Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/62

Deze pagina is niet proefgelezen
42
HET ZILVER.


Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Fig. 4.

langzaam verhit op twee gegoten ijzeren platen (zie de figuren 3 en 4), welke onder eene kleine tegengestelde helling op geringen afstand van elkander geplaatst zijn. De opening tusschen deze platen heeft gemeenschap met eene ruimte A daaronder, welke in het metselwerk M, waarop de platen liggen, is uitgespaard, De schijven S worden op hun kant naast elkander op de platen gezet en door houten wiggen van elkander gehouden, en daarna met platen van geslagen ijzer P (fig. 3, vor. bl.) bedekt. Tusschen de schijven wordt dan houtskool gestrooid, waarna de houten wiggen worden weggenomen. Vervolgens wordt er in de opening A hout gelegd en in brand gestoken, terwijl de trek wordt bevorderd door de kleine schoorsteentjes tt', welke in het metselwerk zijn uitgespaard. Naar mate de warmtegraad stijgt, smelt het lood en vloeit het over den bodem van den vuurhaard in een daar vóór geplaatsten kroes k, waaruit men het,

Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Fig.5 en 6. naar mate de kroes gevuld wordt, met eene ijzeren lepel uitschept en in een vorm v giet, waarin het de gedaante van lensvormige brooden verkrijgt.

Het koper, met nog een gedeelte lood gemengd, blijft op de platen terug als sponsachtige half gesmolten stukken, terwijl het afgescheiden lood bijna al het zilver bevat. De op de platen terug gebleven stukken koper kunnen nog een gedeelte zilverhoudend lood uitleveren, wan-