Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/767

Deze pagina is proefgelezen
239
HET MELKSAP DER PLANTEN.

geheel het voorkomen van dierlijke melk heeft, een gewoon en gezond voedsel der bewoners van de Cordilleras uitmaakt. Deze plant, die men op nevenstaande teekening afgebeeld ziet, is gewis een der wonderen van de plantenwereld. Wij zijn de eerste berigten omtrent dezen boom verschuldigd aan den voor weinige weken overleden Nestor der natuurwetenschappen, aan alex. von humboldt, die tijdens zijne reis in Zuid-Amerika de melk van den boom zelf gedronken, en hem niet onjuist den naam van Galactodendron utile gegeven heeft.

Het is een merkwaardig schouwspel, zegt von humboldt, om dezen statigen, meer dan 60 voet hoogen boom, met zijnen regten onverdeelden stam en breede bladerenkroon te zien, die met zijne dikke wortels ter naauwernood in den steenachtigen bodem indringt. Terwijl maanden lang geen droppel regen of dauw zijne takken bevochtigt, is de dikke stam gevuld met het heilzame melkvocht, dat vooral des morgens bij het aanbreken van den dag het rijkelijkst uit de insnijding uitvloeit. Op dezen tijd ziet men de bewoners uit den omtrek van alle kanten haastig aanloopen met breede vaten gewapend, om de melk op te vangen. Sommigen drinken het sap onmiddellijk, anderen brengen het huiswaarts, om hunne kinderen te voeden; men zou meenen het gezin van een herder te zien, dat zich om hem verzamelt, om van hem de voortbrengselen zijner kudde te ontvangen."

Op von humboldt's aanbeveling hebben later boussingault en de rivero, toen zij Zuid-Amerika bereisden, het melksap dier plant naauwkeurig onderzocht. Het vocht, zeggen zij, vertoont zich uitwendig geheel als koemelk, met dit onderscheid alleen, dat het een weinig slijmig is, ook de smaak is nagenoeg dezelfde. Maar in scheikundige eigenschappen verschilt het daarvan aanmerkelijk. Door zuren wordt de plantaardige koemelk niet gestremd, door alkohol ter naauwernood. Zacht verwarmd, zoo vormt zich een vlies aan de oppervlakte, volkomen als bij onze gewone melk. Maar neemt men dit vlies weg en zet men de verwarming voort, dan ontstaan er olieachtige droppels, die vermeerderen, naar mate het water door verdamping ontwijkt en eindelijk verkrijgt men eene olieachtige vloeistof, waarin vezelen drijven, die drooger en hoornachtiger worden, naar mate de temperatuur der