Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/272

Deze pagina is gevalideerd
 

EENE ZALMKWEEKERIJ.

 

 

Den 13den Julij 1853 werd te Perth eene vergadering gehouden van landeigenaars aan de Tay, met het doel, om maatregelen te beramen, ten einde aan deze rivier eene zalmkweekerij aan te leggen. De graaf van Mansfield, die bij deze vergadering voorzat, gaf aan de tot dit einde benoemde Commissie verlof, om op zijne uitgestrekte goederen eene plek te kiezen, welke daarvoor de vereischte geschiktheid bezat. Nadat de voorbereidende werkzaamheden waren afgeloopen, werden drie honderd bakken op vijf-en-twintig evenwijdige rijen geplaatst, gereed om de bevruchte eijeren te ontvangen. Den 23sten December 1853 werden er 300,000 ingebragt, en den 31en Maart 1854 kwam het eerste vischje daaruit te voorschijn, terwijl in den loop van April en Mei het meerendeel der anderen uitkwamen. In Junij liet men de jonge vischjes, die inmiddels eene gemiddelde lengte van 1½ duim hadden bereikt, overgaan in den daarvoor ingerigten vijver, die met eene sluis van de rivier de Tay was afgesloten, terwijl men nu aanving hen te voeden met gekookte lever, die met de hand werd fijngewreven. In weerwil van de gestrenge winterkoude bleven zij volkomen gezond en hadden in de lente van het volgende jaar eene lengte van drie tot vier duim bereikt. Den 19den Mei besloot men nu de sluis te openen, ten einde zij in de Tay zouden kunnen overgaan en zoo verder den weg naar zee vinden. Het duurde echter tot den 24en derzelfde maand, eer de eerste vischjes van deze hun verleende vrijheid gebruik maakten, welk voorbeeld later door andere, in kleine troepjes, gevolgd werd, ofschoon ongeveer de helft in den vijver achterbleef.

Men besloot van deze gelegenheid partij te trekken ter onder-