Anoniem/XIe Internationaal Architectencongres

XIe Internationaal Architectencongres
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 30 augustus 1927
Titel XIe Internationaal Architectencongres. Te ’s-Gravenhage
Krant Algemeen Handelsblad
Jg, nr 100, 32508
Editie, pg Avondblad, Derde blad, 9
Opmerkingen Dirk Frederik Slothouwer vermeld als D.F. Slothouwer, Hendrik Petrus Berlage als Berlage, Karel de Bazel als De Bazel, Michel de Klerk als De Klerk, Jan Rudolph Slotmaker de Buine als Slotmaker de Buine, Pierre Cuypers als Cuypers, Joseph Cuypers als Jos. Cuypers, Henri Evers als Evers, Jan Kalf als J. Kalf, Samuel de Clercq als De Clercq
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

XIe INTERNATIONAAL ARCHITECTENCONGRES.


Te ’s-Gravenhage.


      In de Ridderzaal hier te stede is gistermiddag het XIe Internationale Architectencongres geopend. Aan het congres nemen een 300-tal personen uit 22 verschillende landen deel.


Rede prof. Slothouwer.


      Prof. dr. ir. D. F. Slothouwer, hoogleeraar te Delft, die tot voorzitter van het congres is aangewezen, merkte op, dat dit het eerste internationale architectencongres is, dat in Nederland wordt gehouden, en sprak de erkentelijkheid van de Nederl. architecten uit voor de tegenwoordigheid van zoovele eminente personen. Ook dankte spr. den Prins, die het beschermheerschap van het congres op zich had willen nemen. Ondanks den grooten eenvoud, die de zittingen van het congres zou kenmerken, twijfelde de heer Slothouwer er allerminst aan, of de arbeid van het congres zou zijn vruchten afwerpen door de ernstige uitwisseling van denkbeelden en inzichten tusschen de collega’s der verschillende landen. Een 22-tal is op dit congres vertegenwoordigd.
      Spr. zou, als de tijd niet zoo beperkt was, door de geschiedenis geïnspireerd, al de nauwe verwantschappen kunnen aanwijzen, die met betrekking tot de bouwkunst bestaan hebben gedurende eeuwen tusschen de meeste andere landen en het onze. Niet alleen heeft onze aardrijkskundige ligging ons doen begrijpen, dat het noodzakelijk was, over onze grenzen te kijken en onze oogen te openen voor de ons omringende schoonheid, maar wij durven ook zeggen, dat in het „land van Rembrandt” zelf het verlangen naar het schoone nog levendig is. Het markante punt in de geschiedenis van onze bouwkunst is vooral dat wij, Hollanders, geen voorkeur vertoonden voor de één of andere natie en dat wij door de eeuwen heen een artistieke verwantschap aan den dag ;egden met de meeste landen, die in de kunsthistorie een vooraanstaande rol gespeeld hebben. Na de middeleeuwen, toen onze architectuur gedurende het tijdperk der renaissance haar nationaal karakter verkreeg, denken wij in de eerste plaats aan Italië, waar de wieg stond van die groote beweging. Wij zijn voortdurend aan het zoeken en bestudeeren de resultaten, die ons toonen, hoe onze architecten en onze beeldhouwers hun inspiratie in Italië zijn gaan zoeken.
      Als wij willen zien het profijt, dat de Nederlandsche architecten uit die inspiratie getrokken hebben, behoeven wij slechts te wijzen op de monumenten in de noordelijke landen en speciaal Denemarken en Zweden, met welke landen wij zoo nauw hebben samengewerkt. Hetzelfde kan van Noord- en Oost-Duitschland worden gezegd, waar tal van gebouwen herinneren aan de onze. Spr. wees voorts op de banden tusschen ons land en Engeland en Frankrijk in de 17e en 18e eeuw en wees erop, dat vele andere betrekkingen, zooals die met Spanje, weinig bestudeerd bleven.
      In den loop der excursies zouden den congressisten proeven van onze bouwkunst der laatste 25 jaren worden getoond, proeven waaraan namen verbonden zijn als van Berlage, wijlen De Bazel en De Klerk. Spr. hoopte, dat men de noodige critiek ten beste zou geven, welke zij noodig hebben.
      De architectuur, moeder van alle kunsten, neemt in onze maatschappij nog niet de plaats in, welke zij verdient, krachtens haar illustre geboorte. Dit moet anders worden en daartoe kan de internationale samenwerking meewerken. De poging, in die richting gedaan door de vereeniging van architecten der groote landen van Europa en Amerika, vervullen met dankbaarheid.
      Spr. verzocht hierna den minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, het congres te openen.


Rede minister Slotemaker de Bruine.


