden in saecken betreffende den staet vanden Lande. [ 7 ]

Alle twelck hoewel wij zeecker achten ghenoech buyten dispute te wesen, hebben nochtans noodich bevonden hier te verhalen, overmidts vele persoonen hier van seer onseeckerlijck ende verscheijdelijck gevoelen de vergaderinge vanden Staten anders niet Respecterende, dan nadat hen goet dunckt de qualiteijt vande personen op de vergaderinghe comparerende te meriteren ende van alle saecken die aldaer worden gehandelt oordeelende in allen schijne of de voorschreven personen die uten Eedelen ende bij den Steden worden gedeputeert op de vergaderinghe vanden Staten, hen selven waren vraghende als zijnde de Staten ende over sulcks als hebbende de Souverainiteijt inde hoochste macht vanden Lande, naer haren welghevalle van alle saecken den staet vanden Lande betreffende waren disponerende, retournerende oversulcx alle de handelingen der selver tot haren perticuliere laste, haet ende nijt maer deghene die naerder inziet tgene voren verhaelt is, ende andere groote saken bijden Princen vanden Lande met hulpe vanden Staten te weghe bevrocht ende insonderheyt tgene tsedert den tijdt van vijftien Jaeren herwaerts inden Landen van Hollandt met Westvrieslant ende Zeelant is ghepasseert, can lichtelijck bemercken dat d'authoriteyt vanden Staten niet en bestaet int beleyt authoriteyt ofte macht van EEE of EL personen min ofte meer die op haer vergaderinghen zijn comparerende ende de Aghenten vanden Coninck van Spangien selfs die met dusdanighe argumenten teghen onse saecken altijdt hebben ghemineert ende ghesocht te brenghen in cleynachtinge d'authoriteyt vanden Staten, hebben metter daet nu wel bevonden hoe grootelijck sij in alzulcken opinie zijn gheabuseert ende misleydt gheweest.

Omme dan te ontdecken waeruyt de authoriteyt van den Staten is spruytende, soo staet te considereren dat de Princen die oyt wettelijcken hebben gheregiert niet alleen [ 8 ]hare regieringe met delatie, consent en believen vande Landsaten hebben begonnen, maaer oock sulcks vervolcht dat alle de leden vande lichamen daervan sij tot hooft sijn ghestelt sijn gebleven ongevioleert, onvercort ende onvermindert d'welck niet en heeft connen worden verhaelt (dewijle de Princen bij schalcke ende ambitieuse luyden Lichtelijck worden gecircumvenieert) ten ware de Lantsaten middel hadden om hen met goede ordre ende beleyt t'allen tijden tegen alle quade practijcken te opposeren ende de Prince vande behoudenisse haerder vrijheyt ende welvaren, uyten name van alle de leden, niet alleen t'allen tijden te vermanen, maer ooc om zo wanneer de selve hen tot tijrannije souden laten misleyden mette middelen van den Lande hen daer tegens t'opposeren. Tot desen eynde syn de Lantsaten vanden voorschreven Landen ghedeelt in tweederley Staten, te weten d'Edelen ende Steden.

D'edelen worden ghehouden voor een lidt ten opziene vande digniteydt haerder afcompsten die, sonder beroemen wel zulcke is ende soo out (alsmen in eenighe andere Landen soude vinden) ende vande Heerlijckheden die deselve binnen dese Landen zijn besittende van welcke heerlijcheden zij luyden meest al hebben ende ghebruycken hoghe middelen ende laghe jurisdictien, dewelcke op alle occurrentien met malcanderen delibereren op den Staedt vanden lande ende ter vergaderinge comparerende adviseren op alles neffens de Gedeputeerde vande Steden.

De Steden hebben meest al een form van regieringe, te weten een Collegie van Rade oft Vroetschappen, geconstitueert zijnde vande notabelste luten midde vande gantsche burgerie, dese sijn in sommige Steden van CL; In andere van EEEDJ, in andere van EEEJJ, EEDJJJ, EEJJJJ oft EE personen; ende zijn de Collegie vande selve so oudt als de Steden, ofte immers dat geen Memo[ 9 ]rie en is van haere beginsele, de personen eens vercoren zijnde, dienen haer leven oft Poorterschap lange gheduyrende in plaetse vanden genen die sterve, oft haer Poorterschappen verlaten, worden bij t'selve Collegie tot hare ghelieven gecoren andere personen uit t'middel der Burgeren, tot vervullinge van 't getal. Bij dese Collegien allene is de macht omme te adviseren, Resolveren en disponeren van alle saecken concernerende den staet vanden Lande en der Stede respective: Ende wat t'selve Collegie adviseert, resolveert ende disponeert, wert bij de gansche burgerie ghevolcht, daer teghen noyt eenighe inbreck oft oppositie vande burgheren is ghevallen.

