Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/892

Deze pagina is proefgelezen
360
DE TWEE GEWIGTIGSTE NEDERLANDSCHE

dien hij vermoedelijk niet meer gekend heeft, zelfs geheel zwijgt, moet zijn vader in 1590 in elk geval oud genoeg geweest zijn om iets uit te vinden. Maar toch mogen wij uit de woorden van boreel wel besluiten, dat, indien werkelijk de uitvinding van het mikroskoop reeds zoo vroeg geschied is, dan hans of de oudere johannes daaraan geen minder deel zal gehad hebben dan zijn zoon zacharias, die in 1590 nog wel niet meer dan een aankomend jongeling kan geweest zijn.

Zeer jammer is het, dat de kanter en ab utrecht dresselhuijs (De provincie Zeeland, Bijl. p. 88) vergeefsche moeite gedaan hebben om het geboortejaar van zacharias janssen op te sporen. Alleen het jaar van zijn dood 1642 is door hen gevonden. Gesteld echter dat hij op vijf en twintigjarigen ouderdom gehuwd is, dan zoude hij in 1577 hebben kunnen geboren en in 1590 dertien jaren oud geweest zijn.

Geheel onzeker zijn de tijdstippen, waarop het mikroskoop aan Prins maurits en dat aan Aartshertog albert gegeven zijn. De eerste, in 1584 zijnen vader opgevolgd, bevond zich in 1600 op Walcheren, toen daar het leger werd verzameld, dat vervolgens naar Oostende werd overgevoerd en eenigen tijd later den gedenkwaardigen slag van Nieuwpoort leverde. Ook in 1605 bevond zich maurits in Zeeland, alwaar een vrijleger op last der Staten werd uitgeschreven.

Mogelijk heeft hij dus in een dezer beide jaren een mikroskoop van de Middelburgsche uitvinders ten geschenke ontvangen. Wat den aartshertog betreft, zoo is deze in 1595 gouverneur-generaal geworden, en hij kwam eerst in 1596 te Brussel. Drebbel verliet in 1604 zijn vaderland, begaf zich naar het hof van koning jacobus van Engeland, en verliet dezen weder na eenige jaren om zich naar Praag te begeven. Vermoedelijk heeft drebbel gedurende zijn verblijf aldaar het mikroskoop, dat later boreel bij hem zag, nadat hij weder naar Engeland was teruggekeerd, van den Oostenrijkschen aartshertog ontvangen.

Uit een en ander volgt, dat het thans wel is waar niet meer met zekerheid uit te maken is, in welk jaar de uitvinding van het mikroskoop is geschied, maar dat deze in elk geval heeft plaats gegrepen