Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 29/Nummer 3856/Het Zilveren Jubilé van Mgr. Bots

Het Zilveren Jubilé van Mgr. Bots
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 1 mei 1907
Titel Het Zilveren Jubilé van Mgr. Bots
Krant Nieuwe Tilburgsche Courant
Jg, nr 29, 3856
Editie, pg [Dag], Eerste Blad, [2-3]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Het Zilveren Jubilé van Mgr. Bots.

      Onder feestelijk klokkengelui werden gisterenavond omstreeks 6 uur van alle huizen de nationale vlaggen uitgestoken die met hunne frissche kleuren op en neer golvend de versieringen nog aangenamer deden voorkomen.
      Een talrijke schare parochianen en belangstellenden waaronder vooral de jeugd goed vertegenwoordigd was, stroomde tegen den avond reeds bij de Goirkesche kerk samen om bij de proefneming van het electrische licht tegenwoordig te zijn en reeds bij voorbaat, een weinig van het schoone, dat den dag van heden zal bieden, te aanschouwen. Het eenigszins opklarende weder van gisterenavond wettigde de stille hoop, dat heden een lief lentezonnetje de feestvierende parochie zou overschijnen, maar toen later de lucht weer betrok en omstreeks half elf de regen nederviel, verwachtte men voor vandaag het ergste.
      Omstreeks kwart voor negen uur reed het Eere-comité in twee rijtuigen naar het station om hun Jubilaris af te halen. En toen tegen half tien de Pastoor in aantocht was, snelden al de aanwezigen samen om bij zijn aankomst aan zijne pastorie hem toen reeds op luide wijze een warme hulde te brengen.
      De heer Lambert de Beer, vice-voorzitter van het eere-comité sprak bij zijne intrede in de feestvierende parochie, den beminden Herder ongeveer als volgt toe:
      Als vice-president van het Hoofd-comité is m ijde aangename taak opgedragen uit naam der commissies U bij Uwe terugkeer in de parochie een hartelijk welkom toe te roepen.
      Wees welkom dan Herder te midden uwer kinderen. Op den vooravond van Uw zilveren feest is het ons aangenaam U dit te kunnen toeroepen. Aanziet Uwe pastorie en versieringen, die zoo duidelijk spreken van de achting, die Uwe parochianen U toedragen en die morgen allen spontaan den kreet zullen herhalen: Lang leve onze Herder.
      Diep ontroerd dankte Mgr. Bots voor de hem toegesproken woorden, waarna alle omstanders duizenden in getal, een „Lang zal hij leven” aanhieven.
      En hiermede was de plechtige ontvangst afgeloopen en keerde ieder huiswaarts om morgen wederom bijtijds present te zijn, om de plechtigheden in de kerk te kunnen bijwonen.
      Te helf negen hedenmorgen namen de plechtigheden op ’t Goirke een aanvang.
      In de laan, die naar de pastorie voert, hadden de heeren commissie-leden zich opgesteld, om aanstonds in optocht hunnen beminden Herder tempelwaarts te geleiden.
      Toen Mgr. in den gang van de pastorie verscheen, traden de bruidjes naai voren en hield de jongeujffrouw Lisette Dekkers tot den jubilaris de volgende in poëzie-vorm opgestelde toespraak.
      Welkom! Hoogeerwaarde Herder!
      Welkom! op deez jubeldag
      Nu als Leidsman der Parochie
      ’t Zilver rijk U sieren mag!
      Mogen we U den feestgroet bieden
      Met deez’ breede Priesterschaar,
      Die U jublend zal omringen
      Aan ’t gewijde Godsaltaar?
      Vol ontzag en diepen eerbied
      Klinkt het uit deez’ Bruidjesschaar:
      Heil U, zeer beminde Herder,
      Hooggevierde Jubilaar!
      Welk een eer, U heen te leiden
      Naar den heilgen tempel Gods,
      U, wien zilvren lauwren sieren,
      U der Parochianen trots.
      Weldra, smeeken duizend stemmen,
      Tot één machtig koor vereend,
      Dat God door het Heilig Offer
      Rijke gunsten U verleent.
      Dat deez dag, wier jubelzonne
      Rees in zilvren stralengloed,
      Monseigneur, U moge wezen
      Jubelvreugd voor het gemoed.
      Ja, een voorsmaak van die vreugde,
      Die U, Monseigneur, verbeidt,
      Als in Sions eeuwgen tempel
      De englenschaar U binnenleidt.
      Hierna werd de Jubilaris, voorafgegaan door bruidjes en pages, dragende een schat van heerlijke bloemen, en gevolgd door de Eerw. Geestelijkheid der stad, het Kerkbestuur en het Feest-comité, plechtig ter kerke geleid.
      Niettegenstaande het koude natte weer hadden duizenden zich langs den weg geschaard, om getuige te zijn van den triomf van Pastoor Bots.
      Zoodra, de stoet de kerk binnentrad deed het zangkoor liet „Veni Creator” weerklinken. Aan het altaar gekomen bood de WelEerw. heer Kapelaan den Jubilaris officieel onder nagenoeg de volgende woorden het geschenk der parochianen aan:

