Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/47

Deze pagina is proefgelezen
27
DE VLIEGENDE VISCH VAN 1857 en 1657.

kingen van de natuurkundigen der 19de eeuw, vergeleken met die der 17de. De navolgende zinsneden zijn genomen uit het werk getiteld: toonneel van CHINA enz. geopent en verheerlijkt nieuwelyks door d'E. Vader athanasius kircherus Priester der Sociëteit jesu, in 't Latijn beschreven en van j. h. glazemaker vertaalt, en luiden woordelijk als volgt:

't Geen dat ik nu zal zeggen gaat boven alle verwondering. In 't Lantschap Quantung is zeker beest 't welk van de Sinezen Hoangcio iju, dat is gele Visch genoemt word: want hetzelfde is nu een visch en dan een vogel. In de Zomer is het een vogel, geel van verwe, gelyk degeen, die in 't Latyn Galgalus word genoemt, en, over 't gebergte vliegende zoekt zyn aas op de wyze der vogelen, maar als de Herfst geeindigt is, keert het weer naar de zee en verandert in een Visch, die alleenlyk in de Winter van d'inwoonders, uit lekkerny dewyl hy zeer zoet en aangenaam van smaak is, gevischt en gevangen word. Indien men naar d'oorzaak van deze zo wonderlyke verandering vraagt, ik antwoord dan vooreerst met t'onderstellen dat dit geensins tegen de naturelyke beginselen stryd, dewyl wy dagelyks dusdanige verandering in de bloedeloze beestjes aanschouwen, want wy zien dat veel wormen in kleine vliegende beestjes, als witjes en schoenlappers, gelyk zy van de kinderen genoemt worden, veranderen, dat zekere waterwormen, uit de vuiligheit op de schulpen voortgekomen, zo haast zy in de lucht geraken, op vier vleugels, als op riemen overal zweven.

Iemant zal misschien zeggen, dat men dit ligtelijk in de bloedeloze, maar niet in de volmaakte beesten toestaan kan. Ik in tegendeel zeg, dat men in de volmaakte beesten ook diergelijke veranderingen aanschout: want wat anders zyn de Schotsche eendvogels te voren, als wormen, die echter, allengs vleugelen en vederen gekregen hebbende, in eendvogels, of ganzen veranderen. Dit zy genoech om de waarheit van de zaak te getuigen. Doch daar is noch overig te verklaren hoe de verandering van de gele visch in een vogel geschied. Maar dewijl men zwarelijk kan bevatten hoe een visch tot een pluimdragend beest kan worden, t' en zy een zeer grote verandering daar by koomt, zo heb ik dienstig geacht d' oorzaak daar af van hoger op te halen. En om dit t' ontdekken heb ik lange tyt bezich geweest in alle d' omstandigheden van deze gele visch t' onderzoeken, tot dat een der Vaderen van onze Sociëteit, die enige jaren lang in 't Sineesch Eilant