Het Vaderland/Jaargang 68/1 februari 1937/Avondblad/Vijfhonderd jaren Zigeunermuziek

Het Vaderland, maandag 1 februari 1937

Vijfhonderd jaren Zigeunermuziek door een anonieme schrijver, Avondblad C, p. 1

[ Avondblad C, 1 ]

VIJFHONDERD JAREN ZIGEUNERMUZIEK.

Naar de Pesil Napló bericht heeft de bond van Hongaarsche Zigeunermusici besloten, dit jaar het feest te vieren van de vijf-honderdjarige vestiging der Zigeuners in Hongarije c.q. van de werking der Zigeuner-musici in dat land. In verband daarmede zal in April, met medewerking van de beste Hongaarsche Zigeunerkapellen en van eerste klasse Hongaarsche zangers en zangeressen een feest aan de geschiedenis der Zigeunermuziek en van het Hongaarsche volkslied gewijd, plaats hebben. Daarop volgt in Juni een concert, waaraan Zigeuner-musici uit het geheele land zullen deelnemen, terwijl met de feestelijkheden van Sint Stefaan, die ieder jaar in Boedapest in Augustus worden gehouden een csárdásfeest plaats heeft, eveneens met Zigeunermuziek.
Naar aanleiding van dit feest vertelde de secretaris van bovengenoemden bond een redacteur van het blad het volgende:

In 1419 verleende koning Sigusmund van Hongarije aan de Zigeuners, die toen uit Azië kwamen, die men echter nergens in Europa wild opnemen, vergunning, zich in zijn land te vestigen, terwijl de Hongaarsche natie de Zigeuners welwillend opnam. Volgens de legende zou koning Sigusmund dusdanig onder den indruk van het spel van een Zigeunerprimas geweest zijn, dat hij daarop de vergunning tot vestiging onmiddellijk gaf.

De secretaris herinnerde aan de rol, die de Zigeunermusici, in het bijzonder de Tárógató-spelers (de tárégató is een soort Pansfluit) speelden bij den opstand van vorst Rákóczi tegen het Oostenrijksche gezag, terwijl later bij de revolutie van 1848 de Hongaarsche vrijwilligers met Zigeunermuziek voor den strijd tegen Oostenrijk geworven werden.

Eigenlijk had men het feest in 1919 moeten houden. Waar dat echter toenmaals wegens de revolutie niet mogelijk was, ging men er thans toe over.