Limburgsch Dagblad/Jaargang 9/Nummer 149/Trambotsing te Gulpen

Trambotsing te Gulpen
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 9 juli 1926
Titel Trambotsing te Gulpen. Vier losgeraakte wagens botsen op een personentrein. Er zijn eed doode en 11 gewonden. Zeer ernstige materieele schade.
Krant Limburgsch Dagblad
Jg, nr 9, 149
Editie, pg [Dag], [eerste blad], [1]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Trambotsing te Gulpen

Vier losgeraakte wagens botsen op een personentrein
Er zijn een doode en 11 gewonden
Zeer ernstige materieele schade

      Gisterenmiddag hebben we, naar aanleiding van een draadbericht, dat ons onmiddellijk na den ramp uit Gulpen bereikte, in Heerlen per bulletin in ’t kort meegedeeld wat daar gebeurd was.
      Direct zijn wij naar Gulpen vertrokken en op de plaats des onheils gekomen, zagen we de verschrikkelijke verwoesting, die was aangericht.
      Er was een ruine. Van den straatweg Gulpen—Vaals komend, zag men op enkele meters van elkaar links een grootendeels vernielde locomotief, waarvan het achterstuk en de buffers geheel waren gesehoven in het balcon van den personenwagen. In dezen personenwagen was ook veel schade aangericht.
      Vrijwel alle ruiten waren stuk en de passagiers waren met zoodanigen schok tegen de banken geworpen, dat de bovenstukken er waren afgevlogen en op den grond verspreid lagen. Ook lagen er nog een paar dameshoeden, bagage en plassen bloed.
      Rechts zag men 4 wagens. De materieele schade was hier zeer groot. Eén wagen — de tweede — was geheel vernield en zag men nauwelijks meer. Van den eersten en derden wagen was ook nagenoeg niets over; de derde was geheel verbogen. Rondom lagen lijnkoeken verstrooid en toen wij arriveerden, was men wachtende op het vrijgeven door de Justitie van het overgeblevene, waarna men met het opruimingswerk zou beginnen.


      Laten we eerst het verloop van het ongeluk vertellen:
      Op het emplacement der L. T. M. te Vaals was men aan het rangeeren. Op een gegeven oogenblik kregen 4 waggons een duwtje van de rangeermachine om hierdoor op een zijspoor te loopen. Waarom weet men niet, maar men neemt aan, dat het was om een déraillement te voorkomen, heeft de conducteur Verlinden de remblokken van de rails gegooid en daarna ’n wissel omgetrokken. Hierdoor kwamen de vier wagens, één geladen met 15000 K.G. de volgende met 10.000 K.G. lijnkoeken en de twee overige leeg, op de lijn naar Gulpen. Verlinden schijnt niet geweten te hebben de sterke helling van het hooggelegen Vaals naar het in een dal gelegen Gulpen. Hij sprong op den laatsten der vier afrijdende wagens. Deze kregen spoedig een razende snelheid. Men heeft Verlinden wanhopig met de armen zien zwaaien, daarna is hij van den wagen gevallen of gesprongen en werd dood opgenomen. Gedurende den bliksemsnellen rit hebben de vier wagens onder Wittem nog een paard gedood en een vrachtauto, die half op de lijn stond en waaronder een chauffeur lag om een reparatie ter verrichten, door midden gereden. De chauffeur zag plotseling zijn auto boven zich weggerukt, maar mankeert niets. De wagens suisden voort, liepen met gemak den berg bij Nyswiller over en gierden toen naar het dal bij Gulpen......
      Van deze vier wagens had er slechts één een handrem, die onder den wagen zat en onmogelijk, wanneer men op den wagen stond, kon worden bereikt.


