Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/708

Deze pagina is gevalideerd
282
DE KARPER.

geschoten is neemt men de ouden wederom uit den vijver en bewaart die in afzonderlijke bakken om hen te verkoopen, of wel brengt hen eerst eenigen tijd in den mestvijver om vet te worden. Men zou even goed kuit uit de slooten en plassen van den omtrek kunnen opzamelen en in den kuitvijver nederleggen, doch vooreerst is men niet zeker, dat die bevrucht is, en ten tweede zijn de jongen dan van wilden, en groeijen, gelijk wij boven zeiden, minder goed. Men laat nu geen water uit dien vijver en wacht de ontwikkeling der jonge karpers af. Niet zelden worden er zooveel geboren dat het water geheel vol is van vischjes en er zelfs zooveel zijn, dat zij elkander in het groeijen beletten en men er werkelijk mede verlegen is. Men schept nu netten vol jongen er uit, brengt die in andere vijvers als men die gereed heeft, of bezigt die tot mest voor den grond, voedert er de varkens mede, of wel, men werpt in den vijver eenige snoeken en baarsen die spoedig ruimte maken. In het volgende voorjaar laat men de overgeblevene jongen in den groeivijver overgaan en een jaar later uit dezen in den mestvijver om vet gemest te worden. Tot de noodige voorzorgen om den teelt goed te doen slagen, behoort het verwijderen van kikvorschen, die de kuit opeten. Eenige kreeften zijn daarvoor het beste middel, ofschoon, als er van deze dieren te veel zijn, ook zij zich aan jonge karpers vergasten. Eenden verwijdert men het best door oude lappen linnen aan lange staken, in het water geplant, te bevestigen. Overigens zorgt men om snoek en baars buiten de vijvers te houden en vischdieven te beletten met de vetste karpers te gaan strijken. Deze lokken de karpers bij nacht met vuur en vangen die met netten of wel met ijzeren drietanden, ook wel door verdoovende zelfstandigheden, b.v. zaden van aristolochia in het water te werpen, waardoor de karpers bedwelmd worden en zich met de hand laten vangen: allen kunstjes, die reeds ten tijde van plinius bekend waren. Het voederen geschiedt door alles in het water te werpen wat wij boven opgenoemd hebben als voor den karper geschikt voedsel, vooral bladaarde; echter moet men niet met voederen beginnen als men geen voorraad heeft om vol te houden, want de aangeborene traagheid van dezen visch doet hem liever