Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/786

Deze pagina is proefgelezen
258
ALEXANDER VON HUMBOLDT.

in hoogen ouderdom, in 1852, zijne glansrijke loopbaan. Nadat hij het strijdzwaard had afgelegd, bragt hij zijne overige dagen door in hooge staatkundige betrekkingen, geëerd door Engelands volk en de vraagbaak en raadgever zijner beminde koningin. Het prachtige monument te zijner eere opgerigt, the iron Duke, verkondigt zijn wel gevestigden roem.—Alexander von humboldt, die zijne twee beroemde tijdgenooten overleefde, is den 6den Mei van dit jaar op bijna negentigjarigen leeftijd ontslapen, door de geheele beschaafde wereld vereerd als de onsterfelijke grootmeester op het gebied der natuurwetenschap.

Wij zullen ons niet vermeten als lofredenaar zijner groote verdiensten op het gebied der natuurwetenschap op te treden; nog veel minder eene volledige levensbeschrijving te geven van den edelen grijsaard; zelfs niet eens eene uitgewerkte schets te ontwerpen van zijn eerbiedwaardig beeld. Wij verwachten, dat later eene bekwamere hand wel het werk zal ondernemen om zijn leven, dat drie menschenleeftijden omvatte, uitvoerig en naar waarde te teekenen. Wij wilden alleen voldoen aan de vereerende aanvraag der redactie van dit tijdschrift en een blik werpen op zijn leven en werken, om den lezers van dit tijdschrift en den talrijken vereerders van humboldt in ons vaderland een vlugtig overzigt te geven over het belangrijke leven van dien waarlijk groeten man.

 

Friedrich heinrich alexander von humboldt werd den 14 Sept. 1769 te Berlijn uit een zeer aanzienlijk geslacht geboren. Nog geen tien jaren oud verloor hij zijnen vader, den vrijheer georg von humboldt, die in den zevenjarigen oorlog als majoor gediend had en later kamerheer van den koning van Pruissen was geworden. Hij genoot met zijnen ouderen broeder wilhelm in het huis zijner moeder eene zorgvuldige, wetenschappelijke opvoeding. In den herfst en winter van 1787 en 1788 bezocht hij de universiteit te Frankfort aan den Oder, sleet den volgenden zomer en winter te Berlijn, om daar de technologie met betrekking tot het fabriekswezen te bestuderen en om zich tevens in navolging van zijnen broeder met meer ernst op de kennis der Grieksche taal toe te leggen. Omstreeks dezen tijd sloot hij met den toen reeds beroemden botanicus willdenow eene naauwe