      Minister Slotemaker de Bruine hield hierop in de Fransche taal de openingsrede. Hij gaf daarin om te beginnen te kennen, dat zijn ambtgenoot van O. K. en W., die het woord zou voeren, door ongesteldheid hierin verhinderd was, zoodat hij gaarne die taak op zich had genomen. Hij zeide dat Nederland en de Nederlandsche regeering zich gelukkig achtten, dat er zoovelen gevolg hadden gegeven aan de uitnoodiging hier bijeen te komen. Vervolgens wees hij op het historisch karakter der plaats van bijeenkomst, het gebouw, dat eenmaal een Roomsch Koning tot verblijfplaats diende, dat de schitterrenste maaltijden der Gulden-vlies-ridders binnen zijne muren zag aangericht en in het begin der vorige eeuw, na reeds tot loterijzaal te zijn misbruikt, tot een oefenplaats der soldaten verlaagd werd. En toen het dientengevolge in een toestand van schromelijke verwaarloozing was gekomen, zoodat ten slotte ingrijpen dringend noodzakelijk werd, heeft men in het jaar 1869 zich niet ontzien, de toen nog aanwezige middeleeuwsche open bekapping weg te nemen en – den smaak van dien tijd volgend – deze te vervangen door een gietijzeren kap, door zuilen van hetzelfde materiaal gedragen. Gelukkig gaf hetzelfde gebouw ook aanleiding om over blijder dingen te spreken en te constateeren, dat na deze periode van verval een verheugende kentering intrad. Aan dr. Cuypers, dien menigeen der congresbezoekers zich nog zou herinneren, uit den tijd toen hij als gedelegeerde van de regeering de congressen bezocht, is het vooral te danken geweest, dat de aan het gebouw begane fout is hersteld. Zijn verdiensten lagen trouwens niet enkel op het gebied der restauratie van historische monumenten, zooals blijkt uit zijn scheppingen. En hij bracht na een tijd van verwording weer vastheid en weloverwogenheid in onze bouwkunst, voorbereidend de komst van een Berlage en vele andere bouwmeesters. Onverschilligheid voor de bouwkunst heeft plaats gemaakt voor belangstelling; volk en bouwkunst zijn althans bezig elkander weer te naderen.
      Het Nederlandsche Gouvernement – aldus eindigende de minister – heeft steeds met oprechte belangstelling den arbeid uwer congressen gevolgd en beseft ook de groote beteekenis van de problemen, aan welker oplossing gij u thans gaat wijden. Moge op uw werk Gods zegen rusten. Intusschen lijkt het mij toe, dat de grootste beteekenis van een internationaal congres mede hierin gelegen is, dat het mannen en vrouwen uit alle oorden der wereld bijeenbrengt, dat het leidt tot het besef, dat wij bij de verschillen die mogen bestaan, ten slotte broeders en zusters zijn, leden van het eene groote gezin der menschheid, hetwelk behoort te leven in één enkele woning! Moge het u, bouwmeesters uit alle oorden der wereld, gegeven zijn, in deze week van gemeenschappelijken arbeid eenige steenen aan te dragen voor het optrekken van dat schoone gebouw, welks lijnen ons in onze beste oogenblikken soms voor den geest staan.
      Met dezen wensch verklaar ik dit congres voor geopend.


Verschillende sprekers.


      Na de rede van den minister, brachten achtereenvolgens de heer Duffek, gezant van Oostenrijk, en de afgevaardigden van België, Denemarken, Hongarije, Finland, Italië, Portugal, Roemenië, Zweden en Tsjecho-Slowakije en van de steden Warschau en Boedapest hun beste wenschen voor het welslagen van het congres over.
      De heer Poupinel, honorair secretaris, huldigde de nagedachtenis van dr. Cuypers.


Bestuurvergadering.


      In een gistermorgen in de Lairessezaal gehouden vergadering van het permanente congresbestuur onder voorzitterschap van den Italiaanschen architect Moretti, is benoemd, in de plaats van den aftredenden voorzitter van het comité Girault, de architect ir. Jos. Cuypers. Het secrtariaat zal worden verplaatst van Parijs naar Brussel, terwijl de heer Poupinel honorair secretaris wordt.
      Tot voorzitter van het XIe Internationale Architectencongres, dat heden aanvangt, werd benoemd prof. dr. ir. D. F. Slothouwer B. I., tot vice-voorzitter, ir. Jos. Cuypers en tot secretaris de heer Jan Wils.
      Nieuwe secties van eenige landen werden geïnstalleerd, terwijl de vroegere secties der centrale mogendheden, die in 1914 van het lidmaatschap werden geschrapt, werden hersteld en aangevuld.


Internationale prijsvragen.


