Album der Natuur/1857/Vruchten bij Lima en Veragua

Vruchten, noordelijke en zuidelijke plantenvormen bij Lima en Veragua (1857) door Alexander Willem Michiel van Hasselt
'Vruchten, noordelijke en zuidelijke plantenvormen bij Lima en Veragua,' werd gepubliceerd in Album der Natuur (zesde jaargang (1857), pp. 95-96. Dit werk is in het publieke domein.
[ 95 ]
 

VRUCHTEN,
NOORDELIJKE EN ZUIDELIJKE PLANTENVORMEN;
BIJ LIMA EN VERAGUA.

 

 

Bij Calläo (nabij Lima) vindt men, onder de wilde zoowel als onder de gekweekte planten, eene zonderlinge vermenging van europeesche en tropische gewassen. De boomvruchten evenwel zijn meer alleen die, welke aan warmere luchtstreken eigen zijn, hoewel men ook appelen vindt, maar van minder aangenamen smaak dan de europeesche. Overigens heeft men er chirimoyas (Anona cherimolia miller), eene der uitnemendste vruchten van den ganschen aardbol, in smaak op aardbeziën gelijkende, en waarvan seemann in zijne Reisbeschrijving[1] (I, p. 182–183) het volgende zegt: "De ananas, mangostan en chirimoya worden voor de beste vruchten der wereld gehouden. Ik heb ze gegeten in de oorden, waar zij gerekend worden het voortreffelijkst te slagen: de ananas in Guayaquil (Zuid-Amerika), de mango in den Indischen Archipel, en de chirimoya in de afhellingen der Andes; maar, als ik kiezen moest, ik zoude de voorkeur aan de chirimoya geven, welker smaak dien van alle andere bekende vruchten overtreft."

Granadillas[2], cajuelis (Physalis pubescens L.), china'sappelen, bananen, druiven, vijgen, kweeën, ananassen, perziken en aguacate (Persea gratissima) eene peervormige vrucht, welke met een lepel gegeten wordt en daarom niet ten onregte planten-boter heet. (Seemann, t.a.pl. I, p. 144). Deze laatste vrucht heet ook wel avogado en is in onze West-Indische Koloniën onder den naam van advokaat bekend. [ 96 ]De bergen van West-Veragua (bij de landengte van Panama), zijn meer dan 2000 voeten hoog en bezitten eene vegetatie, die veel op die van het Mexikaansche hoogland gelijkt en waarbij de vormen uit gematigde en keerkringslanden broederlijk vereenigd voorkomen. Elzen en braambessen ziet men naast Fuchsiàs en Salvia's; de framboos groeit tusschen Lupinen en Ageratum's; eiken en palmen staan naast elkander (Seemann, t.a. pl. p. 266).

Bij Lima erlangt onze Heliantrope, die, gelijk de naam, Heliotropium peruvianum, het aanduidt, ook uit Peru oorspronkelijk is, eene buitengemeene volkomenheid. Als een 6 voeten hooge struik breidt hij zich naar alle zijden, met zijne overhangende geurige bloemen weelderig uit. Heerlijk prijkt hier ook de tuberoos (Polyanthes tuberosa)! De Peruanen kozen deze tot hunne lievelingsbloem. Zij noemen ze margarita olorosa. Men vindt ze menigmaal tot sieraad op de hoofden der dames, in de kerken en op schilderijen van Heiligen (Seemann, t.a. pl. p. 150).

 

 

  1. Reise um die Welt. Hannover 1853.
  2. De granadille of grenadile is eene soort van passiebloem en wel eene der allerprachtigste, de vierkantige (Passiflora quadrangularis L.), naar het vierkantige zijner takken zoo genoemd. Zij wordt veel in onze warme kassen aangekweekt.