Pagina:Architectura vol 005 no 030.djvu/4

Deze pagina is proefgelezen
142
24 Juli 1897.
ARCHITECTURA.


gesteld. Ook is er veel gezocht naar verhouding en naar lijnen die het karakter van het werkstuk naar voren brengen tenslotte ziet men overal eene zorgvuldige behandeling voor elk onderdeel, geen achteloos behandelde deelen die aan het geheel schaden, en die zoo dikwijls bewijzen, hoe weinig de ontwerper van het gewicht van zijn taak doordrongen is, hoe weinig gevoel van verantwoordelijkheid hij bezit, hoe weinig reden er is hem hoog te achten waar hij zoo blijk geeft geene achting voor zich zelven te bezitten.
Indien er in een land te vinden ware, eene schaar artisten die niet werkten voor hun persoonlijk voordeel of hun eerzucht, en wier volhardend pogen ten vrucht had het ontstaan van werkstukken, bescheiden doch onberispelijk in opvatting en uitvoering, dan zouden we nu reeds bereikt hebben dat de beunhazen op de beurs bleven en dat het algemeene ideaal — ten algemeenen bate — in zijne uitingen vaster omlijnd was — dan zulks tot nu het geval zijn kon.

academie architecture. 1897. i.

Wat we den Engelschen het allerminst kunnen ontzeggen is wel het duidelijke klare verstandelijke overzicht, het koele hoofd en de juistheid der opmerking. Zoo geeft ook dit boek te aanschouwen, de schoongeschrapte beenderen van het „skelet” der hedendaagsche gangbare architectuur, met al de vergroeingen, de beenbreuken en misvormingen die het gevolg zijn van conventie, bekrompenheid en navolging.
Eene goede uitzondering maken de werken van norman shaw en francis dayle, c. davidson en j. j. von ijsendijk.


WERELDTENTOONSTELLING
TE PARIJS IN 1900.
afdeelingen van neder-
land en de kolonien
.

Hiervan werd ons toegezonden een soort boek bevattende: de samenstelling der commissiën, eerste circulaire aan de inzenders, vertaling van het Tentoonstelling-Reglement, vertaling van de klassificatie der inzendingen, uitgegeven door de centrale commissie. Voor de leden ligt het ter inzage op de leestafel.
Gelijktijdig ontvingen wij onderstaande oproeping „voor de Nederlandsche kunstenaars” van de commissie voor de nederlandsche afdeeling voor schoone kunsten ter wereldtentoonstelling te parijs in 1900.

M. M.
De bij het Ministerieel Besluit van 5 april 1897 benoemde Commissie voor de Nederlandsche Afdeeling van Schoone Kunsten ter Wereldtentoonstelling te parijs in 1900 is op zaterdag 29 mei l.l. door den Voorzitter dier Commissie, den Heer h. w. mesdag geïnstalleerd.
Zij besloot in haar eerste vergadering, reeds nu een circulaire te richten aan de Nederlandsche kunstenaars, waarin zij kennis geeft van hare samenstelling en van de klassificatie door de Fansche Regeering vastgesteld voor de Afdeeling Schoone Kunsten.
De Fransche regeering stelt zich ten doel aan deze Wereldtentoonstelling een bijzonderen luister bij te zetten, en een beeld te geven, zoo volledig mogelijk, van de hoogte waarop kunst en wetenschap, handel en nijverheid, landbouw enz. het gebracht hebben bij het sluiten der negentiende eeuw.
Het is met het oog hierop, dat ons wetgevend lichaam in overeenstemming met onze Regeering gemeend heeft, dat nederland op deze tentoonstelling officieel behoorde te worden vertegenwoordigd, en bij uitzondering tevens een ruim crediet uit ’s Rijks schatkist moest worden toegestaan, om een degelijke vertegenwoordiging van hetgeen ons land en onze koloniën op verschillend gebied kunnen presteeren, mogelijk te maken.
Waar dus de moreele en financieele steun onzer Regeering den tentoonstellers wordt geschonken, verkeeren deze in bijzonder gunstige omstandigheden, vergeleken bij vroeger.
Op dit laatste wenscht de Commissie voor de Nederlandsche afdeeling van Schoone Kunsten uitdrukkelijk de aandacht te vestigen onzer kunstenaars, en hen op te wekken voor het jaar 1900 hun krachten in te spannen ten einde van de Nederlandsche Afdeeling van Schoone Kunsten te parijs te maken een in alle opzichten waardig beeld der vaderlandsche kunst.
Laat het voor allen een eerezaak zijn in dezen wedstrijd onzen alouden roem te handhaven. Nog meer dan twee jaren liggen voor ons. Wij hebben dus de gelegenheid ons voldoende voor te bereiden.
Het geldt hier niet een gewone Internationale tentoonstelling.
Het geldt hier een geven van het beste wat wij kunnen, met den moreelen en financieelen steun onzer Regeering, en waartoe dus allen naar hun beste krachten kunnen en behooren mede te werken.
Moge de uitkomst bewijzen, dat dit beroep op de Nederlandsche kunstenaars niet vergeefsch is geweest, en moge onze afdeeling van Schoone Kunsten in 1900 een degelijk beeld geven van hetgeen nederland in de laatste jaren in verschillende richting op kunstgebied heeft voortgebracht.