Hooggeachte Heer Pastoor.

      Thans is het tijdstip aangebroken, dat wij U officieel het geschenk Uwer parochianen gaan aanbieden. Eens hebt gij den wensch geuit, aan Uwe Kerk een bruidskleed te schenken, harer waardig. Vurig wenschtet gij, dat zij daarmede gekleed zou zijn op den dag van Uw feest.
      Welnu, de parochianen hebben dien wensch vervuld en bieden U de prachtige polychromie aan, die Uwe kerk als het ware een nieuw aanzijn schonk.
      Ruimschoots hebben armen en rijken, ieder naar vermogen, bijgedragen. Zoo overvloedig stroomden zelfs de giften toe, dat belangrijk meer werd ontvangen dan vereischt werd, om tot het voorgestelde doel te geraken. Voor het overblijvende bedrag is daarom besloten U een tweede geschenk aan te bieden, n.l. een Maria-altaar, dat U als vurig vereerder der H. Moedermaagd voorzeker welkom zal zijn.
      Ten slotte uiten de parochianen den wensch, dat Gij nog lang hun geestelijke vader moget blijven; door gebeden zullen zij trachten, door voorspraak van Maria, dezen gunst van God te verkrijgen.
      Terwijl thans de heeren Geestelijken zich gereed maken voor de H. Mis, hebben wij gelegenheid de kerk wat nader te beschouwen.
      Reeds meermalen hebben wij gewezen op de prachtige polychromie, dat kunstwerk, dat de kerk siert. De pracht is thans nog verhoogd, door eene smaakvol aangebrachte versiering, bestaande uit tuilen bloemen, afhangende van uit de gewelven en tusschen de pilaren. Ook de altaren prijkten in rijken feestdos.
      Talrijk, talrijk waren de geloovigen, onder wie vele Eerw. Heeren geestelijken, die toegestroomd waren om de plechtigheid bij te wonen; niets verstoorde de kalme rust, die zoo weldadig aandeed.
      Te negen uur ving de H. Mis aan, opgedragen door den HoogEerw. Jubilaris, met assistentie van den ZeerEerw. Heer G. v. d. Boer, deken van Oss als diaken den ZeerEerw. Pater Willems van de orde der Norbertijnen neef van den celebrant sub-diaken, den HoogEerw. Heer Mgr. Franken, deken van Oirschot als presbyter-assistent. Als ceremoniares fungeerde de ZeerEerw. Heer Goossens, pastoor te Meerveldhoven, terwijl een zestal Heeren Kapelaans, de diensten van Misdieners waarnamen.
      Gedurende den H. Dienst werd door het Zangkoor onder leiding van den heer Schellekens, de Missa Festiva van Ph. Loots, uitgevoerd.
      De feestrede werd gehouden door den ZeerEerw. Heer J. Sprangers, Pastoor te Waalwijk. Tot tekst had de gewijde spreker zich gekozen de spreuk: „Lauda Sion Salvatorem, lauda ducem et Pastorem.
      Deze tekst, zoo zegt spreker, heeft de Kerk zich gekozen, als zij de gedachtenis viert aan de instelling van het H. Sacrament des Altaars. Daar echter de Goede Week waarin dit H. Sacrament werd ingesteld, geene plaats is om feest te vieren, heeft de Kerk de herdenking tot een lateren datum uitgesteld.
      Overeenkomstig hiermede heeft men het feest dat wij heden vieren en dat eigenlijk viel in de Goede Week ook uitgesteld. In de Passietijd immers, wanneer de Kerk de kleur der rouwe heeft aangenomen, wanneer het orgel zwijgt en het „Gloria in excelsis Deo” niet in de gewijde gewelven weerklinkt, past het niet feest te vieren.
      Het was voorwaar een goede gedachte van onzen Hooggeschatten Bisschop, om den dag van het jubileum zelve, uit te kiezen om in de parochie van Mgr. Bots den jeugdigen vormelingen, met het H. Chrisma te sterken in den strijd des levens.
      Het jubellied dat op dien dag ter eere van den feesteling werd uitgesproken, wordt heden voortgezongen. Thans ziet de Herder dezer parochie, zich omringd, door duizenden parochianen, vele priesters, die met hem arbeidden, vele vrienden, kennissen en familieleden, die hem allen als het ware schijnen toe te roepen: „Lauda Sion salvatorem, lauda ducem et pastorem.”
