Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/879

Deze pagina is proefgelezen
351
DE LEIDENFROST'SCHE DRUPPEL.

verkrijgt en den vorm van eenen ronden platgedrukten druppel aanneemt, even als kwikzilver dat onder gewone omstandigheden doet. Wanneer de hitte van de spirituslamp groot genoeg is om het gloeijen van het schaaltje te onderhouden, kan men zelfs eene tamelijke hoeveelheid water daarin gieten zonder dat dit begint te koken. Verwijdert men de lamp van het schaaltje, zoodat het zich allengskens afkoelt, dan treedt er een oogenblik in, waarop het water plotseling bijna onder ontploffing begint te koken, de druppel zich snel over het schaaltje uitbreidt en het water naar alle zijden geweldig wordt voortgeslingerd.

De oorzaak van dit verschijnsel bestaat hierin, dat het gloeijend schaaltje door het water niet bevochtigd wordt, met andere woorden, dat dit het metaal niet aanraakt, waardoor de warmte van het schaaltje zich aan het water slechts zeer langzaam kan mededeelen. Wanneer echter de temperatuur van het schaaltje zoover gedaald is, dat de bevochtiging door het water plaats vindt, dan begint het koken met buitengewone hevigheid, daar ook dan nog de temperatuur van het schaaltje aanzienlijk hooger is dan het kookpunt van het water.

Wat is evenwel de oorzaak van dit niet aanraken? Vele natuurkundigen van lateren tijd hebben zich beijverd om al het duistere en raadselachtige, hetwelk dit verschijnsel aankleefde, op te klaren en te ontcijferen. Aan boutigny komt vooral de eer toe, door talrijke proeven en onderzoekingen op dit gebied der natuurkennis licht verspreid te hebben. Wij willen kortelijk de voornaamste gevolgtrekkingen van zijn onderzoek vermelden. Terwijl sommige natuurkundigen voor de oorzaak der vermelde verschijnselen een dampomhulsel aannemen, dat zich tusschen het metaal en de vloeistof vormt en dat zoowel de aanraking verhindert, als ook den overgang der warmte bemoeijelijkt, zijn anderen daarentegen de meening toegedaan, dat het heete metaal eene afstootende werking op de vloeistof uitoefent. Boutigny evenwel neemt een eigen toestand der vloeistof aan, wanneer zij het Leidenfrost'sche verschijnsel te weeg brengt, welke hij met den naam van Spheroidaalstaat bestempelt. Het blijkt uit zijne proeven, dat alle vloeistoffen den spheroidaalstaat kunnen aannemen, zelfs vette oliën, en dat de temperatuur van het schaaltje steeds des