Bij dese Collegien worden Jaerlijks ghecoren de ordinarise Magistraten, te weten vier, drie of twee Burgemeesters ende seven oft meer Schepenen, omme te dienen voor een Jaer. In sommige Steden gheschieden dese electien absolutelijck, inde sommighe bij nominatie van dobbel ghetal, daer uyt bijden Stathouder de verkiesinge van tghewoonlijck ghetal wert gedaen. Der Burghermeesters offitie is bevolen het ordinaris beleyt ende gebiet in alle politijcque saecken, so wel de adminisetratie van Stadsgoederen ende innecomen, als den welstant ende bewaringhe der Steden betreffende.

De Collegien vande Schepenen vaceren ordinarie tot d'administratie vande Justitie, soo in alle Criminele als Civile saecken, ende hebben ende exerceren alle hooghe middelen ende laghe Jurisdictien.

In dese Collegien van Magistraten worden absolutelijk bericht de Regieringhe der Steden van Hollant, Westvrieslant ende Zeelant, meest al ghenoech op eenen wet, sonder dat de Princen vanden Lande hen de regie[ 10 ]ringhe vande Steden eenichsins hebben onderwonden anders dan int stelle van eenen officier, die op heuren name de Justitie heeft gevordert. Dit is int corte de warachtighe gheleghentheyt vande Regieringhe der Steden van Hollandt ende Zeelant.

Waer uit goet te verstaen is dat dese Collegien vande Magistraten ende Raden vanden Steden ghevoecht bijde vergaderinge vanden Edelen, ontwijffeltjcken representeren den gantschen Staedt ende t'gheheele Lichaem vanden Landsaten ende en can niet bedacht werden eenighe forme van Regieringe die met sekerder kennisse van alle gheleghentheden vanden Lande soude connen Resolveren oft hare Resolutien met meerder eendracht, autoriteyt ofte gevolch soude connen executeren: over sulcx en is niet te verwondere dat den Staedt deser Landen is geweest onveranderlijc en so geduerig als eenich staet ter Werelt soude mogen wesen. Omme nu de Collegien vand den Edelen ende Stede te brengen in eene vergaderinge en can niet geschieden dan bij Gedeputeerde vande selve; Oversulx als omme eenige merckelijcke saken te beraetslagen, van noode is selve te vergaderen so worden die beschreven, met insertie vande principaelste poincten, die bijden Collegien in deliberatie gheleyt ende daer op geresolveert sijnde worden afghesonden, alsulcke ghecommitteerde als sij vertrouwen, en met alsulcke last ende Resolutie als sij bevinden ten dienste vanden Lande te behooren. D'edelen compareren in competenten getale, ende de Steden seynden een Burgemeester met eenige Raden, al tot sulcken getale als sij luyden goed vinden, na de Importantie vande saecken ende bovendien sijn de gecommitteerde geduerende t'oorloghe (overmits de mennichfuldicheyt vanden occurrentien) altijt generalyc gelast geweest, omme alle saecken de welvaert ende conservatie vanden staet vande Lande betreffende te adviseren ende Resolve[ 11 ]ren sulcks sijluyden ten meesten dienste vanden Lande bevinden te behooren ende besonder omme de rechten, vrijheden ende Previligien vanden Lande te maincteneren ende alle inbreucken te weren ende wederstaen, ende dese ghecommitteerde alsulcks bijden anderen vergaderende Representerende Staten vanden selve Lande niet dat syluyden in hare persoonen oftuit hare authoriteyt de Staten sijn, maer alleen uit crachte vande commissie van hare principalen, sonder datte presumeren staet dat yemant sich selven uit ambitie soude advancheren tot dese Commissien, want bovendien de natuere van desen Volcke een affkeer is hebbende van alsulcke ambitie ende Vyandt is van alle ambitieusen, soo en staet t'selve niet te presumeren in so vrije electie ende veel min dat yemant in dese teghenspoet, die Godt almachtich den Landen ghelieft te overseynden soude begerich wesen, omme die saecken vanden Lande te handelen daer niet dan swaericheyt is in te sien, niet dan Vijantschap ende misgunst vanden vijanden onser saecken (die ooc de gequalificeerste ende veele ghetrouwe personen met valsch aengehenen abuserende dicwils quade opinien van veele goede Dienaers vanden Lande hebben verwect) staet te verwachten sonder eenig profijt, oversulks heeft men het aennemen van de voerschreven Commissien moeten redigeren Inter munera necessaria, ende alle dieghenen die eenich beleyt deser Landen hebben gesien, connen getuyge wat swaericheden ende constrinctien sijn gevallen ende gebruyckt omme de gecommitteerde versochte ende ghebruyckte personen tot de opgelyde Lasten te bewillighen.

