Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden (2023)/I-9

Herziening van de Grondwet Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023 (2023) door Nederlandse Overheid

Additionele artikelen

Korte toelichting op de inhoud
Uitgegeven in 's Gravenhage door Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

[ 36 ]


Additionele artikelen[1]


Artikelen I-II

(vervallen bij wet van 6 juli 2022, Stb. 333)


Artikelen III

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel IV

(uitgewerkt bij wet van 1 november 2017, Stb. 426)


Artikel V

1. Artikel 137 van de Grondwet zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijft van kracht ten aanzien van een voorstel tot verandering in de Grondwet waarvan de wet die verklaart dat zij in overweging zal worden genomen, is bekendgemaakt vóór de datum waarop de Tweede Kamer is gekozen die zitting heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

2. Indien een wijziging van artikel 137 van de Grondwet in werking is getreden die ertoe strekt dat de Staten-Generaal in verenigde vergadering een voorstel tot verandering in de Grondwet in tweede lezing overwegen, komt het derde lid van artikel 137 van de Grondwet te luiden:

3. Nadat de Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, is samengekomen, overwegen de Staten-Generaal in verenigde vergadering in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien zij gedurende de zittingsduur van de in de eerste volzin bedoelde Tweede Kamer geen besluit nemen over het voorstel, vervalt dit van rechtswege.

4. Dit additionele artikel vervalt op een bij wet te bepalen tijdstip, nadat de behandeling van voorstellen tot verandering in de Grondwet als bedoeld in het eerste en het tweede lid is afgerond.


Artikel VI

(vervallen bij wet van 19 oktober 2022, Stb. 410)


Artikelen VII-VIII

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel IX

Artikel 16 is niet van toepassing ten aanzien van feiten, strafbaar gesteld krachtens het Besluit Buitengewoon Strafrecht.


Artikel X

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404) [ 37 ]


Artikel XI

(vervallen bij Rijkswet van 6 oktober 1999, Stb. 454)


Artikel XII-XVI

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel XVII

(vervallen bij wet van 25 februari 1999, Stb. 135)


Artikel XVIII

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel XIX

Het formulier van afkondiging, vastgesteld bij artikel 81 en de formulieren van verzending en kennisgeving, vastgesteld bij de artikelen 123, 124, 127, 128 en 130 van de Grondwet naar de tekst van 1972, blijven van kracht totdat daarvoor een regeling is getroffen.


Artikel 81

Het formulier van afkondiging der wetten is het volgende:

«Wij» enz. «Koning der Nederlanden,» enz.
«Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
«Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat» enz.
(De beweegredenen der wet.)
«Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze» enz.
(De inhoud der wet.)
«Gegeven», enz.

Ingeval een Koningin regeert of het Koninklijk gezag door een Regent of door de Raad van State wordt waargenomen, wordt de daardoor nodige wijziging in dit formulier gebracht.


Artikel 130

De Koning doet de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk kennis dragen, of Hij een voorstel van wet, door hen aangenomen, al dan niet goedkeurt. Die kennisgeving geschiedt met een der volgende formulieren:

«De Koning bewilligt in het voorstel.»

of:

«De Koning houdt het voorstel in overweging.»


Artikel XX

(vervallen bij Rijkswet van 10 juli 1995, Stb. 402)


Artikel XXI

(vervallen bij Rijkswet van 6 oktober 1999, Stb. 454) [ 38 ]


Artikelen XXII-XXIII

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel XXIV-XXV

(vervallen bij wet van 25 februari 1999, Stb. 135)


Artikelen XXVI-XXIX

(vervallen bij wet van 10 juli 1995, Stb. 404)


Artikel XXX

(vervallen bij Rijkswet van 6 oktober 1999, Stb. 454)</poem>

  1. Indien (gedeelten van) een of meer artikelen van de Grondwet naar de tekst van 1972 danwel 1983 ingevolge een additioneel artikel vooralsnog van kracht blijven, is de tekst hiervan —verkleind — achter het desbetreffende additionele artikel opgenomen.