Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/715

Deze pagina is proefgelezen
187
TWEE DER SCHOONSTE WATER VALLEN DER WERELD.

der nederdalende zon daardoor bedekt werden, verhief zich de rots, die het dal sluit, om verderop de hooge vlakte van het Hardanger tafelland te vormen, alwaar een klein eind verder de Mjös-Vand ligt, uit welks schoot de Maan-Elv geboren wordt.

Men ontwaart de rivier het eerst als eene massa van kokend schuim, zooals zij om den hoek van eene tot een doortogt gespleten reeks van zwarte rotsen heenschiet; dan buigt zij zich in het begin van haren val regtsom en stort zich met eenen enkelen 500 voet hoogen sprong in eenen hollen ketel van naakt, zwart gesteente. Het water is reeds schuim bij het begin van den val, en de eene golf voor en de andere na, wanneer zij in de lucht geworpen den stoot van den eeuwig om den schrikkelijken afgrond heerschenden wervelwind voelt, lost zich nedervallende in parelsnoeren op en stroomt fladderend als eene sjerp van het rijkste kant werk naar beneden. Het is geen water meer, het is de geest des waters!

De bodem is aan het oog onttrokken door een op en neer golvend, naar sneeuw gelijkend dampkleed, in welks plooijen de stralen schuim als sterren flonkeren; daaronder, wanneer bij wijlen de wolk zich verdeelt, schittert hij voor oogenblikken als de zuiverste smaragd. Men zoude wanen in deze lichtende bliksems van zilver en groen het glinsterende paleis eener onderaardsche Fee of Undine te zien. Die schemerende diepte, welke het menschelijke oog slechts gedeeltelijk doordringt en een menschelijke voet nimmer betreden zal, — welke geheimvolle wonderen mogen daar verborgen liggen! En rondom dit tooneel vol onbeschrijfelijke liefelijkheid stijgen de huiveringwekkende rotsmuren, bevochtigd door het nimmer opdroogend water, waarmede zij overspat worden, en bedekt met strepen van weelderig groeijende groene zoden, van uit de diepe kloof onder onze voeten naar omhoog, om nog ver boven onze hoofden hunne onregelmatige toppen naar den hemel te verheffen.

Ik geloof niet dat ik mij aan overdrijving schuldig maak, wanneer ik beweer, dat de Riukand-Fos de schoonste waterval der wereld is. Bij zijnen aanblik stokte onwillekeurig mijne ademhaling, mijne polsen sloegen sneller,—eene onbedriegelijke werking van ware schoonheid. Dit geheele tooneel, met zijne grootsche, schier reusachtige