Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/234

Deze pagina is proefgelezen
208
VLECHTERS, MANDENMAKERS, WEVERS,

van het vlas, van den hennep en van onderscheidene andere plantenstengels, het zaadpluis van den katoenboom, het haar van velerlei dieren, de zijde door rupsen gesponnen,—dat alles wordt door hem gebruikt om er kunstige weefsels uit zamen te stellen, die hem tot kleeding strekken, en tot het bereiken van vele andere oogmerken, waardoor zijn leven onderhouden of veraangenaamd wordt.

Maar hoe talrijk die door den mensch aan de natuur ontleende stoffen ook zijn, hoe groot ook de verscheidenheid zij der daaruit door hem vervaardigde voortbrengselen, toch wordt hij in dat opzigt door de dieren verre overtroffen. Ook onder hen zijn vlechters, mandenmakers, wevers en viltwerkers, maar terwijl de mensch, alleen door zijn verstand en ervaring geleid, uit de verschillende stoffen, die de natuur hem aanbiedt, slechts eenige weinige kiest, die hem gebleken zijn het meest geschikt te wezen voor de door hem beoogde doeleinden, is daarentegen het getal der door dieren tot dergelijke doeleinden en op dergelijke wijze verwerkte stoffen overgroot. Geene plant, of hare takken, wortelen, bladeren, het donzig bekleedsel van jeugdige knoppen en zaden, waar dat aanwezig is, worden door dezen of genen vogel tot het bouwen van zijn nest aangewend. Evenzoo strekken het haar van allerlei zoogdieren, de vederen zijner geslachtsgenooten of van zijn eigen ligchaam hem tot het spreiden van een zacht bedje voor zijne eijeren en jongen, terwijl eindelijk niet enkel de zijde van den zijdeworm, maar ook die van honderde andere soorten van rupsen en zelfs van spinnen hem een welkom middel aanbieden om de verschillende deelen zijner woning tot een stevig geheel te verbinden. Ja ook de reeds door den mensch tot draden en weefsels verwerkte stoffen versmaadt menige vogel geenszins, maar weet daarvan voor zijne bijzondere oogmerken partij te trekken.

Inderdaad, indien er in de dieren-maatschappij eene belasting geheven werd van de produkten hunner nijverheid, dan zoude het niet weinig moeite kosten daarvoor een behoorlijk tarief te ontwerpen, zoodat de tolbeambten elk dier produkten tot eene bepaalde klasse konden brengen, overeenkomstig den aard der stoffen, waaruit deze zijn zamengesteld.

Ook wane men niet, dat elke diersoort zoo blindelings door haar