Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/352

Deze pagina is gevalideerd

— 328 —

zekert hem, dat het zeer zwaar is, te zwaar, dan dat hij het zou kunnen blijven vasthouden; hij gevoelt die zwaarte al meer en meer, spant alle zijne krachten in, doch is genoodzaakt het voorwerp eindelijk te laten zinken. Men brengt hem in den waan, dat een muntstukje, dat hij in de hand houdt, warm, heet, eindelijk gloeijend heet wordt; hij gevoelt de trapsgewijze toeneming der warmte, kan eindelijk niet nalaten het stukje geld heen en weêr te wentelen, en werpt het ten laatste schielijk van zich. Zoo doet men hem, op de enkele verzekering dat hij ergens hevige smarten gevoelt, van pijn jammeren, en omgekeerd kan men een zijner ligchaamsdeelen ongevoelig maken, zoodat hij knijpen, steken, branden verdraagt, zonder het gelaat te vertrekken. Men laat hem, naar verkiezing, allerlei geluiden hooren, verandert voor hem de liefelijkste geuren in den afschuwelijksten stank, en omgekeerd. Schoon water verkrijgt voor hem, zoo men dit wil, den smaak van melk, wijn, azijn enz. Door eene bloote verzekering, dat hij niet zien kan, maakt men hem blind, of, hetgeen niet minder zonderling is, sommige voorwerpen, b.v. de aanschouwers, voor hem onzigtbaar. Naar willekeur doet men hem alle voorwerpen in andere vormen en kleuren zien; hij ziet een man voor eene vrouw aan, een stok voor een zwaard, een blaauw kleed, zelfs zijn eigen, wordt voor hem rood, de bladeren der boomen wit. Zelfs laat men hem voorwerpen, die geheel niet aanwezig zijn, zoo duidelijk zien, als of zij werkelijk voor zijne oogen stonden.

Verder kan men hem, op dezelfde wijze, zijn geheugen doen verliezen; alles wat hij weet, tot zijnen naam toe, doen vergeten, zoo zelfs, dat hij op de vraag: hoe hij heet? een geheel verkeerden naam opgeeft, van welken de bewerker hem te voren verzekerd heeft, dat hij de zijne is. Men kan hem in den waan brengen, dat hij van beroep, zelfs van sexe veranderd is, dat hij ouder of jonger is, dan werkelijk het geval is, dat hij zich op eene verwijderde plaats bevindt; men kan hem allerlei wartaal doen spreken, hem het gevoel opdringen, dat hij beschonken is, en wat dies meer zij.

Eindelijk kan men hem in slaap brengen; dan echter treedt hij den tweeden graad van het mesmerisme in, waarover straks.