Zendtijdbesluit

Auteur Nederlandse staat
Genre(s) Nederlandse wetgeving
Brontaal Nederlands
Datering 3 juli 1930
Bron De Nederlandsche Radio-wetgeving geschiedkundig ontwikkeld van mr. dr. A.A.M. Enserinck (1933)
Auteursrecht Publiek domein

Tekst van het Zendtijdbesluit dat op 15 mei 1930 door minister Reymer van waterstaat werd uitgevaardigd. Deze regeling was samen met het Radio-reglement 1930 en het Radio-contrôle-reglement 1930 de eerste wettelijke regeling voor de omroep in Nederland. De tekst is ontleend aan het proefschrift van mr. dr. A.A.M. Enserinck uit 1933 getiteld: De Nederlandsche Radio-wetgeving geschiedkundig ontwikkeld.


De Minister van Waterstaat,
   Gelet op artikel 3ter der Telegraaf- en Telefoonwet 1904 (Staatsblad no. 7), zooals deze laatstelijk is aangevuld en gewijzigd bij de wet van 12 Mei 1928 (Staatsblad no. 169), op het Radio-reglement 1930, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 9 Mei 1930 (Staatsblad no. 159), alsmede op de Ministerieele beschikkingen van 1 September 1926, no. 9, Afdeeling Posterijen en Telegrafie en van 18 April 1928, no. 7, Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie;
   Gezien het advies van den Radio-raad dd. 23 Maart 1930, no. 389, en de adviezen van Den Directeur-Generaal der Posterijen, Telegrafie en Telefonie dd. 17 April 1930, no. 4875 S en 30 April 1930, no. 131, Kabinet;

Heeft goedgevonden:

   Met betrekking tot de verdeeling van den voor den Radio-omroep beschikbaren zendtijd de volgende regelen vast te stellen:
   1. Deze beschikking verstaat onder:
   "de Minister", den Minister van Waterstaat,
   "de A.V.R.O.", de Algemeene Vereeniging "Radio Omroep",
   "de K.R.O.", de stichting Katholieke Radio Omroep,
   "de N.C.R.V.", de Nederlandsche Christelijke Radio Vereeniging,
   "de V.A.R.A.", de Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs,
   "de V.P.R.O.", de Vrijzinnig Protestantsche Radio Omroep.
   Voorts worden in deze beschikking de voor den radio-omroep beschikbare zendstations aangeduid met de namen Hilversum en Huizen.
   2. In afwachting van de totstandkoming van eene verbeterde zend- en antenne-apparatuur voor den Nederlandschen omroep, zal per kalenderkwartaal door de betrokken vereenigingen tusschen Hilversum en Huizen van station verwisseld worden.
   3. Op elken zender wordt per week één dag beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitzending van een algemeen programma, dat onderworpen is aan de goedkeuring van eene commissie, die door den Minister, den Radio-raad gehoord, wordt benoemd. Deze algemeene programma's, voor de uitzending waarvan op het station Hilversum de Maandag en op het station Huizen de Vrijdag wordt aangewezen, worden op eerstgenoemd station beurtelings verzorgd door de A.V.R.O. en de V.A.R.A. en op het station Huizen beurtelings door den K.R.O. en de N.C.R.V. Zoolang de betrokken vereenigingen deze programma's niet gezamenlijk verzorgen, worden de kosten daarvan gedragen door de vereeniging die het programma uitzendt.
   De aankondiging van deze programma's geschiedt met de woorden: "Nederlandsche omroep: algemeen programma".
   Indien de Minister of de betrokken omroep-organisatie het in bijzondere gevallen noodzakelijk acht, kan in een bepaalde week een andere dan de toegewezen dag voor het algemeen programma worden bestemd; de omroep-organisatie behoeft hiervoor de goedkeuring van den Minister, aan wien zij ten minste zeven dagen te voren haar verzoek doet toekomen. In dien de Minister de wijziging noodig acht, pleegt hij met de betrokken omroep-organisatie overleg. Gelijktijdige uitzending van het algemeen programma op de beide stations is evenwel niet toegelaten.
   4. Op feestdagen met betrekking op het Koninklijk Huis of deszelfs leden zal de verzorging van het programma den geheelen dag geschieden door de algemeene omroepvereenigingen welke aan de viering dier feestdagen wenschen mede te werken. In andere gevallen van nationale feestviering zal die verzorging geschieden als de Minister in overeenstemming acht met den aard van de viering.
   5. Indien de onder 4 genoemde feestdagen vallen op een dag, dat andere omroepvereenigingen de beschikking over de omroepstations geheel of gedeeltelijk zouden hebben gehad, verkrijgen deze omroepvereenigingen voor de haar afgestanen zendtijd op anderen dagen gelijkwaardigen zendtijd terug.
   6. Omtrent zgn. "Hoogtijdagen" voor de arbeidersbeweging, zooals b.v. den 1 Meidag, wordt tuschen de V.A.R.A. en de A.V.R.O. voor het in werking treden dezer beschikking eene regeling getroffen, die aan de goedkeuring van den Minister is onderworpen.
   7. De V.P.R.O. verkrijgt gelegenheid tot uitzenden op het station Hilversum, met dien verstande, dat zijne uitzending geschiedt:
   des Zondags, om den anderen Zondag, van 10 tot 12 uur en van 18 tot 20 uur;
   des Vrijdags van 20 tot 24 uur;
   den 2den Paasch-, Pinkster- en de beide Kerstdagen van 10 tot 12 uur;
   den Oudejaarsavond van 19 tot 21 uur.
   8. Voorzoover zij rechtspersoonlijkheid bezitten en overigens ten genoegen van den Minister, den Radio-raad gehoord, hebben aangetoond, dat zij in zoodanige mate gericht zijn op bevrediging van in het volk levende cultureele of godsdienstige behoeften, dat hare uitzendingen uit dien hoofde geacht kunnen worden van algemeen nut te zijn, zal voor de bijzondere omroepvereenigingen, waaronder de V.P.R.O. mede geacht wordt te behooren, zendtijd worden afgestaan tot een maximum van ongeveer 5% van den beschikbaren zendtijd, welk maximum zooveel mogelijk gelijkelijk over beide zenders wordt verdeeld.
   Overigens geldt als regel, dat de bijzondere omroepvereenigingen zendtijd verkrijgen ten laste van die algemeene omroepvereeniging, waaraan zij - zulks ter beoordeeling van den Minister, den Radio-raad gehoord, - het nauwste verwant zijn.
   De vaststelling van de tijdvakken waarop de bijzondere omroepen - behalve de V.P.R.O. - zullen uitzenden, zal zoo spoedig mogelijk, den Radio-raad gehoord, geschieden.
   9. Voor den politie-radio-omroep wordt op het Station Huizen elken dag ten hooogste tweemaal een half uur en tenminste tweemaal een kwartier zendtijd beschikbaar gesteld, terwijl op dit station mede gelegenheid moet worden gegeven tot uitzending van extra-politieberichten.
   De regeling omtrent de dagelijksche tijdvakken der uitzendingen wordt in gemeen overleg tusschen de betrokken omroep-organisaties en den politie-radio-omroep vastgesteld en aan de goedkeuring van den Minister onderworpen.
   Deze regeling is ook van kracht, indien dooor wisseling der stations bedoeld in punt 2, andere omroepvereenigingen dan de K.R.O. en de N.C.R.V. van het station Huizen gebruik maken.
   10. Met inachtneming van het vorenstaande wordt de overschietende zendtijd op het station Hilversum gelijkelijk verdeeld tusschen A.V.R.O. en V.A.R.A., met dien verstande, dat deze vereenigingen op dat station uitzenden volgens het onderstaande schema:

des Zondags, om den anderen, òf
8-10 V.A.R.A. 8-12 V.A.R.A.
10-12 V.P.R.O. 12-17 A.V.R.O.
12-17 A.V.R.O. 17-18 V.A.R.A.
17-20 V.A.R.A. 18-20 V.P.R.O
Maandag: Algemeen programma, beurtelings te verzorgen door A.V.R.O. en V.A.R.A.
Dinsdag: 8-24 A.V.R.O.
Woensdag: 8-24 V.A.R.A.
Donderdag: 8-24 A.V.R.O.
Vrijdag: 8-12- V.A.R.A.
12-16 A.V.R.O.
16-20 V.A.R.A.
20-24 V.P.R.O.
Zaterdag: 8-24 V.A.R.A.

   Op het station Huizen wordt de overschietende zendtijd gelijkelijk verdeeld tusschen K.R.O. en N.C.R.V., met dien verstande, dat deze vereenigingen op dat station uitzenden volgens het onderstaande schema:

Zondag: 8-12.15 Kerkdiensten, beurtelings K.R.O. en N.C.R.V.
12.15-17 K.R.O.
17-19.45 Kerkdiensten N.C.R.V.
19.45-24 K.R.O.
Maandag: 8-24 N.C.R.V.
Dinsdag: 8-24 K.R.O.
Woensdag: 8-24 N.C.R.V.
Donderdag: 8-10 K.R.O.
10-11 N.C.R.V.
11-14 K.R.O.
14-24 N.C.R.V.
Vrijdag: 8-24 Algemeen programma, beurtelings te verzorgen door K.R.O. en N.C.R.V.
Zaterdag: 8-24 K.R.O.

   Omtrent wijzigingen van de in dit punt bedoelde verdeeling, die de beginselen der regeling niet aantasten en waaromtrent tusschen de betrokken vereenigingen overeenstemming bestaat, beslist de Minister.
   11. In de gevallen waarin de voorgaande bepalingen niet in eene regeling voorzien, wordt deze door den Minister getroffen, zoo noodig den Radio-raad gehoord.
   12. De in deze beschikking bedoelde regeling, die voorloopig voor onbepaalden tijd zal gelden, treedt op een nader door den Minister vast te stellen datum in werking. Deze datum zal in geen geval later worden gesteld dan 1 Juli 1930.

's Gravenhage, 15 Mei 1930.
De Minister voornoemd,
w.g. P.J. Reijmer