      Om een reden, geheel staande buiten mij, is mij, als zijn vroegeren oudsten kapelaan, de grootsche taak opgedragen, aan zijne voeten de dankbare hulde der parochianen neder te leggen. En ik doe dit, uit de vreugde mijns harten, omdat ook ik 13 jaar onder U heb gewoond en met hem heb gearbeid. Voorzeker mag ik dus zeggen, dat ik met de gevoelens mijns harte, ook de Uwe zal vertolken.
      Terwijl spreker vervolgens een blik werpt op de vervlogen 25 jaren, zendt hij tevens een bede omhoog tot de H. Maagd Maria patrones der Kerk en den H. Dyonisius patroon der stad, om door hunne voorspraak Gods zegen en bescherming af te smeeken.
      In breede trekken schetst spreker thans de geschiedenis van de komst van den jubilaris, daarbij tevens duidende op al hetgeen hij voor Tilburg in het algemeen en de parochie Goirke en Hasselt in het bijzonder heeft gedaan.
      Ziedaar, zoo gaat spreker voort, de korte doch machtige hoofdleiding tot dit feest. Groot was het veld van zijn arbeid, talrijk de kudde die onder zijn hoede stond. Pastoor Bots kwam echter bij een volk dat Godvreezend was, dat voortleefde in het voorvaderlijk geloof, en dit verlichtte hem de zware last, die op zijne schouders lag.
      Het ontstaan van de parochie Hasselt, noemt spreker verder een schoone parel aan den zilveren kroon van den jubilaris.
      Het onderwijs ging den Jubilaris ten veerste ter harte en veel is aan hem te danken, te danken omdat het katholiek onderwijs, dat hij bevorderde het noodzakelijk brood is voor de kinderen. Want wat zou er moeten worden, zoo roept spreker in vervoering uit, van zoovelen, die hun leven slijten in fabrieken en werkplaatsen, waar de jeugd zoozeer gevaar leidt, als zij niet waren opgevoed in den geest der Kerk en het ware geloof. En dit onderwijs zal hen sterken tegen de ondeugd en het ongeloof, die steeds feller voortwoedden in alle gelederen onzer Maatschappij.
      Ook u Vincentianen en Dames van Elisabeth, vraag ik, was Pastoor Bots niet steeds de vader der armen, die overal waar het in zijne macht stond, hulpe bracht in den nood en lenining in de armoede.
      Tot loon voor dit alles, kwam uit Rome het purperen kleed om zijne schouderen te bedekken.
      Ten slotte zich richtende tot den HoogEerw. Jubilaris zelve, zegt spreker: Ja Eerwaarde Heer Bots, gij zijt de Bonus Pastor, en het is mij eene behoefte, hier Uwen lof luide te verkondiggen. Ontvang tevens uit mijnen mond den dank van allen, die zullen bidden, dat gij uw kroon moogt dragen in lengte van dagen. Blijft hier bidden, leeraren, prediken en stichten door Uwe priesterlijke wetenschap. Gij weet dat wij U beminnen, blijf daarom bij ons en daalt de avond, dan zal de scheiding zijn die bede: „Heer blijf bij ons, het is ons goed.”
      Als het nageslacht eenmaal het geschenk zal aanschowen, dat men U heden aanbiedt, dat zullen zij met vreugde kunnen zeggen: Ziet toch eens hoe Pastoor Bots bemind werd.
      Ja, hij was bemind bij de zijnen, die hij bewaard heeft als kinderen Gods, en die staan zullen om Gods troon, staan herder en schare en luide zullen zij de bede opzenden: Dank en eer zij aan God, in alle eeuwigheid.
      De plechtigheid werd besloten met eenr prachtige feest-cantate uigevoerd door het parochiaal zangkoor onder leiding van den heer G. Schellekens.
      De bariton- en tenorsolos werden respectievelijk vertolkt door de heeren F. Staps en P. Lemmens, terwijl de kinderstemmen tot verhooging van het schoone der zang veel bijbrachten. In dezelfde volgorde als bij het heengaan, wordt de jubilaris na afloop naar de Pastorie teruggeleid.