      In de gisternamiddag is vier uur in de Rolzaal gehouden werkzitting van het Nationale Architectencongres was aan de orde de bespreking van het onderwerp: „Internationale prijsvragen voor architecten”. Voorzitter dezer zitting was de heer Jan Wils.
      De heer G. Hendrickx (Brussel) las in deze zitting een schrijven voor, dat de Société Centrale d’architecture de Belgique met betrekking tot de prijsvraag voor een gebouw voor den Volkenbond heeft gericht tot het secretariaat-generaal van dien bond en waarin wordt geprotesteerd tegen de wijze waarop die prijsvraag door de jury is behandeld. Met name heeft het groote teleurstelling gewekt, dat de jury geen enkele van de 377 ingekomen ontwerpen voor uitvoering geschikt heeft geacht, welke teleurstelling nog aanmerkelijk is vergroot, nadat men in de gelegenheid was geweest te Genève de ingekomen ontwerpen te bezichtigen.
      De heer Johnson (Amerika) achtte het congres niet comptetent om ten deze een beslissing te nemen. Hij deelde overigens de tegen de Volkenbondsprijsvraag ingebrachte bezwaren.
      Verschillende buitenlandsche afgevaardigden deden mededeelingen over de in hun landen in de architectenwereld geldende meeningen omtrent internationale prijsvragen in het algemeen.
      Ir. Jos. Cuypers gaf een uiteenzetting van het Nederlandsch standpunt, dat hierop neerkomt:
      De algemeene beginselen, in de „Recommandations” neergelegd, moeten, nadat daarin de noodige wijzigingen zijn aangebracht, bindend worden verklaard voor de leden der organisaties, die de regelen aanvaarden, zoodat het hun niet geoorloofd is, zich met prijsvragen in te laten, waarbij deze regelen niet in acht zijn genomen.
      Er moet een college worden ingesteld, dat in het algemeen de naleving der regelen controleert en in het bijzonder de programma’s aan de Regelen toetst en in hoogste instantie uitspraak over de juistheid daarvan doet.
      Dit college kan voor de architectuur-prijsvragen het Comité Permanent des Architects zijn.
      Het is gewenscht, dat er een gemeenschappelijke regeling in het leven worde geroepen voor alle internationale prijsvragen op het gebied der beeldende kunsten en dat de Nederlandsche commissie, die dit punt in studie heeft, wordt uitgenoodigd voorstellen voor een dergelijke regeling te formuleeren in overleg met alle organisaties die daarvoor in aanmerking komen.
      Aan het einde der zitting diende de heer Hendrickx namens de Belgische delegatie een motie in, houdende afkeuring van de wijze, waarop de Volkenbondsprijsvraag is behandeld.
      Deze motie zal a.s. Donderdag aan de orde komen.
      Des avonds zeven uur vereenigden de congressisten zich aan een gemeenschappelijken maaltijd in „De Twee Steden” op het Buitenhof, waarna te negen uur de regeering in de Ridderzaal de congressisten ontving.


Ontvangst door de regeering.


      De regeering heeft gisteravond 9 uur in de Ridderzaal, die voor deze gelegenheid fraai met palmengroen was versierd, de deelnemers aan het elfde int. architectencongres en verdere genoodigden ontvangen.
      Tot de genoodigden behoorden de gezanten van Frankrijk, Oostenrijk en Spanje, de zaakgelastigden van België, Duitschland, Hongarije en Tsjecho-Slowakije, de vice-president van den Raad van State mr. dr. W. F. v. Leeuwen, baron v. Lynden, chef van den Rijksgebouwendienst, als vertegenwoordiger van minister De Geer, jhr. mr. Feith, secretaris-generaal Dept. van Onderwijs, de burgemeester van Rotterdam mr. dr. Wytema, de heer Quant, wethouder van ’s-Gravenhage, de rector magnificus der Technische Hoogeschool, prof. Jansen van Raay, verscheidene hoogleeraren van de afd. Bouwkunde van de T. H. en de oud-hoogleeraar der school prof. Evers, dr. J. Kalf, directeur van het Rijksbureau v. d. Monumentenzorg, ir. Lely, directeur van Gemeentewerken, mr. J. F. v. Royen, voorzitter der Vereen. Ambachts- en Nijverheidskunst, P. G. Buskens, voorzitter der Mij. tot Bev. der Bouwkunst, S. de Clercq, oud-voorzitter dier Mij., Albert Vogel, voorzitter van den Haagschen Kunstkring, vertegenwoordigers der buitenlandsche persvereeniging, van den Ned. Journalistenkring e.a.
      Prof. Slotemaker de Bruine, minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, sprak namens zijn ambtgenooten van Onderwijs, K. en W. en van Financiën een welkomstwoord tot de genoodigden. De bouwkunst, zijnde de kunst van de staat – aldus spr. – is wel als wenig andere zoo onderworpen aan de critiek van het publiek. In de oogen van den vakman zal het dikwijls voorkomen, dat deze critiek een ketterij of een beminnelijke domheid wordt genoemd. Spr. achtte zich gelukkig, dat hij geenszins de bedoeling kon hebben, over de bouwkunst hier te discuteeren. Verder herinnerde hij eraan, dat hij dezen middag gezegd had, dat het groote gewicht van een internationaal congres is, bij te dragen tot de vereeniging van de leden der groote familie: de menschheid. Nogmaals heette hij de genoodigden welkom, waarna prof. Slothouwer een dankwoord sprak.
      Deze ontvangst – aldus spr. – op het historische Binnenhof, een der monumenten in het hart van Den Haag, ja in het hart van Nederland, heeft op de genoodigden ongetwijfeld een grootschen indruk gemaakt. Spr. verzocht den minister de gevoelens van hulde van het congres te willen overbrangen aan de Koningin, die thans op haar terugreis is uit het buitenland.