Coalitieakkoord 2007/Veiligheid stabiliteit en respect

Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie
Opgaven voor Nederland: zes pijlers · I Een actieve internationale en Europese rol · II Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
III Duurzame leefomgeving · IV Sociale samenhang · V Veiligheid stabiliteit en respect · VI Overheid en dienstbare publieke sector
Financieel kader 2008-2011


V. Veiligheid, stabiliteit en respect

Veiligheid is een kerntaak van de overheid en een basisvoorwaarde voor een samenleving waarin mensen zich vertrouwd, vrij en verbonden voelen. De criminaliteit neemt de laatste jaren af. Die trend moet worden voortgezet. Het terugdringen van het aantal geweldsdelicten is echter nog onvoldoende gelukt en verdient daarom een stevige extra investering. Nederland moet nog veiliger. De aandacht voor het tegengaan van terrorisme en radicalisering mag niet verslappen. De bestrijding van fraude, financieel-economische en georganiseerde criminaliteit en cybercrime wordt geïntensiveerd. Daarnaast is veel aandacht nodig voor het voorkomen van crimineel gedrag. De reclassering en het jeugdwerk hebben daarbij een rol in de voorhoede. Daarin zal dan ook extra worden geïnvesteerd.

Een veilige samenleving is niet alleen een kwestie van duidelijke regels en goede handhaving. Een respectvolle omgang van mensen met elkaar en fatsoen in het maatschappelijk verkeer zijn onmisbaar voor een veilig klimaat.

1. Er komt een nieuw veiligheidsprogramma met als doelstelling 25% minder criminaliteit in 2008-2010 ten opzichte van 2003. Het functioneren van politie en OM wordt versterkt; er wordt optimaal gebruik gemaakt van nieuwe technologie om het ophelderingspercentage te verbeteren. Knelpunten worden weggenomen en er komen geen nieuwe belemmeringen, procedures of beperkingen. De hervormingen in het gevangeniswezen worden voortgezet gericht op differentiatie. Daarbij zal extra aandacht zijn voor het draagvlak voor arbeid – ook voor kortgestraften -, voor behandeling en voor (na-)zorg. De recidive wordt verder teruggebracht door herinvoering van voorwaardelijke invrijheidstelling en gerichte begeleiding en nazorg.

2. Veiligheid moet landelijk verzekerd en lokaal ingebed zijn; zij moet aanwezig zijn in wijk en buurt, in dorp en landelijke kern. De samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren van politiekorpsen moeten worden verbeterd. Het wetsvoorstel tot versterking van rijksbevoegdheden wordt zo snel mogelijk ingevoerd. Er dient een geïntegreerd politie-informatiesysteem en ICT-netwerk te komen, evenals specialisatie tussen korpsen en gemeenschappelijk beleid voor materiaal en personeel, en beheer. De financiering van geïntegreerde en gemeenschappelijke taken kan centraal geschieden. De aanwijzingsbevoegdheid van de ministers van BZK en Justitie wordt vereenvoudigd. De behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van een landelijke politieorganisatie wordt opgeschort. Indien met samenwerking onvoldoende voortgang en resultaat wordt behaald, wordt de behandeling, herijkt op basis van de dan ontstane situatie, voortgezet. Het kabinet beslist daar voor eind 2008 over.

3. Veiligheid begint bij preventie. De overheid dient burgers, jeugd, scholen, bedrijven, publieke diensten en instellingen aan te spreken op hun bijdrage daaraan. Wijkinitiatieven ter bestrijding van onveiligheid en vermindering van overlast worden ondersteund. Samen met scholen wordt gewerkt aan een klimaat van veiligheid. Preventie en het voorkomen van witwassen van ‘criminele middelen’ (BIBOB) vormen een onderdeel van het integraal veiligheidsbeleid van gemeenten. Recidive wordt teruggedrongen door de voorwaardelijke invrijheidstelling, versterking van het reclasseringstoezicht en nazorg door gemeenten en particuliere organisaties. Er wordt een plan vastgesteld waarin beleid, initiatieven en maatregelen op het terrein van preventie in het kader van een project worden gerealiseerd.

4. De realisatie van de veiligheidsregio’s wordt voortgezet. Bij de inrichting daarvan wordt zorg gedragen voor voldoende (lokale) democratische legitimatie. Er komt geen wettelijke verplichting voor lokale brandweerkorpsen om zich te regionaliseren. De meldkamer is een publieke verantwoordelijkheid.