DE CADEAUX.

      Talrijk waren de geschenken, die den Jubilaris door parochianen en vereerders werden aangeboden.
      Op de eerste plaats moet genoemd worden de prachtige polychromie der parochiekerk, waaraan langen tijd de meest bekwame schilders hebben gewerkt. Dit is het geschenk der parochianen, een geschenk waarvan de hooge kosten bestreden werden door de mild gegeven bijdragen. Ook werd nog uit naam der parochie geschonken een Maria-Altaar uit de ateliers van den heer Cuypers te Roermond.
      Een prachtig bewerkt milton-tapijt werd den dubilaris aangeboden door de priesters, geboren in de parochie ’t Goirke, terwijl de theologanten van dezelfde parochie een zilveren missaal-lessenaar schonken.
      De kinderen van de Maria- en St. Jozefschool kwamen met altaar- en andere kleeden, als geschenken aandragen. De kapelaans en oud-kapelaans der parochie lieten voor hunnen pastoor een prachtig in olieverf portret van den Jubilaris vervaardigen door den Roermondschen kunstschilder Windhausen.
      Als blijk van innige dankbaarheid voor al hetgeen de parochianen deden om zijn feest zoo luisterrijk mogelijk te vieren, schonk Mgr. Bots aan hen een prachtig uit cararisch marmer bewerkte piëta naar het origineel© van den Italiaanschen kunstenaar Michel Angelo uit de St. Pieterskerk te Rome.
      Het voetstuk met eenige zilveren lustres, alles even kostbaar en schoon, is een geschenk der familie van den jubilaris.

AUBADE.

