Album der Natuur/1857/Amandel

De amandel in Spanje (1857) door Alexander Willem Michiel van Hasselt
'De amandel in Spanje,' werd gepubliceerd in Album der Natuur (zesde jaargang (1857)), pp. 319-320. Dit werk is in het publieke domein.
[ 319 ]
 

DE AMANDEL IN SPANJE.

 

 

De amandel, in Kastilië almendro geheeten, wordt zeer algemeen door geheel Spanje aangekweekt. Behalve in den bloeitijd is het geen schoone boom, daar zijne hoog opschietende, roedevormige takken, met niet zeer talrijke bladen, die op sommige soorten van wilgen gelijken, eene zeer opene kroon vormen. Wanneer hij daarentegen bloeit, ziet men een groot aantal witte of licht rozenroode bloemen de hoog opschietende, maar dan nog bladlooze takken, als met digte kransen overdekken. In de zuidelijke deelen van Spanje [ 320 ]bloeit hij reeds in December, maar anders het meest algemeen in dat rijk in Januarij. Bioeijende amandelboomen zijn een waar sieraad van het landschap in den winter, wanneer daar, even als bij ons, moerbeziën-, vijgen- en andere ooftboomen, blad- en bloemloos zijn. Maar fraaijer nog vertoont zich deze boom, als hij tusschen oranjeboomen staat, zoo als in Neder-Andalusiën dikwijls het geval is, dewijl dan ten tijde, dat de amandel bloeit, de oranjeboomen met hun donkergroen blad geheel en al met goudgele vruchten beladen zijn, hetwelk eene fraaije tegenstelling van kleuren geeft. De oogsttijd der amandelen valt in September. Nadat de vruchten met stokken van de boomen zijn afgeslagen, wordt vooreerst de steen ontdaan van het uitwendig, lederachtig, graauwachtig groen, viltig omhulsel, dat bij de rijpheid gewoonlijk van zelf openspringt even als bij de walnoten of groote noten. De steenschil, welke, vóór dat men den eigenlijken amandel eten kan, gekraakt wordt, is verschillend: in de meeste soorten hard en dik; maar in eene zoo dun en vezelachtig, dat zij gemakkelijk met den vinger wordt stuk gedrukt. Dit zijn de eigenlijke kraakamandelen. De amandelboomen worden in talrijke (volgens sommigen wel dertig) verscheidenheden in Spanje gekweekt; maar dit zijn alle zoete amandelen. De bittere (almendras amargas) komt van den wilden of verwilderden amandelboom, is weinig geacht en wordt bijna alleen tot het stoken van likeuren gebruikt. Het hout van den amandelboom is zeer hard en wordt gezegd tot waterwerken zeer geschikt te zijn. Van de vruchten zelve heeft jaarlijks een zeer aanzienlijke uitvoer uit Spanje plaats. Zie m. willkomm, Agronomische Zeitung 1853, p. 600–601.