De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30331/Avondblad/Plechelmus, de apostel van Twente

Plechelmus, de apostel van Twente
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 19 november 1938
Titel Plechelmus, de apostel van Twente
Krant De Tijd
Jg, nr 94, 30331
Editie, pg Avondblad, [16]
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

PLECHELMUS, DE APOSTEL VAN TWENTE

Bijna zeven eeuwen waren verloopen na de geboorte van Christus, toen het kruis op Saksischen bodem werd geplant

Een heiligenleven in romanvorm

      Over het Twentsche land luiden sinds eeuwen de kerkklokken. Er zijn oogenblikken, dat dit zware luiden de harten van allen met diepe en vrome blijdschap vervult. Op Kerstavond als het vroeg donker is geworden, vallen plechtig en vol vrede de tonen over stad en dorp, en de wind draagt den klank verder ’t land in naar de afgelegen hoeven en huizen. In een stille huiskamer heft moeder misschien luisterend het hoofd. „De Kerstklokken”, zegt ze, en die beter willen hooren komen een oogenblik aan de deur staan, om te luisteren naar de volle tonen, die een voorspel zijn op het Geboortefeest van het Goddelijk Kind. In den Heiligen Nacht komen langs alle Twentsche wegen en straten de stille menschen ter Nachtmis. Op Paaschmorgen zijn het weer dezelfde klokken, die hun vreugde uitjubelen in den prillen voorjaarsdag. Overal, over het land en over de menschen, ligt een glans van blijdschap. Het is het feest der Opstanding, dat samenvalt met het eerste natuurontwaken. Nog eenige weken, of de kinderen plukken in de wei en langs den slootkant de bloemen voor de beeltenis van Maria. En de Mei-avonden zijn vooral zoo lieflijk om het Marialof, waarin allen samen de oude, kinderlijke liedjes zingen ter eere van de Moedermaagd.

      Het kerkelijk jaar lééft in Twente en wie door het land rondgaat, ziet, dat hij in een Roomsche streek is. Overal in ’t rond, achter de boomen en over den gloeienden esch, heffen de kerktorens het kruis naar den hemel en — de eeuwen tartend — staat de grijze Plechelmus in ons midden, als een monument van het geloof der vaderen.
      We kunnen het ons moeilijk indenken, dat het eenmaal anders was. Toch wisten onze verre voorouders niets van deze zekerheid en blijdschap des geloofs. Reeds meer dan zes eeuwen was het geleden, dat het Kindeke in den stal geboren werd, maar tot de oude Saksers was de blijde boodschap nog niet doorgedrongen. Aan Plechelmus en Marcellinus komt de eer toe het eerste zaad van het Christendom in deze gewesten te hebben uitgestrooid en op den Twentschen bodem het kruis te hebben geplant als teeken van bevrijding uit de kluisters van het heidendom.
      Wij mogen hen gerust de apostelen van Twente noemen, en toch, wat weten wij eigenlijk van hun missioneeringsarbeid onder de bewoners van het oude Saksenland, van de moeilijke omstandigheden, welke zij bij de kerstening van onze voorouders moesten overwinnen?
      Over deze en meerdere vragen, welke zich bij een terugblik op de eerste tijden van het Christendom in deze gewesten onwillekeurig opdringen, geeft P. Paulus Maria Schmit O.Carm. te Rome ons antwoord in zijn boek over „St. Plechelmus”, dat dezer dagen bij den uitgever J. Verhaag te Oldenzaal het licht zag. Pater Schmit bedient zich daarbij niet van de bij levensbeschrijvingen vrij algemeene methode van min of meer secuur uitgemeten historische bijzonderheden, maar in den vorm van een roman, geen roman in den trant als bijna dagelijks op onze schrijftafel komt vallen met het even noodzakelijke als afgezaagde „happy end”, neen, hier wordt ons boeiend, vlot en in bloemrijken stijl het leven geschilderd van St. Plechelmus en zijn metgezellen, hun edele karaktereigenschappen, die voor den hemel schenen voorbestemd, hun moeizame en bijna bovenmenschelijke tochten naar de voor hen vreemde gebieden, hun opgaan naar Rome, naar Paus Sergius, hun contact met de wereldsche machthebbers, en tenslotte hun prediking aan de boorden van de Maas en in het land van de Regge en de Dinkel, waaraan wij, nazaten der oude Saksers het te danken hebben, dat wij ons mogen rekenen tot de kinderen des lichts, die het in eigen hand hebben na dit leven de hemelpoort binnen te gaan, dezelfde poort, die ook Plechelmus en zijn medehelpers overschrijden mochten als loon voor hun zegenrijken arbeid in het land der Saksers.

      De vereering van St. Plechelmus is in Twenthe vooral aangewakkerd door den beroemden Philippus Rovenius, die in het begin der 17e eeuw gedurende 20 jaren als deken van Oldenzaals kapittel werkzaam was.
      Oldenzaal werd de moederkerk van verschillende omliggende parochies, die alle St. Plechelmus tot kerkpatroon namen: in 1665 Saasveld en De Lutte, in 1736 Rossum, in 1760 Deurningen.
      Met recht kan dan ook worden gezegd, dat St. Plechelmus, de apostel van Twente, ook heden ten dage nog midden onder ons staat en zijn glorierijke gedachtenis tot in lengte van dagen in het land der Saksers zal blijven voortleven.
      Die gedachtenis, uitgroeiend tot een aureool van vereering en hoogachting, wordt verlevendigd en verdiept door het boek van Pater Schmit, een zeldzaam mooi geschreven verhaal over St. Plechelmus, dat ieder in ons gewest zal wenschen te lezen.