      Omstreeks half twaalf werd door het Goirke’s Zangkoor, versterkt door oud-koristen een aubade gebracht aan den pastoor. Een Jubilé-Hulde, gecomponneerd door W. H. v. Besouwen R. Pr. werd gezongen, waarna de heer Antoon de Rooij, secretaris van het zangkoor den jubilaris, die onder het zingen bij de zangers was komen staan mede namens leden en oudleden, een woord van gelukwensch sprak. Monseigneur, zoo zeide hij ongeveer het is mij een vereerende taak U heden namens de leden en oud-leden eenige oprechte en hartelijke woorden van gelukwensch toe te spreken. Er is een spreekwoord, dat zegt:
                        Wat op ’[s hart]en grond ligt
                        Dat welt mij naar de ziel,
      en de diepe waarheid van deze woorden beseffen wij ten volle. Vele en veelvuldige gevoelens wellen uit ons hart op en zijn de oprechtste heilwenschen, de beste gevoelens van erkentelijkheid, voor all[e]s wat gij gedurende vijf en twintig jaar gedaan hebt in onze parochie voor


[3]


armen en behoeftigen en niet het minst voor ons zangkoor. Ik zou uwen gezegenden, vruchtbaren arbeid willen teekenen als een immer bezadigd moderato, maar als een moderato, dat nooit wist van een leuto of diminuendo, maar dit immer werd bezield, door een warm en krachtig animato.
      Ik sluit met den wensch dat het U, Mgr., nog lang zal gegeven zijn, te werken voor uw eigen zegen en ons aller heil.
      Mgr. Bots ter eere werd toen een meerstemmig „Leve lang” gezongen van Jean van Paesschen waarop de pastoor zelf het woord nam om te bedanken voor de schoone woorden hem toegesproken. Met groote instemming had Hij gezien dat de talenten van het zangkoor ook gebruikt werden om de geestelijke feesten te vieren en hoopte dat dit zoo mocht. Volgaarne, zeide hij, moderator van het koor te willen blijven. Na deze woorden werd „De Almachtige” van W. J. Reyniers ten gehoore gebracht, toen Mgr. Bots na afloop nogmaals dank bracht voor de hem geschonken eer.

DE RECEPTIE.

      Het feestcomité opende de lange stoet van parochianen en belangstellenden, om den feestvierenden herder geluk te wenschen. De ontvangkamer was stemmig versierd met een door bloemen en palmen omgeven troonhemel, die behangen was met geel zijden doek gedrapeerd. Boven den troonhemel was een krans van groen en bloemen gevlochten, terwijl boven den ingang een schild gehangen was, wederom met tal van bloemen, en papieren guirlandes gesmukt, waarop te lezen stond:

      Juich voor God, Gij Jubilaar
      Pastor vijf en twintig jaar.
      Juich hier beneden
      Juich eens in ’t Eden.

      B[i]j den aanvang d[e]r receptie nam de heer H. Eras, voorzitter der feestcommissie het woord en zeide tot den jubilaris, die omringd stond van zijnen kapelaans:

Zeer geachte Pastoor, Monseigneur!

      Meer dan woorden, U z[e]g[g]en kunnen, zullen in deze dagen de daden Uwer parochianen voor U getuigenis hebben afgelegd van de dankbare toegenegenheid, welke Uwe heilige toewijding, Uwe priesterlijke zelfverloochening in onverdroten arbeid van 25 jaren voor hunne tijdelijke belangen, maar bovenal voor hun geestelijk heil bij hen gekweekt hebben.
      Zij mij nochtans, als voorzitter der feestcommissie vergund, datgene wat wij naar onze beste krachten tot stand brachten, ter luisterrijke viering van Uw Zilveren Herder-Jubilé, van een kort woord moeten vergszeld gaan.
      Wij prijzen den man, wiens streven ligt buiten het alledaagsche, buiten het eigenbelang. Wij verheffen, wij roemen de werken van hen die a[r]beiden voor het algemeen welzijn. – Maar werken voor anderen, zonder roem te zoeken, zonder zelfs erkend te willen worden, werken voor het heil van den evenmensch, voor het heil van het algemeen, ook daar waar als leen, dikwerf slechts óndank verwacht kan worden, kortom arbeid, die niet zich zelven zoekt, maar alléén weldoen in zijn verhevensten vorm, eischt zielenadel, die slechts aan hooger beginsel ontspruit, eischt zieleradel, waarnaar de mensch stom en vragend opstaart en dien hij eerst begrijpt, wanneer hij neerknielt aan den voet van het kruis, waarop het meest onbegrijpelijke geheimnis van zelfverloochening voor het heil van anderen verwezenlijkt werd.