      De personentram, die te 2.10 uur n.m. uit Maastricht vertrekt, was om 2.36 uur aan het station Gulpen afgereisd. Machinist was de heer Willems uit Gulpen, conducteur de heer Selden, eveneens uit die plaats Even vorbij Gulpen splitst de lijn zich in een tak naar Wylré — waar nu ongeveer 1 jaar geleden ook een botsing heeft plaats gehad — en een tak naar Vaals. Tusschen beide takken is nog een verbindingsspoor.
      Toen Willems zijn trein tot dit punt gebracht had, zag hij de aanstormende waggons en remde. Hij kon zijn trein nog tot stilstand brengen. Daarop gebeurde de botsing, die zóó hevig was, dat de personentrein door de massieve massa der met lijnkoeken geladen eerste — ’n Duitsche — waggon ongeveer 5 Meter werd teruggeslingerd. ’n Ontzettend gekraak en gegil volgde. Toen daagde hulp.


      Madame Erven, die ook bij de vorige botsing zoo goede diensten had bewezen, uit Carthils, was er gauw, terwijl de apothekersassistent, de heer Graaf uit Gulpen, die met verlof uit Maastricht thuis was, de eerste verbanden legde.
      Direct waren ook de maréchaussées ter plaatse en stelden een onderzoek in.

De inzittenden.      

      Hierbij bleek, dat de volgende personen in den tram naar Vaals hadden plaats genomen.
      (Wij vermelden tusschen haakjes de verwondingen, die, voor zoover we konden nagaan, werden opgeloopen).
      Mej. Schobben uit Lemiers (ernstige wonden in het gelaat).
      Mej. Francken uit Vaals (hoofdwonden).
      Haar kindje (niet ernstig gewond).
      Mevrouw Bellefroid uit Maastricht (vrij ernstige hoofdwonden). Zij is per auto naar haar woning vervoerd.
      Mevrouw Hupperetz uit Gulpen (ernstige verwondingen; is naar haar woning vervoerd).
      Haar dochtertje (zwaar gewond aan het hoofd).
      Verder de heeren: Hildebrand uit Vaals (rechterbeenfractuur, is naar Calvariënberg te Maastricht vervoerd).
      P. H. Sangen uit Houthem (gewond door glassplinters).
      Boosten uit Maastricht (lichte hoofdwonden).
      Hupperetz uit Gulpen (kwam met den schrik vrij).
      Verder de machinist Willems uit Gulpen (die er in den aanvang erg aan toe scheen, al waren er geen uitwendige verwondingen). Deze wenschte echter geen hulp, voordat alle passagiers waren geholpen.
      En de conducteur Selden uit Gulpen (slechts licht gewond).
      Behalve deze 11 gewonden valt dus nog te betreuren den dood van Verlinden, die een vrouw en drie kinderen nalaat.


      In afwachting van de komst van het Parket uit Maastricht mocht men met het opruimingswerk niet beginnen. Toen Mr. Kneepkens een onderzoek had ingesteld, werd begonnen met het opruimingswerk. Er werd aangepakt door de werklieden der L..M., die van de omliggende stations waren opgeroepen en door het personeel, dat uit Maastricht gekomen was met den hulptrein van de Ned. Spoorwegen, bestaande uit 2 speciale ongevallenwagens en een locomotief, die onder leiding van den heer van Stappen, ingenieur van tractie, dhr. Foest, inspecteur van vervoer en de heer v. Odijk, hoofdwerktuigkundige der N. S. te Maastricht, krachtdadig hielpen.
      Bij den heer W. J. Prick, burgemeester van Gulpen, kwamen zich later nog voegen ir. Ruyten, directeur der L.T.M. en de heeren van Leeuw, werd. directeur der L.T.M. Brönner, chef van tractie en Turlings, chef van Weg en Werken, allen uit Roermond. Verder zagen we nog dhr. Jaarsveld, chef van Weg en Werken der L. T. M., standplaats Gulpen.


      Het verkeer is door dit ongeluk niet gestremd geweest. De trams uit Gulpen liepen nu de lijn naar Wylré op en kwamen dan via het verbindingsspoor weer op de lijn naar Vaals.