Architectura/Jaargang 29/Nummer 3/Concept notulen der 57e Algemeene Vergadering van het genootschap

Concept notulen der 57e Algemeene Vergadering van het genootschap, gehouden op 19 December 1924, Heerengracht 545-549
Auteur(s) J.B.
Datum 17 januari 1925
Titel ‘Concept notulen der 57e Algemeene Vergadering van het genootschap, gehouden op 19 December 1924, Heerengracht 545-549’
Tijdschrift Architectura
Jg, nr, pg 29, [3], 35-36
Opmerkingen Johannes Martinus van Hardeveld vermeld als Van Hardeveld, Hendrik Petrus Berlage als H.P. Berlage, Erich Mendelsohn als Mendelsohn, Jacobus Johannes Pieter Oud als Oud, Henry Van de Velde als Van de Velde, Henri Cornelis Verkruysen als Verkruysen, Cornelis Jonke Blaauw als Blaauw, Willem Kromhout als Kromhout, Mathieu Lauweriks als Lauweriks, Jan Frederik Staal als Staal, Hendrik Wijdeveld als Wijdeveld, Adolf Behne als Behne
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron [1] en [2]
Auteursrecht Publiek domein

[35]

CONCEPT NOTULEN DER 57Ee ALGEMEENE VERGADERING VAN HET GENOOTSCHAP, GEHOUDEN OP 19 DECEMBER 1924, HEERENGRACHT 545—549.

De Notulen der vorige ledenvergadering, afgedrukt in No. 25 28e jaargang van Architectura, worden zonder verandering goedgekeurd. De Verslagen van 1en Secretaris, Redactie Wendingen, Redactie Architectura en Commissie van Verificatie worden voorgelezen, de begrooting over 1924 in details behandeld en toegelicht.
De heer van Hardeveld zegt, dat de post voor lezingen hooger had moeten zijn; spreker meent, dat juist de lezingen het lidmaatschap van het Genootschap zoo aantrekkelijk maken. De Voorzitter merkt op, dat begrootingsposten voor lezingen wel altijd laag zijn, maar dat er b.v. in dit verslagjaar toch een aantal zeer belangrijke lezingen geweest zijn. Spreker memoreert lezingen van de heeren: Bos, Berlage, Roland Holst, Mendelsohn, Oud, Van de Velde en Verkruysen. De Redacteur van Wendingen wijst op de beknoptheid van zijn verslag, wat geenszins in verhouding staat tot den arbeid die er dit jaar verricht is. Integendeel heeft de uitgave van Wendingen dit jaar zeer veel zorgen gekost, en waren er tientallen vergaderingen noodig om uit de moeilijkheden te geraken, die de financieele positie van den vorigen uitgever met zich bracht. Gelukkig behooren die dingen thans tot het verleden en achtte spreker het overbodig, daar het Genootschap er zonder kleerscheuren is afgekomen, de vergadering met onprettige details te vermoeien. Verschillende leden maken bezwaar tegen het verslag van de Redactie van Architectura, daar dit op de zaak vooruit loopt. De Redactie-Secretaris zegt een minder voorbarig verslag toe.
Bij punt g. van de agenda: verkiezingen van een lid in het Bestuur, wordt de heer J. Boterenbrood met 20 van de 24 uitgebrachte geldige stemmen herkozen.
Bij punt h. van de agenda, verkiezing van een Voorzitter uit het voltallig Bestuur, wordt de heer C. J. Blaauw met 19 van de 24 uitgebrachte geldige stemmen tot Voorzitter gekozen.
De vergadering besluit bij acclamatie en onder applaus een telegram van gelukwenschen aan Dr. H. P. Berlage te zenden wegens diens promotie tot Dr. in de Technische Wetenschappen aan de Technische Hoogeschool te Delft.
Punt i. van de agenda: Mededeelingen betreffende den Nieuwen Jaargang van Architectura. De Voorzitter bespreekt de voorgenomen fusie met het Bouwkundig Weekblad, verworpen in Algemeene Vergadering der B. N. A. te Rotterdam, welke vergadering zich uitsprak voor een vakvereenigingsblad. Spreker licht toe hoe A. et A. door deze verwerping zeer in het nadeel kwam, daar de fusie zakelijk gebaseerd was op het bestaande Bouwkundig Weekblad. Hierdoor was voor den B. N. A. de aftocht gedekt, maar moest A. et A. opnieuw beginnen. De onderhandelingen met andere uitgevers werden niet makkelijker gemaakt door de geruchten van een fusie.
Een andere moeilijkheid was, dat de Uitgevers als redelijke eisch moesten stellen reeds bij het begin der onderhandelingen te weten met welke commissie het Weekblad geredigeerd zou worden en wie er aan mee zouden werken. Het laatste was geen bezwaar, het eerst wel, daar verkiezing van Redactieleden van een ledenvergadering uit moet gaan. Tenslotte heeft het Bestuur onderhandeld met de Uitgeverij van den heer C. A. Mees te Santpoort (thans ook Uitgeefster van Wendingen) en heeft het Bestuur, in de noodzakelijkheid verkeerende een voorloopige Redactie samen te stellen, daarvoor aangezocht en daartoe bereid gevonden de heeren: Blaauw, Kromhout, Lauweriks, Luthmann, Staal, Verkruysen en Wijdeveld en als vaste Medewerkers de heeren: Dr. Behne, Bruin, Dudok Kloppers, Lion Cachet, Mendelsohn, Dr. Pit, Prof. Roland Holst, B. Roorda, Mr. van Rooyen, Dr. Schoenmaekers en Dr. Carl With.
Het Secretariaat van een dergelijke commissie is uiterst belangrijk; artistiek en literair inzicht, parate kennis en activiteit moesten als noodzakelijken eisch aan den toekomstigen leider gesteld worden. De heer Verkruysen werd bereid gevonden het Secretariaat op zich te nemen, waarmee het Genootschap ongetwijfeld geluk gewenscht mag worden. Het niet afgevaardigd lid zijn van den heer V. kan hier buiten beschouwing blijven, daar het, zonder iets af te dingen op de waarde van het Afgev. lidmaatschap toch erkend moet worden, dat het er niet op berekend is een categorie te bereiken als thans met den heer Verkruysen mogelijk is.
Spreker gaat daarna over tot den zakelijken kant van de uitgave. De Uitgeverij van den heer C. A. Mees heeft zich bereid verklaard het weekblad uit te geven tegen een subsidie van ƒ 4.00 per lid. Tegenover deze uitgave staat de mogelijkheid van inkomsten ad 25 % uit de winst, op een nader overeen te komen wijze te verrekenen. Wanneer de vergadering er mee accoord gaat, zal er een blad verschijnen, in het algemeen groot 8 pag. met 1½ pag. cliché’s, een blad dat ook voor het nemen van abonnementen van waarde is.
Er is natuurlijk niets waar de Redactie vuriger naar verlangt dan naar een groote belangstelling en medewerking van de leden; toch meent zij, dat het blad ook in breeder kringen belangstelling moet wekken als een algemeen architectonisch en cultureel blad. Het moet een onafhankelijk blad zijn tegenover commercieele en naast vakbladen, alle richtingen op het gebied der architectuur en verwante kunsten moeten er zich in kunnen uiten. De verhouding tot Wendingen zal zijn, dat, zooals Wendingen het beeld in de eerste plaats tot zijn recht doet komen, Architectura

