Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/198

Deze pagina is niet proefgelezen
178
VICTORIA REGIA.

nemen. Dringen zij de huid in, dan veroorzaken zij niet alleen pijn, maar eenigen tijd daarna — somwijlen wel eerst na een of twee dagen — zwelling en eene brandende jeukte, en, dit in het oog houdende, wordt het ons meer nog dan vroeger begrijpelijk, hoe bezwaarlijk het onzen vroeger genoemden reizigers viel, die bladen te verzamelen, en hoe veel moeite het kostte om geheele Victoria-planten van de eene plaats naar de andere over te brengen.

Wij gelooven niet te veel te zeggen, als wij, met het oog op het voorafgaande, het blad der Victoria regia haar grootste sieraad noemen; want, wenschen wij ook al niets te kort te doen aan de schoonheid en het smaakvolle harer bloem, toeh kan het niet ontkend worden, dat het verschil tusschen laatstgenoemde en de bloemen van andere planten minder treffend is, onze bewondering minder gaande maakt, dan wanneer wij zulk een blad met de bladen ook van aanverwante gewassen vergelijken. Werkelijk wedijvert bij de bladen der Victoria het prachtige koloriet met het statige voorkomen, en dit weder met de kolossale afmetingen, zoo als die te voren niet waren gekend. Trouwens, de ondervinding leerde ons meermalen — en dit toch kan zeker wel gelden als bewijs voor de zoo even uitgesprokene stelling — dat de bloem der Victoria de toeschouwers soms wél, hare bladen hen nimmer teleurstelden; en het is dan ook daarom dat wij een ieder, die de Koninklijke Waterlelie nimmer levend aanschouwde, een bezoek aan deze plant ook dán dringend zouden wenschen aan te bevelen, als er geen vooruitzigt bestond met hare bloemen kennis te maken.

Wij mogen van de bladen der Victoria geen afscheid nemen, zonder nog van eene hunner eigenschappen te hebben gewaagd, die in der tijd vooral zeer veel opschudding veroorzaakte en waaromtrent de mededeelingen wel eens met ongeloof of wantrouwen werden ontvangen. Wij bedoelen namelijk hunne draagkracht. — De eerste berigten aangaande het gewigt, 't welk de Victoriabladen vermogen te torschen, kwamen uit Engeland tot ons, en daarin werd verhaald van een kind van 5 à 6 jaar, dat, op 't midden van een dier bladen geplaatst, niet in staat was dit te doen onderduiken. Sedert heeft men die proeven, overal waar de' Amerikaansche Waterlelie gekweekt werd, herhaald, en daarbij niet slechts dezelfde, maar zelfs