De Commissaris-Generaal
j. t. cremer.
De Commissie van de Nederlandsche afdeeling v. Schoone
Kunsten ter Wereldtentoonstelling te parijs in 1900
h. w. mesdag, Voorzitter,
Lid der Centrale Commissie.
dr. p. j. h. cuijpers.
bart van hove.
josef israëls.
p. de josselin de jong.
j. maris.
willy martens, Secretaris.
c. muijskens.
ph. zilcken.
h. w. jansen.
KLASSIFICATIE. tweede groep.
kunstwerken
[1]
7e klasse.
Schilderijen. — Cartons. — Teekeningen.

Schilderijen op doek, hout, metaal, porselein, aardewerk, op verschillende bepleisteringen, door alle rechtstreeksche middelen, in olie, was, lijm enz.
Aquarellen. Pastels. Cartons van fresco’s, van tapijtwerk, kerkramen.
Alle soorten van teekeningen.

8e klasse.
Gravure- en Steendruk.

Enkelkleurige (etsen) en veelkleurige gravures. Steendruk met krijt of penseel; chromolithographie.

9e klasse.
Beeldhouwwerk en gravures op medailles en edelgesteenten.

Beelden of bas-reliefs van figuren en beesten.
Modellen in gips, in klei of in was; oorspronkelijke en nagebootste werken in steen, marmer, brons, hout, ivoor, metaal enz.

10e klasse.
Architectuur. (Bouwkunde).

Teekeningen; photographieën en modellen van uitgevoerde werken (openbare en bijzondere gebouwen). Ontwerpen voor gebouwen. Restauraties van het oorspronkelijke naar de bouwvallen of naar documenten.

PRIJSVRAGEN-VERBETERING.

In het programma v. d. Schetsprijsvraag no. VII gelieve men de maten v. d. wand te veranderen in 2.40 M. × 3.40 M.

BERICHTEN.
arbitrage.

— Door B. en W. is praeadvies uitgebracht op een adres van het bestuur der Ver. van Nederl. Steenfabrikanten, dd. 14 november te voren, waarbij verzocht wordt voor alle geschillen, ontstaande uit leveranciën ten behoeve der gemeente, arbitrage toe te laten en ter verzekering daarvan in de bestekken der gemeente eene bepaling op te nemen als vervat in art. 21 der „Algemeene Voorwaarden,” vastgesteld voor het dep. van Marine op 26 october 1893.
Tot nog toe worden in de bestekken der Gemeente verbindend verklaard niet de evengemelde „A. V.,” doch (voor zoover toepasselijk) de „Algemeene Voorwaarden,” vastgesteld bij beschikking van den minister van Waterstaat enz. van 12 Dec. 1895. Krachtens deze „A. V.” is slechts in enkele gevallen veroorloofd in geschillen de scheidsrechterlijke beslissing in te roepen.
B. en W. willen dus bepalen, dat de „Algemeene Voorwaarden,” vastgesteld bij beschikking van den minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, dd. 12 december 1895, no. 138, (voor zoover toepasselijk) in de bestekken der gemeente blijven gehandhaafd, met uitzondering van alinea 2 van § 495 (art. 93) dier „A. V.,” welke alinea gelezen wordt als volgt:
„Evenwel heeft de aannemer, wanneer hij geen genoegen neemt met de door B. en W. dienaangaande genomen beslissing het recht, mits binnen veertien dagen, na die beslissing daarvan gebruik makende, te vorderen dat het advies van eene Commissie van deskundigen worde ingewonnen, te benoemen op de wijze, bij de volgende paragraaf omschreven.”
Wordt deze wijziging van § 495 door den Raad goedgekeurd, dan zal tevens tegemoet gekomen zijn aan het verlangen van den Nederlandschen Aannemersbond, die bij adres, dd. 20 october 1896, een verzoek van gelijke strekking aan den gemeenteraad inzond.
Tegen het opnemen in de bestekken van eene bepaling, als in voormeld adres bedoeld, bestaat bij B. en W. geen bezwaar, mits de bepaling niet beperkt blijft tot leveranciën, maar eveneens van toepassing wordt verklaard op alle werken, door derden ten behoeve der gemeente uit te voeren. Behalve, dat daardoor gelijkheid ten aanzien van alle aannemers en leveranciers zal betracht worden, zien B. en W. in de concessie het voordeel, dat ook de schijn wordt ontgaan van willekeurige of onrechtvaardige handelingen te willen dekken d>or den letterlijken inhoud der „A. V.”

dienstaanbiedingen en vacante betrekkingen.
Opz. Teeken., leeft. 23 jaren, verlangd salaris f 60 p. maand
23 80 à 90
Opz. of Uitv. 43 60 à 70
  1. Deze groep omvat alleen Schoone Kunsten. Eene bijzondere plaats is gereserveerd voor de decoratieve kunsten in de andere groepen; de lijst der te bekronen exposanten in de klassen van kunstnijverheid, wordt verdeeld in twee afdeelingen; de eene voor de vervaardigers van teekeningen, cartons geboetseerde modellen enz.; de andere voor de industrieelen.