Het Vaderland/Jaargang 52/Nummer 366/Avondblad/Fransche cubisten en-neo-cubisten te Brussel

‘Fransche cubisten en-neo-cubisten te Brussel’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit Het Vaderland, vrijdag 24 december 1920, Avondblad B, p. 2. Publiek domein.
[ 2 ]

FRANSCHE CUBISTEN EN NEO-CUBISTEN TE BRUSSEL.

(Van onzen correspondent.)

Antwerpen, 14 December ’20.      

We zijn door dezen winterdag over de besneeuwde velden naar Brussel gespoord om de Sélection te bezoeken.

Sélection heeft een aardige vitrine gemaakt met artistieke poppen: groteske negers en allerlei modieuse vrouwtjes. Binnen-in is er echter heel wat belangrijkers te zien. Daar overwegen Tour Donas, Hellesen, Survage. Survage is het meest volkomen, de zeer gevoelige, speels tot harmonie gekomen, veel inhoudende Survage. Hier is een stad aan het water. Boombladeren, naturalistisch met al hun nerven, spelen er een rol, twee symmetrische vischjes, links en rechts van de witte stoomboot, in het mooi gebekte blauwe water onderaan. Daarop de witte en rose huizen: vlakken met zooveel vensters, alles omgeven van een stevig groen, waarvan de vorm alleen door schilderkunstige wetten — en wat fantasie — bepaald wordt. Houtprofielen en andere goed herkenbare elementen van het binnenhuis spelen door de gevel-vlekken, en een paar afzonderlijke venstertjes met opzij getrokken gordijnen. De beteekenis van een venster! Ge begrijpt het hier weer geheel, gelijk ge het in uw kinderjaren deedt, toen ge nog niet wist wat teekenen is, dat teekenen geen fotografisch nabootsen is van de ziellooze werkelijkheid, maar vertolking van een idee. Suggestief is zulk venster door vorm en beteekenis.

Een ander schilderij van Survage is eenvoudiger. Het wordt door twee diagonalen nagenoeg in voer driehoeken verdeeld: Onder water, boven lucht, opzij het bebouwde met de bekende menschensilhouetten, als uit papier geknipt. Als uit papier geknipt: Men zou het van véél modern werk kunnen zeggen. De vlakke, niet-samengestelde kleur en de scherpe en strakke omlijning leiden daartoe en veel modernen hebben immers met geknipt papier gewerkt? Gleizes heeft dat in hooge mate, wat niet verwondert van dezen theoreticus van ’t modernisme. Wat hier van hem hangt is anders niet zeer opmerkelijk; hij zal wel mooiere dingen gemaakt hebben.

Om tot Survage terug te keeren: Wat heeft hij mooi groen; geen geschilderd groen, maar groen als water, dat vanzelf de placiede visschen roept waarvan hij den vorm liefheeft. Zulk werk is een rust om te beschouwen.

Minder zeker voelt ge u tegenover Tour Donas, die hier veel werk heeft hangen. Ongetwijfeld iemand met veel mogelijkheden, maar die nog niet goed weet wat hij wil. Soms is hij haast academisch, waar hij vrouwefiguren in zijn schilderij verwerkt. Hij gebruikt meer kleur (Survage is overwegend groen-blauw-bruin), bereikt minder gebondenheid; zeer mooi is een stads- of ruimte-compositie van hem, met veel relief en kleurkracht, maar dat is wel van een heel ander schilder dan de vlakken- en vlekkencomposities en spot met de theorieën van Gleizes. Zoo blijven we in volle crisis en experimentatie.

De Skandinaaf Hellessen biedt heet-koele composities (ik kan het niet anders omschrijven) uit de stad. Compositie rond een straatlantaarn; Stadslicht, stadsvormen; kouder dan op het land is hier de wind, waar duizend energieën tocht verwekken; Hellessen heeft vooral het dynamisch karakter van de stad gevoeld en gebruikt graag cylindervormen met witte-zwart-roode kleuren, die vaak tot in het oneindige loopen.

Van Archipenko een schilder-beeldbouwwerk, vrouwefiguurtje, minder pakkend dan zijn vroegere enkel-beelden; het doet wat prutsig aan, en het gouden lijstje draagt daar wel toe bij. Het schilderwerk van Bruchat is wat los, en ik zie geen enkele reden waarom hij niet gewoon naturalistisch schildert; een eigen discipline is hier niet zichtbaar. Van Férat, behalve een mandoline spelende Pierrot (à la Picasso), een zeer fijn stadje aan ’t water: Het naïeve wordt algemeen weer gehuldigd.

Van uw landgenoot van Doesburg twee composities. Na al dit fantasie-rijke werk doen ze al te koel aan. De omgeving schaadt en we zouden ze in een strenger milieu willen zien, om ons rekenschap te geven van hun waarde.