Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/151

Deze pagina is proefgelezen
131
VAN HET MENSCHELIJK GESLACHT.

vreemde en veelal zeer onregtzinnige beweringen, ook het bestaan van verscheidene werelden vóór adam zou geleerd hebben. Noch in vroegeren, noch in lateren tijd heeft echter iemand in dit opzigt meer gerucht gemaakt, dan isaac la peyrere, een Gascon, geboren te Bordeaux, die in 1655 of welligt reeds in 1653 een boek uitgaf, dat te Amsterdam gedrukt werd en tot titel voerde:" De Voor-Adamiten, of oefening over het 12de, 13de en 14de vers van het vijfde hoofdstuk van den brief van Paulus aan de Korinthiers" [1]. Dit boek lokte niet alleen eene menigte tegenschriften uit, het werd ook kort na zijn in 't licht verschijnen veroordeeld om door beulshanden verbrand te worden en berokkende, schoon het nameloos uitgegeven was, zijnen schrijver zeer groote onaangenaamheden. La peyrere beweert in dit geschrift, dat God op den zesden scheppingsdag menschen, mannen en vrouwen, schiep aan alle oorden der aarde, even als God op vroegere scheppingsdagen ook overal en niet slechts op eene enkele plek der aarde dieren en planten had geschapen. Verder neemt hij aan, dat God langen tijd daarna adam schiep om de vader te zijn van zijn eigen volk, te weten het Israëlitische, welke schepping van adam beschreven is in Genesis II en volgens hem geheel iets anders is dan de schepping der menschen, waarvan Genesis I spreekt. Voorts houdt hij het er voor, dat de zondvloed alleen dat gedeelte der aarde heeft overdekt, dat door de afstammelingen van adam bewoond werd, terwijl daaruit van zelf volgt, dat, evenmin als alle volken van adam afstammen, het ook niet en

  1. La peyrere was protestant en bekleedde eene betrekking bij den Prins de condé. In 1656 werd hij te Brussel op last van den Groot-Vicaris van den Aartsbisschop van Mechelen opgeligt en gevangen gezet. De invloed van den Prins de condé verloste hem, doch kon niet beletten, dat hij zich naar Rome moest begeven om van den Paus vergiffenis te vragen voor de door hem verkondigde ketterijen, en, tot het Roomsch-Catholicisme over te gaan. Hij bleef echter tot zijn dood zijne opiniën aankleven. — Een zijner vrienden verzocht hem om zijn boek (Prae-Adamitae, sive exercitatio super versibus 12, 13 et 14 capitis V epistolae D. Pauli ad Romanos) van hem te mogen hebben, avant qu'il fút mis en lumière, "voor het in het licht", d.i. in de door den beul aangestoken vlam, kwam." "La peyrere zond het hem, met den volgenden bekenden, maar in één woord gewijzigden versregel van ovidius: Parve, nec invideo, sine me, liber, ibis in ignem. "Klein boekje, gij zult zonder mij, — en ik benijd het u niet, — in het vuur (bij ovidius staat: in urbem, naar de stad, d.i. Rome) gaan."