Pagina:Album der Natuur 1860.djvu/41

Deze pagina is proefgelezen
23
IETS OVER VOORHISTORISCHE CHRONOLOGIE, ENZ.

nevel, waarin dat voorhistorische tijdperk gehuld is, daaraan eene bijzondere aantrekkelijkheid verleent, de weinige op gebrekkige wijze overgeleverde feiten tot een zamenhangend geheel te verbinden en daaruit iets op te bouwen, dat naar eene geschiedenis gelijkt. En zulk een streven is voorzeker niet af te keuren, mits men zich daarbij telkens in herinnering brengt, dat men uit onzekere gegevens geene zekere besluiten kan afleiden.

Elk volk heeft zulk eene voorhistorische periode en evenzoo het menschelijk geslacht. Zij vangt aan met het eerste optreden van den mensch op aarde. Wanneer heeft zulks plaats gehad? Gewigtige vraag voorzeker! In den loop der laatste jaren hebben zoowel geschiedkundigen als geologen haar trachten te beantwoorden of, om juister te spreken, de verst verleden tijden aan te wijzen, gedurende welke reeds menschen geleefd zouden hebben. En hoewel deze pogingen nog geenszins tot afdoende zekerheid hebben geleid, zoo is het toch niet te ontkennen, dat het der wetenschap gelukt is eenige feiten aan het licht te brengen, die welligt eenmaal haar in staat zullen stellen op vasteren grond dan nu nog mogelijk is, de beantwoording dier vraag te beproeven.

Dat het menschelijk geslacht veel ouder is dan uit de oudste Israëlitische oorkonden schijnt te volgen, wordt thans wel door weinigen, die zich met het wetenschappelijk onderzoek van dit vraagstuk hebben bezig gehouden, meer betwijfeld.

Prichard, die met eene veelomvattende geleerdheid en bewonderingswaardige scherpzinnigheid de eenheid van den oorsprong van het geheele menschelijk geslacht heeft zoeken te bewijzen, komt aan het slot van zijn steeds merkwaardig boek tot het besluit, dat, om de vele veranderingen te verklaren, die het menschelijk ligchaam allengs ondergaan heeft, waardoor de verschillende rassen ontstaan zijn, die thans de aarde bevolken, men wel gedrongen wordt aan te nemen, dat het menschdom verscheidene duizenden jaren ouder is, dan gewoonlijk wordt gemeend.

Hiermede in overeenstemming zijn de uitkomsten der nasporingen van lepsius en van bunsen, aangaande de Egyptische oudheid. Om niet te uitvoerig te worden, zij het hier voldoende, eenige jaartallen