Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/138

Deze pagina is proefgelezen
116
HET KEUKENZOUT.

ligging voor de communicatie niet met volle kracht worden bearbeid.

Het middel om het klipzout te verkrijgen is niet altijd hetzelfde. Dit hangt af van de omstandigheid, of het klipzout boven of aan de aardoppervlakte reeds zigtbaar is, of door loodregte en horizontale gangen en boorgaten bereikbaar moet gemaakt worden; alsmede of het slechts onder de aardoppervlakte of door eene bedekking van bergen verborgen wordt.

Vertoont zich het zout, zooals te Cardona, boven den grond, dan wordt het even als de gesteenten op de gemakkelijkste en goedkoopste wijze gewonnen. In Cardona laat men de zoutmassa's zich van den zoutberg losrukken, door het springen van buskruid.

In het voorbijgaan zij aangemerkt, dat die zoutberg, 300 voet reikende boven de stad, zeker een allermerkwaardigst natuurverschijnsel uitmaakt. Het zout heeft daar somtijds eene roode en dan weder eene prachtvolle blaauwe kleur, die met den fraaisten saffier wedijvert. De roode kleur meent men dat aan monaden moet worden toegeschreven; de blaauwe verdwijnt in de oplossing en toont geene de minste reactie op metaal; zij schijnt derhalve door eene lichtspeling te ontstaan. De bezoekers dezer streek kunnen crucifixen, vazen en sieraden, van het klipzout gemaakt, als zeldzaamheden aankoopen. (Zie verder Album der Natuur, 1858.)

Ligt het natuurlijke zoutmagazijn, de zoutbedding, onder de aarde, dan is de bewerking met de toenemende diepte des te kostbaarder. Wie denkt hier niet aan de wereldberoemde zoutwerken van Wieliczka, die alleen vijftig millioen ponden zout verschaffen, en waarin gemiddeld 900 à 1000 menschen over eene uitgebreidheid van uren gaans arbeiden, en in welk bergwerk de bezoeker zich niet anders kan voorstellen, dan in eene onderaardsche stad van zout rond te dwalen, daar het getrappel der paarden, het rollen der wagens, het gedruisch van menschen, het galmen der slagen van houweel, beitel en hamer hem geen ander denkbeeld kan opdringen.

De aderen van die reusachtige zoutgroeven strekken zich waarschijnlijk onder den geheelen keten van het Karpathisch gebergte uit, tot in Zevenbergen en Moldavië, want de zoutkristallen, die men daar vindt, komen geheel in aard overeen met die van Wieliczka.