Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/170

Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
150
OVER DEN VERMOEDELIJKEN OUDERDOM

gerucht gemaakt. Zeer laag in dat terrein, waarvan de bovenste lagen achtereenvolgends voorwerpen uit den nieuweren tijd, uit den tijd der Romeinen en uit den voor-Romeinschen, zoogenaamd Keltischen tijd bevatten, vindt men, met beenderen van uitgestorven diluviale dieren, voorwerpen van vuursteen, die boucher de perthes reeds in het genoemde jaar beschreef en vertoonde onder den naam van bijlen, die toen echter door de meesten niet als voortbrengselen van menschelijke kunst erkend werden, — maar waarop, gelijk ik zeide, in den laatsten tijd de aandacht sterk gevestigd is geworden. De meeste dier zoogenaamde bijlen zijn platte stukken vuursteen van verschillende grootte, van een eironden vorm met een breed en een min of meer spits uiteinde, aan het rondere en breedere gedeelte dikker en van daar en naar de punt dun afloopende in een scherpen rand. De beide min of meer bolle oppervlakten bezitten afdeelingen of facetten, blijkbaar afkomstig van afgeslagen schilfers. Velen zijn bedekt met eene korst van koolzure kalk. Eenige andere dier steenen bezitten eene eenigzins andere gedaante, daar zij op zekeren afstand van het breede einde meer plotseling smaller worden en zoo eene dikke tandvormige spits vormen. Er zijn ook nog andere vormen onder de door boucher de perthes verzamelde en beschreven vuursteenen, doch de aangehaalde 85 zijn de belangrijkste, en onder


Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Vuursteenenbijl.


de overigen zijn er ongetwijfeld, die louter en alleen aan het toeval hun vorm te danken heb-