Ende sijnde selve ghecommiteerden gehouden wederkeerende hare principalen te doen van alles goet getrouw rapport.

Dit is 't fundament van de Regieringhe deser Landen van [ 12 ]Hollandt met Westvrieslandt ende Zeelandt, daer op den staet der selver Landen den tijt van vijf, ses, seven hondert Jaren ende soo langhe als de oudtste monumenten streckende sijn, heeft berust. Dit is oock (naest de hulpe van Godt almachtich) tgene dat de selve in dit gebaerlijck oorloch tegen so machtighen vijant heeft ghehouden in goede cloeckmoedicheyt ende eendracht, sulcks dat gheduyrende dese oorloge noyt Lidt vande voorschreven Landen anders dan met t uiterste gewelt van ons is gescheurt, noyt burgherije oproerich, noyt gemuytineerde soldaten inden Landen van Hollant oft Zeelant sijn bevonden, daer van wij, naest Gods machtige hant geen andere Redenen souden connen geven, dan dat in alles oprechtelijck, vrijmoedijck, Rijpelijck ende met open deuren is gehandelt, tot welcken eynde is gebuert dat veele vande cleyne Steden, oock die men van ouden tijden ter Vergaderinghe van de Staten niet en placht te beschrijve (immers alle degene die sulcks begeert hebben) inde vergaderinge van de Staten vrije sessie ende stemme is gegunt, opdat een yegelijck 't beleyt der gemene Landt-saecken kennelijck zijnde de lasten (die anders onverdraechlijck schijnen) met goetwillicheyt gedragen ende de eenigheyt onverbreeckelijck onderhouden soude werden, tot welcken eynde d'Eedele ende Steden oock vrij gestaen heeft met sulcken getale ende personen van het Lichaem vande Vroedtschappen wesende te compareren als hem goet dochte, behoudelijck de personen bij dz de Previlegien van den Lande niet en worden uitghesloten.

Ingevalle nu iemant soude connen bewijsen dat onder den Eedelen ofte onder den ghene die als ghedeputeerde van den Steden oyte verghaderinghe vande Staten sijn verschreven yemant yet soude ghehandelt hebben (des wij niet en weten) anders dan inder vreghen als voorschreven is ende in conformite van synen last ende commissie den [ 13 ]selven soude gehoude syn t'allen tijden daer van voor syne principalen te verantwoorden ende bij gebreecke van die strafbaer zijn als naer rechte ende de gene die ter goeder trouwen arbeyden om zulcks te openbaren, achten wij voor goede Liefhebbers des Vaderlands.

Maer de gene die de Staten van de Lande verachten, de ende beschempende hare actien calumnieren, abuseren, hun grootelijcx indien sy verstaen te doen te hebben mette personen vande Edelen ende gecommitteerde vande steden in haer perticulier inghevalle sy niet met eenen en bewijsen dat yemant vande selve yet sonder last soude hebben ghedaen oft syne commissie geexcedeert. Ende hoewel veele personen sulcks uit onwetenheyt en simpelheyt doende t'selfde niet oyt swaerste en wort afgenomen, so is nochtans seecker dat die gene die sulcx doen met goede kennisse en de wetenschap, zijn vijanden vanden staet ende Republijcke deser Landen, ende dat de zelve daermede niet anders connen voor hebben: dan te ondergraven de fundamenten vanden huyse omme tzelve te doen storten ende vervallen. So wel ten opziene van de Prince als van de gemeente. Want wat is de macht van een Prince sonder goede Correspondentie van syne ondersate. Wat correspondentie sal hy met hen houden, wat onderstant sal hij van hen trecken, indien hij hem daer toe laet brengen, dat hij partijschap aenneemt tegen de Staten, die de gemeenten Representeren, ofte om eygentlijcker te spreken, tegen zijn volck selver: Een anderen hoe can den staet vanden Lande bestaen indien het geschiede conde dat de gemeente so verre werde gebracht, deze de selve partijschap aennamen tegen de Staten, dat is, tegen de Edelene, Magistraten ende Vroedtschappen vanden Steden, die haer voorstanders ende wettelijcke Magistraten sijn, die tot voorstant vande gemeente, oock den ondanck vanden Prince ende Gouverneurs dickwils uit perticuliere moete dragen. [ 14 ]