      Van zulken zielenadei getuigt Uw thans 25-jarige arbeid onder ons. Neen ’t was geen roem, dien gij zocht als gij in stilte de tranen der bedroefden droogdet, den nood der armen lenigdet den hülpelooze bemoediging bracht. ’t Was het heil der zielen en de eere van Christus waarvoor Gij rusteloos door woord en daad en voorbeeld steeds gearbeid hebt.
      Als een andere Johannes Baptist hebt gij ons den Christus verkondigd, zijt gij ons voorgegaan op den weg die tot Hem voert. Gij hebt ons steeds voorgehouden, dat de Christus, dat wil zeggen ons geluk, niet was in het volgen der wereld, maar in den Godsdienst.
      En als een andere Goede Herder hebt Gij geene moeite gespaard, hebt gij geene rust gekend, om hen die waren afgedwaald terug te brengen op den weg, die tot den waren schaapstal leidt.
      Wij zeggen U dank, innigen dank, hooggeachte Herder, voor alles wat Gij zoo belangloos in deze 25 jaren voor ons welzijn verricht hebt. Wees er van overtuigd, dat onze sympathie, en onze dankbaarheid niet sterven zullen. Wij hebben als feest-commissie getracht, de sympathie en de dankbaarheid, welke Uwe parochianen voor U koesteren, in uiterlijk huldebetoon, zoo goecl mogelijk weêr te geven.
      Wil dan dit huldebetoon goedgunstig aanvaarden.
      Ik sluit met den wensch, dat de Algoede U en ons schenke, dat Gij nog vele jaren voor het heil van Goirke’s parochie moogt arbeiden en dat het ons moge gegeven zijn nog meermalen getuigenis af te leggen van de groote en welverdiende sympathie en dankbaarheid, welke Uwe parochianen voor U koesteren.
      Aangedaan door zooveel waardeering dankte de pastoor in eenige woorden den heer Eras voor de schoone toespraak; alleen moest Hij zijn spijt uitdrukken, dat Hij hun door zijn feest zooveel moeiten en zorgen gekost had.
      Na de feestcommissie verscheen het b[e]stuur der vereeniging Vincentius à Paulo, welke bij monde van haren voorzitter, den heer Adr. van Dijk Franken de innige dankbaarheid vertolkte, welke zij hunne geestelijke Herder schuldig waren. Hij dankte hem voor den steun, dien hij de Goirkensche leden verleend had en hoopten hem nog vele jaren gegeven zouden worden, zijne krachten kunnen besteden aan Goirke’s armen.

      De jubilaris dankte voor de groote waardeering welke zijn werken mocht ondervinden, maar kon niet nalaten zijn vreugde kenbaar te maken over de groote concurrentie, die steeds heerschte onder zijn parochianen, om den armen en behoeftigen steun te verleenen.
      Na deze eerbetuiging kwamen de verschillende pastoors van Tilburg met hunne kapelaans hunnen collega complimenteeren, waarna het dagelijksch bestuur dezer gemeente binnentrad, om in naam van alle inwoners der stad hulde te brengen aan den feestvierenden priester.
      Na deze verschillende deputatiën stroomden nu van alle kanten geestelijken en leeken toe om Mgr. Bots te feliciteeren.

(Ongecorrigeerd.)      

      Wegens tijdgebrek moeten eenige verdere bijzonderheden omtrent dit feest blijven liggen tot morgen.