5. Het integraal veiligheidsbeleid van gemeenten wordt verder uitgebouwd. In het kader van de eerder genoemde ‘sterke’ wijkaanpak zal de inzet op ‘elke buurt zijn buurtagent’ worden voortgezet en zal worden bezien hoe de burgers in hun buurt verder te betrekken zijn bij het verbeteren van veiligheid, bijvoorbeeld via ‘veiligheidsbuurt-budgetten’ of door meer inspraak te organiseren bij het bepalen van de prioriteiten. Ten behoeve van de veiligheid zullen gemeentelijke toezichthouders de bevoegdheid krijgen boetes wegens overlast in de openbare ruimte uit te delen. De politiesterkte in het landelijk gebied wordt waar nodig versterkt. In de prestatieafspraken met de politiekorpsen komt meer ruimte en aandacht voor preventie en zal meer accent worden gelegd op de kwaliteit dan op de kwantiteit.

6. Ter bescherming van de openbare orde en veiligheid kan gelaatsbedekkende kleding worden verboden.

7. Terrorismebestrijding en het voorkomen van radicalisering zijn een voortdurend punt van aandacht. De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor terrorismebestrijding en heeft daartoe doorzettingsmacht. De daartoe benodigde wetgeving zal zo spoedig mogelijk worden ingediend en doorgevoerd.

8. Teneinde radicaliserende boodschappen en voorlichting over de middelen van terreur te bestrijden, wordt voorzien in de mogelijkheid om het doorgeven van boodschappen door ‘internet-providers’ te verbieden.

9. De handhaving van de rechtsorde en van gestelde regels is een eerste voorwaarde voor maatschappelijke integratie en ontwikkeling. Gedogen is geen handhaving en bestaand gedoogbeleid wordt zoveel mogelijk geëlimineerd of teruggedrongen. Verdere verkokering en versnippering van de handhaving wordt tegengegaan; integraal gemeentelijk veiligheidsbeleid en systematische handhaving door het bestuur worden bevorderd. Bij alle maatregelen verantwoordt de overheid de gevolgen voor de privacy van burgers.

10. De bestrijding van de productie van en de handel in drugs wordt evenals de bestrijding van drugsoverlast onverminderd voortgezet. Het wetsvoorstel tot sluiting van woningen bij illegale drugsverkoop wordt met spoed doorgezet. Ten aanzien van jongeren wordt een krachtig preventiebeleid gevoerd. Coffeeshops bij scholen worden gesloten en coffeeshops in de grensstreek worden tegengegaan. De bestrijding van grootschalige wietteelt wordt geïntensiveerd; er komen geen experimenten en er wordt nauw samengewerkt met buurlanden in het grensgebied. Coffeeshops die zich niet houden aan de AHOJ-G criteria worden zonder pardon gesloten.

11. De aanpak van de groeiende jeugdcriminaliteit vergt een bijzondere inzet (‘lik op stuk’ aanpak, uitbreiding sancties en gerichte aanpak risicogroepen, preventie door opvoedingsondersteuning, coaching, het voorkomen van schooluitval en het kordaat reageren op spijbelen).

12. De aanpak van criminaliteit en overlastgevend gedrag heeft prioriteit. Een helder en doeltreffend beleid is gebaat bij de stroomlijning van alle (strafrechtelijke) maatregelen om gedrag te beïnvloeden (zoals voorwaardelijke veroordeling, voorwaardelijke sepots en burgermeesterlijk bevel) volgens het Doe-Normaal model.

13. ‘Burgernet’ wordt landelijk uitgerold.

14. De “plukze”-wetgeving wordt aangepast opdat het beslagleggen op winsten uit criminele activiteiten wordt vereenvoudigd en opdat deze wetgeving ook gaat gelden voor kleine vergrijpen.

15. De aanpak van huiselijk geweld en van eergerelateerde misdrijven zal krachtig worden voortgezet en de opvang van slachtoffers en van hun kinderen zal worden verbeterd.

16. De prostitutiebranche is nog steeds –ondanks de legalisering- een ‘broeinest’ van zwartwerken, vrouwenhandel, witwassen en andere vormen van illegaliteit en criminaliteit. Dit dient met kracht bestreden te worden, maar het huidige instrumentarium schiet daarvoor tekort. Dus is de noodzaak aan de orde van een robuustere controle en handhaving, transparantie, en het creëren van meer persoonlijke aansprakelijkheid (met inbegrip van aanpak van klanten van minderjarige en van illegale prostituees); waar nodig met nieuwe middelen en gewijzigde wetgeving. Slachtoffers en vrouwen die uit de branche willen stappen krijgen extra aandacht, bescherming en nazorg. Aan gemeenten zal een ruimere vrijheid worden gegeven om in hun beleid ter zake van ruimtelijke ordening rekening te houden met bestaande bordelen, ook in de regio waarin de betrokken gemeente ligt (inclusief de “nuloptie”).

17. De positie van slachtoffers in het strafproces wordt versterkt. Hulp aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven wordt geïntensiveerd, waarbij er extra aandacht komt voor opvang van slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld. De ondersteuning bij inning van schadevergoeding aan slachtoffers van daders die door de rechter zijn veroordeeld wordt verbeterd.

18. Nederland werkt mee aan de versterking van executieve samenwerking van politie en justitie, en op het gebied van migratie in Europa.