35


[36]

dit voor het woord zal moeten doen. De financieele constellatie van Architectura is niet gunstig. Door ons blad van lieverlede beter te maken zal ook daar verbetering in komen; om hiertoe des te spoediger te geraken roept de Redactie dan ook uw aller medewerking in.
Hierna werd achtereenvolgens de discussie geopend over het blad op zich zelf en daarna over de voorgestelde Redactie. De heer Bot verzocht de mogelijkheid te willen overwegen de cliché’s van Wendingen ook voor Architectura te gebruiken of omgekeerd.
De heer van Hardeveld vindt het plan vrij gevaarlijk, spreker wil uitstel, ieder moet er nog eens goed over denken en het van alle kanten bekijken, ieder moet er zijn meening nog eens over kunnen zeggen. De Voorzitter wijst op besluiten van vorige vergaderingen, rond gezonden mededeelingen, notulen van vergaderingen, waardoor de leden alle mogelijke inlichtingen zijn geworden. Het ligt buiten de historische lijn er nu op terug te komen. Niettemin meent spreker de vraag te moeten stellen wie met den heer v. H. meegaat. Niemand meldt zich aan.
De heer v. H. meent, dat er thans geen behoefte meer bestaat aan een blad als Architectura. De Voorzitter oefent kritiek uit op de vaagheid van deze bewering en vraagt de heer v. H. zich te willen preciseeren. Het is van het Genootschap moeilijk te verwachten, dat het zich in de armen werpt van commercieele periodieken; het betreft hier een moreele basis, waartoe het Genootschap zelf een weg zal moeten vinden en die banen ook. Applaus.
De heer van Hardeveld hoopt er het beste van en wenscht het Genootschap van harte succes. De heer Staal wenscht meer cijfers te hooren, ook wat honoraria aangaat.
De Voorzitter merkt op, dat er natuurlijk administratieve kosten zijn, die bestreden moeten worden. Het honorarium zal ongeveer ƒ 4.50 per pagina kunnen bedragen. Veel is dit niet. Is spreker echter goed ingelicht, dan wordt de meest gedegen letterkundige arbeid gewoonlijk minder, zelden beter gehonoreerd. Hier tegenover staat, dat de bouwkundige bladen thans een tijd doormaken van hoog-conjunctuur. Er zijn weekbladen, die 6 à 7 maal zoo veel aan hun medewerkers ten koste leggen als Architectura; het is zeer de vraag, ten eerste of dit die bladen werkelijk zoo veel beter zal maken, ten tweede of het voor de bouwkunst en verwante kunsten gewenscht is op die manier schrijverij aan te kweeken; zooals het thans geregeld is, zal Architectura met een behoorlijk honorarium het budget niet behoeven te overschrijden. De heer Staal meent: „je moet juist wel het bedrag durven overschrijden als dat noodig blijkt.” De heer Eibink vraagt wat het blad thans kost. De Voorzitter merkt op, dat dit, op eenige administratieve kosten na, geen lasten voor het Genootschap mee brengt.
De Vergadering verklaart zich bij acclamatie en onder applaus accoord met de getroffen regelingen. De Voorzitter vraagt de vergadering naast de Voorgestelde Redactieleden eigen candidaten te stellen, de vergadering wil zich bij acclamatie uitspreken vóór het bestuursvoorstel, de Voorzitter geeft er, daat het hier personen betreft, de voorkeur aan, tot stemmen over te gaan.
Met 25 stemmen voor en 1 blanco wordt het bestuursvoorstel onveranderd aangenomen.
Na ballotage worden als lid aangenomen de heeren Hulsteyn en Stegeman, en heet de Voorzitter de in vorige vergadering aangenomen leden hartelijk welkom.
De heer Lammers informeert naar het aantal leden, dat het Genootschap sinds de laatste contributieverhooging achteruitgegaan is.
De Secretaris antwoordt dat dit er rond dertig zijn. Hierna wordt de vergadering onder dankzegging aan de aanwezigen gesloten.

J. B.

[...]

36