Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/955

Deze pagina is proefgelezen
35
WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD

lijk waarom zoutzuur met de ozonid-superoxyden waterstofsuperoxyde, met de antozonid-superoxyden chloor geeft. Noemen wij (gelijk in de oude theorie het hypothetische radicaal Murium = Mu, dan is

Zoutzuur = MuO + HO
Chloor = MuO + O(+)

Komt nu zoutzuur in aanraking met een metallisch superoxyde, dan zal deszelfs actieve zuurstof zich werpen op het MuO, indien het een Ozonid is, en er van vormen MuO + O(+) d.i. chloor, terwijl het water zich afscheidt. Is het superoxyde daarentegen een Antozonid, dan zal deszelfs actieve zuurstof zich als Antozon niet met MuO kunnen verbinden, maar wel met het HO, en dit in HO + O(-) d.i. waterstofsuperoxyde veranderen. De volgende diagrammata geven van deze verschillende werkingen voorbeelden:

1) Zoutzuur met bariumsuperoxyde (een Antozonid) geeft chloorbarium en waterstofsuperoxyde.

MuO + HO = BaO + MuO zoutzure baryt
BaO + O(-)= HO + O(-) waterstofsuperoxyde

2) Zoutzuur, met bruinsteen (een Ozonid) in aanraking gebragt, geeft chloormangaan en chloor

2(MuO + HO)= MuO + MnO zoutzuur mangaanoxydule
MnO + O(+) = MuO + O(+)chloor

onder afscheiding van 2HO.

Het is niet te ontkennen, dat deze beschouwingswijze op rationele wijze werkingen verklaart, welke de gewone theorie niet of slechts gewrongen kan toelichten. Doch de tijd van beslissing is nog niet daar.

Gg.
 

Vorschen en visschen die hunne eijeren of jongen met zich dragen.—Reeds zijn er verscheidene voorbeelden bekend van vorschachtige dieren, die hetzij alleen de eijeren of deze en de daaruit gekomen jongen in den larventoestand met zich dragen. Bij de Europesche Alytes obstetricans was het eerste en bij de Zuid-Amerikaansche Pipa het laatste reeds sedert lang waargenomen. Later werd door dumeril (Ann. d. sc. natur., 1853, p. 173) een uit Peru afkomstige boomvorsch (Hyla marsupiata) beschreven en afgebeeld (Pl. 98 der Erpétologie générale), die een zakvormig orgaan op den rug heeft, dat vermoedelijk ook tot opneming van eijeren en de daaruit gekomen larven dient, welk vermoeden schier tot zekerheid verheven werd door de ontdekking van weinland (müller's Archiv 1854, p. 449), die bij eene andere, uit Venezuela afkomstige boomvorschsoort; waaraan hij den naam van Notodelphys ovifera gaf, mede een dergelijken zak ontdekte, die werkelijk eijeren bevatte. Bij deze bekende gevallen heeft thans j. wijman (Americ. Journ. of Science