De Gooi- en Eemlander/Jaargang 65/Nummer 103/Tentoonstelling Theo van Doesburg

Tentoonstelling Theo van Doesburg
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 1 mei 1936
Titel Tentoonstelling Theo van Doesburg
Krant De Gooi- en Eemlander
Jg, nr 65, 103
Editie, pg [Dag], tweede blad, 5
Opmerkingen Piet Mondriaan vermeld als Mondriaan, László Moholy-Nagy als Moholy-Nagy
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Tentoonstelling Theo van Doesburg.

      Het is dit jaar vijf jaar geleden, dat Theo van Doesburg een der pioniers der beeldende kunst, te Davos overleed en de Vank-commissie voor de wisselende tentoonstellingen heeft, zooals wij reeds hebben gemeld, daarom in het Stedelijk Museum te Amsterdam een herdenkingstentoonstelling aan zijn werk gewijd.
      Van Doesburg werkte het grootste gedeelte van zijn leven in Nederland. In 1920 vertrok hij naar Duitschland, waar hij te Weimar grooten invloed uitoefende op de ontwikkeling van het „Bauhaus”, dat onder leiding stond van Walter Gropius. Nadat hij Duitschland verlaten had, vestigde van Doesburg zich te Parijs, waar hij bleef tot kort voor zijn dood met uitzondering van twee jaren, welke hij te Straatsburg doorbracht.
      In van Doesburg’s schilderkunst ziet men de ontwikkeling van het naturalisme tot de abstractie en parallel daarmede trachtte hij ook zijn evoleerend aesthetisch inzicht in de architectuur te verwezenlijken. De Vank-tentoonstelling geeft hiervan een nauwkeurig beeld, mede door een zeer overzichtelijke opstelling. Men betreedt de tentoonstelling in de laatste zaal en gaat dan tot het begin terug, zoodat men een zuiver retrospectieven indruk krijgt.
      Uit de eerste jaren, te beginnen met 1902 ziet men schilderijen, waarin de naturalistische voorstelling nog geheel gehandhaafd is. In dien tijd werkte van Doesburg in een kelder en dienovereenkomstig is ook de kleur van deze doeken donker. Langzamerhand komt er een opklaring in het coloriet en begint de kleur meer en meer een zelfstandige functie uit te oefenen tot het moment komt, waarop van Doesburg de naturalistische vormgeving verbreekt om naar een sterk dynamischen stijl te zoeken. Uit die jaren stammen de doeken die geïnspireerd waren op de danskunst, maar daarin moest van Doesburg tevens de grens der schilderkunst ontdekken. Bij een der schetsen vint men de aanteekening: De beweging is vreemd aan het schilderij. Waar de beweging optreedt, begint de film. Daarmee erkende van Doesburg zeer vroeg reeds het grafisch-dynamische beginsel der filmkunst.
      De periode van den overgang heeft bij van Doesburg vrij lang geduurd. Hij maakte in dien tijd vaak schilderijen met een naturalistische voorstelling, waarna hij op hetzelfde thema later een abstract schilderij vervaardigde. „De kaartspelers”, die destijds de sensatie was van een Parijsche expositie is daar een zeer instructief voorbeeld van. Pas in de latere jaren is van Doesburg’s stijl tot volle rijpheid gekomen en slaagde hij erin de reëele voorstelling volledig te overwinnen. In de beide laatste zalen vindt men prachtige specimina uit dien tijd. In aansluiting op van Doesburg’s laatste schilderijen ziet men architectuurschetsen en foto’s van gebouwen en het blijkt, dat hij de principes, welke hij in de schilderkunst voorstond, ook getrouw in de architectuur heeft toegepast, aldus den weg bereidende voor het nieuwe bouwen.
      De tentoonstelling, welke Zaterdagmiddag geopend wordt, is een der meest leerzame die de Vank dit seizoen heeft ingericht. En in verband met nog niet lang geleden op dezelfde plaats gehouden tentoonstellingen waar werk van andere abstracten als Mondriaan en Moholy—Nagy te zien was biedt zij stof voor interessante vergelijkingen.