Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/826

Deze pagina is proefgelezen
298
HERDER.

van zeeën en kusten, bergen en vlakten, klimaat en grond op stammen en volken, op hunne zeden, gewoonten, op hunne levens- en wereldbeschouwing. Nu ontrolt hij de kaart der geschiedenis en wijst de natiën aan, die beurtelings eene hoofdrol speelden op het wereldtooneel, vermeldt de hoofdbedrijven van dat groote drama en laat het koor de stem der Nemesis verkondigen, ter verheerlijking van den onzigtbaren, onbekenden God, die de schaal van het evenwigt in handen houdt.

Herder was man van de toekomst. Vast stond bij hem het geloof aan een gestadigen vooruitgang van den menschelijken geest. "Zijne begeerte," dus lezen wij in zijne biographie, "zijne begeerte, om de krachten der natuur na te vorschen, om de wetten van haren werkzamen Geest uit te vinden, werd door de nieuwe ontdekkingen van het galvanisme, die hij zich door zijn vriend ritter liet uitleggen, door werners geognostisch stelsel, door de nog te verwachten ophelderingen over electriciteit, magnetismus en Doctor galls schedelleer, gelijk door alles wat hem de physica en physiologie van camper, soemmerring en anderen toevoerde, gedurig hooger gespannen, en menigmaal wenschte hij eerst nu geboren te zijn, om de resultaten dezer ontdekkingen nog te beleven. "De vorderingen," zoo sprak hij, "in wetenschap, de uitvindingen van den menschelijken geest hebben ons het helder, het ware licht aangebragt. Op dezen weg moeten wij voortgaan en onze kennis der groote natuurwetten voltooijen. Wij behoeven het schemerlicht niet meer van vroegere eeuwen (waarheen eene partij politieke dweepers van den laatsten tijd ons zoo gaarne zoude terugvoeren)." En met betrekking tot die vorderingen in kennis van natuur en menschen, hield hij de kritische wijsbegeerte voor hoogst verderfelijk, vermits zij in de plaats van ervaring en waarneming eene dorre scholastiek stelde, die zelfs heldere koppen benevelde. "Zij," dus besloot hij dan, "en de Fransche revolutie hebben ons eene geheele eeuw achteruit gezet." "

Gelukkig gehuwd, genoot herder den onschatbaren zegen van huisselijken vrede. "Zondags moest men hem zien," schrijft ritter, "als hij rustdag vierde op het land, in den schoot zijner familie. Zóó wordt in geen kerk God gediend, als hier, waar niet het volk, maar