Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/189

Deze pagina is niet proefgelezen
169
VICTORIA REGIA.

niet de geheele verzameling op eens aan dezen of genen invloed van misschien ongunstigen aard werd blootgesteld. Tot zijne niet geringe vreugde zag smith, de 1ste hortulanus te Kew, de eerst ontvangene zaden weldra teeken van leven geven en hunne kiem ontplooijen, zoodat 6 korrels, die den 28en Februarij aan de aarde waren toevertrouwd, reeds den 23en Maart tot welig tierende jonge planten waren uitgegroeid. Met denzelfden gunstigen uitslag werd de behandeling der zaden van de volgende bezendingen bekroond, en zoo zag dus de tuin te Kew zich op eenmaal in 't bezit van talrijke jonge Victoriaplanten, welke de schoonste toekomst beloofden. Het kwam er nu slechts op aan die planten in het leven te houden en tot de ontwikkeling van bloemen te brengen.

Niet geheel op eigen krachten steunende, werden door SMITH aan enkele andere tuinen, waarin eene geschikte gelegenheid bestond om de Victoria op te kweeken, jonge planten afgestaan. Onder dit getal was ook begrepen de buitenplaats Chatsworth van den hertog van devonshire, en hier was het dat de eerste bloem der Victoria zich opende. Den 8en November had deze gebeurtenis plaats, en wij behoeven naauwelijks te verzekeren, dat van dat tijdstip de Engelsche en na deze ook de aan den tuinbouw gewijde tijdschriften van andere natiën waren opgevuld met bijzonderheden, alle betrekking hebbende op de vreemde en zoo vurig gewenschte gast. Het verdient opmerking, dat de tuinman van den hertog van devonshire de bekende paxton was, die later, als ontwerper van het best gekeurde plan ter oprigting van een paleis voor de wereldtentoonstelling te Londen, zich een welverdienden naam heeft verworven.

In den tuin te Kew werden de eerste bloemen niet vóór het jaar 1850 gezien. Van deze werd zaad gewonnen en zóó niet alleen voor de instandhouding der schoone Waterlelie, maar tevens voor hare verspreiding over geheel Europa gezorgd. Inderdaad beijverden zich weldra verschillende kruidtuinen en inrigtingen voor den tuinbouw om ook in hunne kassen der Victoria eene harer waardige plaats in te ruimen; ja wij durven beweren, dat het bezit eener plant zelden zoo vurig begeerd en in spijt van zoovele geldelijke opofferingen werd nagejaagd als dat der Amerikaansche Waterlelie.