Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/386

Deze pagina is proefgelezen
358
DE GEOGRAPHISCHE VERSPREIDING DER DIEREN.

Wanneer ik zeg »de Hippopotamus woont in Afrika" en «Afrika wordt door den Hippopotamus bewoond", dan zou men al ligtelijk kunnen meenen, dat ik twee malen hetzelfde had gezegd, en dat slechts de vorm der uitdrukking verschilde. In een zekeren zin is dat ook zoo, en nogtans koos ik deze twee wijzen van uitdrukking om daardoor het verschil van twee oogpunten aan te wijzen, waaruit men de verspreiding der dieren en planten beschouwen kan. Er is eene geographische dierkunde en eene dierkundige geographie. De laastgenoemde beschouwt de verschillende landen en gewesten als woonplaatsen van verschillende diersoorten; de eerste beschouwt de verschillende diersoorten als bewoners van verschillende gewesten. Met deze geographische dierkunde zullen wij ons hier alleen of althans hoofdzakelijk bezig houden.

Bij eenig nadenken zal elk ligtelijk zien, dat tot de beschrijving van een land of gewest ook de opsomming der natuurlijke voortbrengsels van dat land behoort. De planten, die er bij voorkeur of in groote menigte groeijen, geven aan dat gewest dikwerf een eigenaardig voorkomen, en een alluviaal gewest der warme of tropische gewesten zou, zonder zijne eigenaardige plantenvormen, van een Hollandsen landschap niet te onderscheiden zijn. Planten en dieren, als kenmerkende voortbrengsels van eenig land, maken een der onderwerpen uit, met welke de natuurkundige aardrijksbeschrijving zich bezig houdt.

Geographische dierkunde is daarentegen een gedeelte der dierkunde. Terwijl tot de kennis van Afrika behoort, dat ik weet, dat in dat werelddeel de Hippopotamus leeft, zoo behoort het daarentegen tot de kennis van den Hippopotamus, dat hij in Afrika gevonden wordt.

Met de aanwijzing van een werelddeel als woonplaats eener diersoort is echter weinig gezegd. Afrika maakt in dit opzigt misschien eene uitzondering, want het is merkwaardig, hoe uitgestrekt de verspreiding van vele diersoorten is over dat groote werelddeel. Wat den Hippopotamus b.v. betreft, het lompe dier draagt zijnen antieken naam reeds bij herodotus, die het in Egypte leerde kennen, en tot aan de zuidspits van Afrika wordt het aangetroffen, waar Hollandsche kolonisten aan het rivier-paard den naam van zee-koe hebben gegeven.