De Nieuwe Koerier/Jaargang 21/Nummer 56/Geloof en Wetenschap

Geloof en Wetenschap
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 16 mei 1908
Titel Geloof en Wetenschap
Krant De Nieuwe Koerier
Jg, nr 21, 56
Editie, pg [Dag], Eerste Blad, [1]
Brontaal Nederlands
Bron roermond.x-cago.com
Auteursrecht Publiek domein

Geloof en Wetenschap.

      Tot slot der lezingenreeks voor het seizoen 1907–1908 hoorden wij Donderdagavond den ZeerEerw. ZeerGel. Heer Dr. Meffert, uit M.-Gladbach, voor de leden van Geloof en Wetenschap spreken over Kirche und Hexenwahn. Deze lezing was een waardig besluit. Dr. Meffert is door zijne beide voorafgaande lezingen in de laatste jaren onder de leden bekend geworden. Dat bleek uit de talrijke opkomst.
      Kirche und Hexenwahn. Buitensporigheden in middeleeuwen en latere tijden, worden zooveel mogelijk op rekening gesteld der katholieke Kerk.
      Hoeveel verkeerde opvattingen door de historische kritiek onzer dagen reeds werden gewijzigd, wanneer het de katholieke Kerk geldt, laten de tegenstanders, ook zij, van wie men door hun ontwikkeling anders mocht verwachten, dergelijke wapenen niet gemakkelijk los. Apologeten als dr. Meffert zullen dan ook goed werk verrichten als zij blijven gaan onder het volk om vooroordeelen weg te nemen en nieuwe strijders voor de waarheid te kweeken. Aan dr. Meffert is dit werk best toevertrouwd.
      Hij beschikt over het vermogen om in duidelijke en eenvoudige taal de zaken uiteen te zetten. Zijn voordracht, die kracht zet, de luimige scherts, de bijtende ironie, de rijkdom van woorden boeien den hoorder, al zal de sterke uitdrukking, die hij soms bezigt, hem eenigszins opschrikken.
      Aan wie de schuld, dat er tot 1783 toe zoovelen als heksen zijn veroordeeld en verbrand? Ze wordt geschoven op de katholieke Kerk. Als bewijsmateriaal gebruikt men het schrijven van eenige pausen. Spr. toont aan, dat noch in het schrijven van Gregorius IX, noch in de bulle van Innocentius VIII een kerkelijke beslissing lag opgesloten.
      Het eerste nam de feiten aan, zooals ze naar Rome waren gebriefd en stelde maatregelen voor tegen personen, die den duivel huldigden (secte der Luciferianen). De bulle van Innocentius VIII was louter een beslissing over de competentie van eenige Inquisitoren.
      Dat deze meening de juiste is, blijkt ook uit de opvatting der tijdgenooten. Bovendien was er in of bij Rome zelf van deze zaken geen sprake.
      Verder toonde spr. hoe in protestantsche even fel tegen de vermeende heksen werd opgetreden als in katholieke landen, hoewel het protestantisme alles wat uit de katholieke kerk afkomstig was, zooveel mogelijk van zich wierp.
      Waaraan was deze buitensporigheid dan te wijten? Het was een opleving uit het Oud-Garmaansche heidendom. Men moet de menschen beschouwen als de kinderen van hun tijd. Zoo zou in onze dagen het darwinisme, het spiritisme enz. niet zoo’n opgang gemaakt hebben, als het niet aan een zekere behoefte tegemoet kwam. Die heksenvervolging kwam dan ook alleen voor onder de volkeren van Germaanschen oorsprong. In het gebied der Grieksche kerk b.v. is er ergens sprake van geweest.
      De H. Bonifacius, zegt spr., had wel den afgodisch vereerden eik der Germanen omgehouwen, maar als een boom geveld is, komen er allerwege nog scheuten uit den ouden stam te voorschijn. Zoo ging het ook toen en zelfs in onze dagen leven nog gebruiken voort, uit het heidendom afkomstig.
      Maar de Kath. Kerk heeft van het begin af aan onder de Germanen den heksenwaan bestreden, zooals blijkt bij Bonifacius en Karel dan Groote.
      Maar vanwaar dan die nieuwe opleving? Ze ging uit van het Zwitsersche Kanton Wallis, dat in een hoogland ligt, van de beschaving afgesloten. Verschillende zaken, die nu natuurlijk worden verklaard, werden aan hekserij toegeschreven. Verder brachten de kruistochten een nieuwe gedachtenwereld, de phantasie werd opgewekt, hetgeen het zijne bijdroeg.
      We moeten dus dien heksenwaan niet beschouwen als een godsdienstig vraagstuk of zoeken naar godsdienstige motiven, maar het is een vraagstuk, dat thuis hoort bij de beschavingsgeschiedenis.
      Waarom, vraagt spr. verder, werden bijna uitsluitend vrouwen als heksen verbrand? Alweer omdat de vrouwen bij de oude Germanen in den roep stonden, dat zij een nauwere betrekking met de goden onderhielden en meer kenden dan een ander,
      Al betreurt spr, dat in kerkelijke kringen niet meer front gemaakt werd tegen dezen heksenwaan, toch, zoo herhaalt hij ten slotte, is er het wezen der Kerk en haar onfeilbaar leerambt nooit mede gemoeid geweest.
      De heer J. Berger, president, was de tolk der vergadering, toen hij een warm woord van dank tot dr. Meffert richtte.
      In de daarop volgende algemeene vergadering werden tot bestuursleden herkozen de heeren Frans Janssens, Laur. Janssen en Th. Loven. Het aantal leden vermeerderde met tien en bedraagt thans tachtig. Het bezit der vereeniging bestaat in een kleine f 400, belegd bij de Roermondsche Spaarbankvereeniging.