Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/335

Deze pagina is proefgelezen
307
DE SPINNERS ONDER DE DIEREN.

toe, in digtgesloten rijen nevens elkander, de achterste steeds stootende met de koppen tegen de achtereinden der voorste en daaraan met eenige spinseldraden vastgehecht. Zoo trekken zij in digt gesloten kolommen voort over de eikenboomen, op haren weg zich voedende met de bladeren van deze, en, waar zij verschijnen, de grootste verwoesting aanrigtende. Geheele bosschen vertoonen zich, na haar bezoek, als de boomen in den wintertijd, met geheel kale, ontbladerde takken, en soms zelf gebeurt het, dat dit vraatzuchtig heirleger, wanneer het zijnen honger niet meer aan eikenloof stillen kan, ook op de bladeren van andere boomen, berken en beuken, aanvalt, ja dat het eindelijk zelfs op de akkers, onder het vlas, erwten en boonen groote schade aanrigt.

Dat verschillende soorten van rupsen haar spinsel bezigen tot zamenhechting van andere zelfstandigheden, waaruit zij zich eene woning bouwen, is reeds herhaaldelijk uit vroeger medegedeelde voorbeelden (jaarg. 1860, bl. 357, 358 en 1861, bl. 171, 255) gebleken. Wij gaan deze thans voorbij om nog een woord te zeggen over de door vele rupsen gesponnen verblijfplaatsen, waarin zij hare gedaanteverwisseling ondergaan. Men noemt deze soort van nesten gewoonlijk cocons; zij zijn met veel meer zorg gemaakt dan die, welke slechts gebouwd zijn om een tijdelijk toevlugtsoord aan de bewoners te verschaffen, die het grootste gedeelte van hunnen tijd rondzwervende en etende doorbrengen. Doch er komt voor alle rupsen, die althans niet vroeger reeds de prooi zijn geworden van een harer menigvuldige vijanden, een tijdstip, waarop zij voor het laatst hare huid zullen afwerpen, om daaruit als gevleugelde insekten, als vlinders, te voorschijn te treden. Aan dit gewigtigste tijdstip in het leven eener rups gaat echter een tijd van stille voorbereiding vooraf, die weken of zelfs maanden duren kan. Is de rups reeds een hulpeloos wezen gedurende haar eerste levenstijdperk, nog veel meer wordt zij dit, nadat zij, schijnbaar dood, in dien toestand is overgegaan, welke men gewoonlijk dien van »pop" noemt. Ook vermenigvuldigen zich nu hare voorzorgen om zich tegen vijandelijke aanvallen te beveiligen. Teruggetrokken in eene harde hoornachtige huid, die alle weeke deelen overdekt, neemt zij eene gedaante aan, waarin men bezwaarlijk meer het vroegere dier zoude herkennen.