Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/452

Deze pagina is proefgelezen
46
ALBUM DER NATUUR.

den laryngeus externus (ramus externus nervi laryngei superioris). — Bij de eenhoevigen ontspringen de beweegzenuwen van dit deel des slokdarms ook wel van de laatst genoemde vagustakken, maar zekere centripetale zenuwdraden komen uit den laryngeus recurrens; snijdt men nu den slokdarm op het midden van den hals door, dan worden deze draden ook doorgesneden; en, daar op die doorsnijding, niettegenstaande den hoogeren oorsprong en het gespaarde centraalverband der beweegzenuwen, toch steeds verschijnselen van paralysis of ten minste van ataxia volgen, zoo is men genoodzaakt aan te nemen, dat deze centripetale zenuwdraden bij het voortbrengen der peristaltische bewegingen des slokdarms eene even wezenlijke rol vervullen, als de beweegzenuwen zelve (Compt. rend.. Tom. LIV, p. 664).

 

Opslorping van stralende warmte door waterdamp. — In het April-nommer van het Philosophical magazine bespreekt tyndall uitvoerig de negative uitkomsten, door prof. magnus aangaande dit onderwerp verkregen en de aanmerkingen, naar aanleiding daarvan door dezen onderzoeker op zijne (T's) wijze van proefnemen gemaakt. Magnus had gebruik gemaakt van eenen toestel, die kortelijk aldus kan worden beschreven: het boveneind van eene hooge glasklok is luchtdigt gesloten door eene metalen plaat, die zelve tot bodem dient van een vat, waarin door daarin geleiden stoom water aan 't koken kan worden gehouden. De thermo-elektrische bundel van het melloni-apparaat is op geschikte wijze onder in deze klok geplaatst en de geleiders daarvan gaan luchtdigt door de plaat, welke haar van onderen afsluit. Door eene met eene luchtpomp verbonden kraan kan de lucht in de klok zeer verdund en door eene andere kan de klok daarna met eenig gas of damp gevuld worden. In alle gevallen kan de bundel door een scherm voor de uitstraling van de daarboven geplaatste tot op 100° verhitte oppervlakte beschut, of dit weggenomen worden. Deed men dit nu eerst als de klok met drooge en daarna als zij met vochtige lucht gevuld was, dan kon men uit het verschil der afwijkingen, in den met den bundel verbonden rheoskoop, in de beide gevallen de opslorping van de warmtestralen door den waterdamp afleiden. Magnus kon daarbij geen verschil hoegenaamd waarnemen.

Tyndall daarentegen bezigde den toestel, in den vorigen jaargang bl. 45 van dit bijblad beschreven, en die van de inrigting van magnus vooral daarin verschilt, dat de gassen daarbij noch met den bundel noch ook met de verhitte oppervlakte in aanraking konden komen, maar steeds gebragt werden in eene van beiden afgescheidene, door platen van klipzout gesloten buis.

Nu zegt M. dat, wat T. gehouden heeft voor de opslorping door den water-