Daeromme sullen alle redelijcke menschen claerlijck verstaen dat den gemeenen staet vanden Lande geen swaerder, schadelijcker noch dootlijcker vijanden souden moge hebben, dan den genen die sich souden formaliseren tegen den Staten vanden Lande int ghenerael. Maer sulcx en verstaen wij niet te wesen degene die soude connen bewijsen tegen iemanden particulierlijcken dat hij de commissie van zijnen principalen op de vergaderinghe vanden Staten comparerende soude hebbe geexcedeert als voorschreven is ofte oock anderzins hen souden hebben ontgaen.

Hieromme sal een yeghelijck ghelieven te verstaen dat die gene die verclaren de Souverainiteyt der Landen te wesen bijden Staten, sij niet en verstaen daer mede te spreecken van eenighe particuliere personen ofte gecommitteerde int particulier, maer van haere principalen, te weten die Eedelen ende steden vanden Lande die sij uyt carchte van hare Commissien Representeren t'welck verscheyden Princen ende Potentaten, ende oock haere Majesteyt van Engelant mette generale Staten tracterende, ende zijne Ex. de Commissie als Gouverneur ghenerael vanden selven ontfangende sulcks hebben verstaen ende hij niemanden ter Werldt ghecontroverteert mach werden.

Sonder dat wij connen geloven dat ymant meent met goet fundament anders als nu te cunnen sustineren ofte soude moeten volgen dat d'Edelen, Magistraten ende Vroetschappen vanden Steden nu niet de selve macht en hadden op de exercitie van de Souverainiteyt die de selve hebben gehad in voorleden tijden, als voren bewesen is, ende oock hadden in t tracteren met hare Majesteyt ende constitueren vant Gouvernement van syne Exc, oft anderzins soude moeten in controversie getrocken worden, [ 15 ]niet alleen de bestendichz vande tractaten met hare Majesteyt, Commisse ende Gouvernement van zijn Exc, maar alle tgene de Staten tzedert den tijt van vijftien Jaren tot hare deffentie hebben ghedaen, twelck alleen twerck is vander Landen Vijanden.

Mits allen twelcke wij klaerlijc ende genoechsaem achten bewesen te sijn hoe noodich de Authoriteydt vanden Staten dient geconserveert als wesende het fondament daer op den gemeenen stant vanden Lande is berustende, twelck zonder de ruïne vande ghemeene saecke niet en mach werden gekrenct, ende dat de Souverainiteyt vanden Lande is bij den Staten in alle saecken, niet min als die gheweest is, bij voorgaende Princen deser Landen.

Aldus gearresteert inden Hage, den rhi Julij, en is als noch gheresolveert, dat daer overleveringhe zal worden ghedaen. Ghedaen tot Haerlem den EDJ Octobris ED c Sevenentachtig. Onder stont geschreven: Ter Ordonnantie vanden Staten van Hollandt. Ondergheteyckent.

C. de Rechtere

Bronnen uit de Tachtigjarige Oorlog

Eedverbond der Edelen | Smeekschrift der Edelen | Willem van Oranje roept op tot verzet | Unie van Dordrecht | Pacificatie van Gent | Eerste Unie van Brussel | Tweede Unie van Brussel | Unie van Atrecht | Unie van Utrecht | Plakkaat van Verlatinghe | Ban tegen Willem van Oranje | Apologie of Verantwoording van Willem van Oranje | Wilhelmus (1581) | Vonnis van Balthasar Gerards | Deductie van Vrancken

  Willem van Oranje