Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/390

Deze pagina is proefgelezen
360
DE BOSSCHEN EN HUN INVLOED OP DEN

had hernomen, daalde het water niet meer, maar steeg allengs tot zijne vorige hoogte. Spreekt hieruit niet ten duidelijkste de invloed der bosschen op het klimaat?

Het tweede voorbeeld wil ik ontleenen aan den toestand der zuidelijke Alpen-departementen van Frankrijk.

Zoo als reeds opgemerkt is, zijn ten tijde der omwenteling vele bosschen in Frankrijk uitgeroeid. Reeds weinige jaren daarna hebben zich in de bergachtige streken de nadeelige gevolgen daarvan doen gevoelen. De verslagen door de prefecten van de streken der Vogesen en der Alpen in 1804 aan de Fransche regering uitgebragt, gewagen alle van het ontstaan van wilde bergstroomen, die den akker verwoesten, en jammer en ellende tot ver in de dalen verspreiden. Zij schrijven eenstemmig de oorzaak der kwaal toe aan het verminderen der bosschen op de hoogten. Die nadeelen zijn in de daarop volgende jaren niet verminderd, en ten laatste heeft de Fransche Akademie het van belang geacht, een harer leden derwaarts te zenden, om die zaak te onderzoeken. Blanqui heeft daarop de departementen Basses en Hautes Alpes, Isère en Var doorkruist en den 25 Nov. 1843 een verslag zijner zending aan de Akademie aangeboden, dat waarlijk treffend mag genoemd worden. Het zij mij vergund aan dit verslag de volgende trekken te ontleenen.

Terwijl elders de hellingen der bergen met digte wouden overdekt zijn, is in de meeste streken der genoemde departementen niet alleen het opgaand hout verloren gegaan, maar ook de struiken, buksboom, brem, heide, die de bewoners als brandstof en strooimiddel gebruikten. Ja zelfs, tusschen Grenoble en Briançon in het dal der Romanche, bevinden zich verscheidene dorpen, die zulk een gebrek aan hout hebben, dat zij hun brood moeten laten bakken met behulp van stikstofhoudende brandstof, namelijk met koemest, die in de zon gedroogd is. En mogt dit bewijs van den nood der bevolking nog te zwak bevonden worden, zoo kan men daarbij voegen, dat het brood gewoonlijk voor een geheel jaar gebakken wordt, dat men het met de bijl stuk hakt en dat blanqui zelf in September een stuk brood heeft gevonden, dat hij in Januarij had aangebroken.

Het nadeel daaruit ontstaan is zoo groot, dat de eigenaren hun