Limburg's Belang/Jaargang 7/Nummer 403/De tram Roermond-Kessenich

De tram Roermond-Kessenich [1]
Auteur(s) M.
Datum Zaterdag 2 mei 1914
Titel De tram Roermond-Kessenich. I
Krant Limburg's Belang
Jg, nr 7, 403
Editie, pg [Dag], [1-2]
Opmerkingen Godefridus Raupp vermeld als Raupp; de Prinsendijk of Wandelweg is een voormalige weg ten noorden van het centrum van Roermond (nu Wilhelminasingel)
Brontaal Nederlands
Bron roermond.x-cago.com
Auteursrecht Publiek domein

[1]


[...]


De tram Roermond-Kessenich.

I.

                  Lang gewacht en stil gezwegen,
                  Nooit gedacht en toch gekregen,
      Ja, wel krijgt Roermond zijn tramverbinding met de verschillende dorpen in de richting der Belgische grens, maar hoe en waar?
      Nu moppert met reeds over de richting, die de tram neemt, maar wanneer hij binnen korten tijd rookend en stinkend onze boulevards en wandelwegen dag in dag uit zal verpesten en onveilig maken, dan zal nog luider dan op ’t oogenblik gemord worden tegen hem, die ’t onzalige idée wist door te drijven, de tram te doen loopen, in plaats van buiten de stad over den Prinsendijk, midden door de wandelwegen onzer boulevards. En waarom moest de tram juist over de singels loopen? Waarom dien omweg maken? Wie kan dat raadsel oplossen? Wie eenig belang noemen, dat daarmee gemoeid is? Die heele tramleggerij is een treurige geschiedenis.
      Aan wien de schuld?
      Wanneer we ons de raadsvergadering van 15 April 1907 herinneren, dan weten wij, dat de toenmalige burgemeester Raupp, tevens voorzitter van het tramwegcomité, de besprekingen over den tram begon ongeveer als volgt:
      „Wij hebben de eer U voor te stellen de ingediende plannen goed te keuren en de gevraagde concessie te verleenen, onder de voorwaarden enz. enz.
      Dat waren plannen voor een tramaanleg over den Prinsendijk; welke richting de heer Schotel als deskundige, na de noodige waterpassingen, als de beste had aangewezen.
      De heer Drehmanns, zooals hij zelf zegt, geen deskundige op ’t gebied van tramaanleg, kon niet accoord gaan met de ingediende plannen en wil eerst nog advies vragen bij een Belgisch ingenieur.
      Waarom Prinsendijk en niet Minderbroederssingel? Vroeger is altijd Miderbroederssingel gezegd.
      Langs den Prinsendijk deugt niet. Een tram bestemd voor vreemdelingenverkeer moet loopen, waar winkels zijn. Zoo ongeveer luiden de bezwaren des heeren. Dr. De voorzitter in zijn antwoord wijst er op, dat vroegere


[2]


plannen het nooit verder hebben gebracht dan het trekken van een lijn op de kaart, herinnert tevens aan de groote bezwaren en kosten, verbonden aan een aanleg over den Minderbr. singel, o.a. ophooging der Roerkade tot 1.30 M. van den Roersingel 0.70 M. en bij de Molenstraat 1.10 M., en zegt, dat men een geheel verkeerd ideé heeft wanneer men meent, dat een tram langs winkels moet loopen.
      In zijn verdere rede verklaart de heer Raupp, dat aanvankelijk ook den heer Schotel opgedragen was, een ontwerp tot aanleg over den Minderbroederssingel te maken, maar dat de gedane waterpassingen te groote bezwaren aanwezen en hij ook niet gelooft in ’t groote belang en voordeel, dat de meelfabrikanten zouden hebben, wanneer die richting werd genomen. Immers willen die fabrieken eenig voordeel putten uit den tram, dan moet op hunne kosten een zijlijn tot in de fabriek aangelegd worden, zoodat geene overlading van karren noodig is. Deze zijlijn kostende ± 14000 gld. per K. M. zullen de eigenaren wel niet maken, om kort te zijn de Voorzitter weet de bedenkingen van den heer Dr. geheel te weerleggen.
      Deze echter, vasthoudend als altijd, laat niet los en scheept Wethouder Willemsen, die meent dat ’t advies van een Belgisch ingenieur onnoodig is, af met de woorden:
      „Ja, u is ’t alleen om een tram te doen, hoe deze zal rijden, kan u niet schelen, maar bij mij (Dr.) weegt ’t belang der burgerij ’t zwaarst, en als de tram niet over den Minderbroederssingel loopt, heeft de gemeente er niets aan“.
      Enfin, de aanhouder wint, de heer Dr. krijgt zijn zin, en ’n advies van den heer Vierendeel, Belgisch ingenieur, zal worden gevraagd.
      Maar o wee! In zijn rapport concludeert de heer Vierendeel tot het leggen van den tram over den Prinsendijk, zooals hij door den heer Schotel ook was geprojecteerd!
      Onder voorwaarde, dat b.v. aan den ouden rattentoren een station voor personen en kleinere goederen komt, geeft de heer Dr. zijn tegenstand op, en zal zich bij ’t oordeel van den heer Vierendeel neerleggen.
      De ontwerp-voorwaarden van concessie tot aanleg over den Prinsendijk worden alsdan vastgesteld. (Raadsvergadering 11 Mei 1907).
      In dezelfde vergadering stellen B. en W. voor iemand te benoemen als vertegenwoordiger der gemeente op eene eerstdaags te houden vergadering van belanghebbende gemeentebesturen.
      De heer Raupp wordt als vertegenwoordiger der gemeente benoemd, alhoewel de heer Dr. Roermond absoluut door drie leden wil vertegenwoordigd zien. In deze krijgt hij echter zijn zin niet; hetgeen hem niet belet, zooals wij later zullen zien, om ondanks ’t advies van deskundigen en alle andere bezwaren, de tram toch de richting te doen nemen, welke alléén de heer Drehmanns wil.

            M.

(Wordt vervolgd.)