Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/De vereeniging Limburgia antisemiet

‘Ingezonden. De vereeniging Limburgia antisemiet’ door R.
Afkomstig uit de Limburger Koerier, donderdag 22 december 1892, [p. 3]. Publiek domein.
[ 3 ]

Ingezonden.


De vereeniging Limburgia antisemiet.

Mijnheer de Redacteur!

Wie ooit gedacht kon hebben, dat er onder de Limburgianen te Amsterdam geene naïve leden zouden zijn, zal ten zeerste teleurgesteld geweest zijn bij het lezen van ’t onder bovenstaand opschrift in uw blad van Zaterdag ingezonden stukje. Schrijver beklaagt zich, dat den 3 Dec. in Limburgia een zijner vrienden (natuurlijk) ten spijt van wet en reglement door de leden gedeballoteerd is. Ofschoon nu zelf niet tot die, nietswaardigen (!) behoorend, meen ik tegen dergelijke verdachtmaking ten zeerste te moeten protesteeren, eene verdachtmaking, die des te ergerlijker is, nu ze onder de oogen wordt gebracht van tal van lieden, die hoewel der vereeniging een warm hart toedragend, haar toch slechts bij name kennen. Mocht schrijver in Limburgia antisemitisme vreezen, dan vraag ik hem in gemoede of het verwondering kan baren, indien juist in Limburgia menig lid neiging tot antisemitisme heeft opgedaan; gelegenheid en reden althans is er totnogtoe meer dan genoeg geweest. Wat is nl. het geval, Mijnheer de Redacteur?

Terwijl in de Zaterdagsche bijeenkomsten, die toch buiten twijfel de kern vormen van het vereenigingsleven in Limburgia, men zelden of nooit een Israëliet ziet verschijnen, komen ze bij algemeene vergaderingen steeds „en masse“ op en maken dan walgelijk veel drukte om eenige bestuursverkiezing of wetswijziging te hunnen gunste te doen uitvallen – natuurlijk tot niet geringe hindernis en verveling der meeste andere leden. Is het te verwonderen, Mijnh. de Redacteur, dat vele Limburgia-leden al die drukte ongepast en ongemotiveerd vinden, wat meer is, dat een Israëliet tot dusverre haast per se als een slecht Limburgiaan gold? Zoolang Limburgia nog niet geëxploiteerd mag worden voor eigen negotie, zoolang het nog niet aangaat dat men enkel van de genoegens, welke Limburgia biedt, profiteert en de opofferingen liefst aan anderen overlaat, zoolang zullen, hoop ik, dwaze pretenties als die van den Limburgiaan, in uw blad van Zaterdag, in Limburgia geen gehoor vinden.

Moge er overigens bij vele leden eenige rancune bestaan tegen de Semieten bepaaldelijk om hun optreden in de vereeniging, antisemitisme, zooals schrijver vreest, acht ik alsnog denkbeeldig. Aan de Israëlieten zelven de zorg, dat het geen werkelijkheid worde. Wat de kwade gevolgen betreft, welke de Limburgiaan vreest, och ik geloof, dat Limburgia ze kalm en gerust mag en ook zal afwachten; ook zonder de Israëlieten zal Limburgia zijn goeden gevestigden naam weten hoog te houden, wellicht nog ruim zoo makkelijk.

      R. Ook een Limburgiaan.