Pagina:Verzameling van Nederlandse staatsregelingen (1798-1815).djvu/166

Deze pagina is gevalideerd

twee of meer Provinciën zouden mogen ontstaan, wanneer Hij dezelve in der minne niet kan bijleggen. (G. W. 148.)

70. [1] De Koning draagt aan de Staten-Generaal wetten voor, en doet zoodanige andere voorstellen, als Hij noodig oordeelt.

Hij heeft het regt om de voordragten, aan Hem door de Staten-Generaal gedaan, al of niet goed te keuren. (G. W. 105 v., 113.)


ZEVENDE AFDEELING.
Van den Raad van Staten en de ministeriele departementen.

71. [2] Er is een Raad van Staten.

De Koning benoemt deszelfs leden, ten getale van niet meer dan vier en twintig, zoo veel mogelijk uit de verschillende Provinciën van het Rijk. Hij ontslaat dezelve naar welgevallen.

De Koning zelve is voorzitter van den Raad ; zulks noodig oordeelende, stelt hij eenen Secretaris van Staat Vice-President aan. (G. W. 8, 46.49.)

(Volgens Wetsontwerp van 13 Junij 1840., Staatsbl. No. 29, de tweede aline van art. 71 aldus te veranderen : « De Koning benoemt dezelfs leden, ten getale van niet meer dan twaalf zoo veel mogelijk uit de verschillende Provincien van het Rijk. a Hij ontslaat dezelve naar welgevallen.")

72. [3] De Prins van Oranje is van regtswege lid van den Raad van State, en neemt zitting in denzelven wanneer zijn achttiende jaar vervuld is.

Het staat aan den Koning vrij de Prinsen van den Huize die tot meerderjarigheid gekomen zijn, zitting in den Raad van State te verleenen.

Het getal der gewone leden, ondergaat daardoor geene vermindering. (G. W. 48. 113.)

73. [4] De Koning brengt ter overweging bij den Raad van State alle voorstellen door Hem aan de Staten-Generaal te doen, of door dezen aan Hem gedaan, alsmede alle algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat en van deszelfs beztttingen in andere werelddeelen.

Aan het hoofd der uittevaardigen wetten en bevelen wordt melding gemaakt, dat de Raad van State deswegens gehoord is.

De Koning neemt wijders de gedachten van den Raad van State in, over alle zaken van algemeen of bijzonder belang waarin hij zulks noodig oordeelt.

De Koning alleen besluit, en geeft telkens van zijn genomen besluit, kennis aan den Raad.

74. [5] De Koning kan buitengewone Staatsraden benoemen zij genieten geen traktement. (G. W. 76.)

  1. G. 1814. a. 46.
  2. S. 1805. a. 44. G. 1814. a. 32.
  3. G.1814. a. 38.
  4. S. 1805. a. 45. C. 1806. a. 33. G. 1814. a.32.
  5. G. 1814. a.34.