Kleine gedigten/De vogel op de kruk

[ ill ]
[ 63 ]


DE ONBEDAGTSAAMHEID.


Zie Keesje! deze dode mug
Vloog nog zo even blij en vlug,
Maar ’t is door onbedagtsaamheid,
Dat hij nu op tafel leit

Hij had in ’t kaarslicht zulk een zijn,
En vloog er onvoorzigtig in.
Nu ligt hij daar; maar ’t is te laat;
Er is voor ’t mugje nu geen raad.
Zij werd bedrogen door den schijn.
O! laat ons dit tot leering zijn,
Dat, eer men iets gewigtigs doet,
Men zicht wat lang bedenken moet.
Eén uur van onbedagtsaamheid
Kan maken dat men weeken schreit.