Pagina:Bijdragen tot de geschiedenis der wetenschappen en letteren in Nederland.djvu/85

Deze pagina is proefgelezen
67
Cornelis Drebbel.

anderer Philoſophiſcher Unholden, opgeſtelt en uitgegeven door adelung.
Hoe ſtrookt hiermede de vereerende getuigenis van twee achtbare mannen, willem boreel en constantijn huijchens, die hem perſoonlijk hebben gekend, ja eene gemeenzamen omgang met hem hebben gehad? De eerſte, namelijk, in eenen brief, geſchreven den 9den Julij des jaars 1655, aan petrus borellus [1], meldt het volgende: „Toen ik in ’t jaar 1619 Afgezant in Engeland was, heeft cornelis drebbel, Alkmaarder, een men veeler Natuurgeheimen kundig, en toen Koning Jacob voor Wiskunſternaar dienende, daar ik gemeenzaamen ommegang mede had, mij vertoond dat zelfde ſtuk werks, ’t welk de Aartshertog hem drebbel zelf geſchonken had, enz.” De laatſte ſpreekt over drebbel in zijne Sermones de vita propria. Huijghens ontmoette Drebbel twee malen. Bij zijn eerſte reis naar Engeland leerde hij hem ſlechts even kennen; doch ſtelde hem toen reeds met de beroemdſte Wijsgeeren der Oudheid gelijk. Hij drukt dit dichterlijk uit in dezer voege:

Dreb-
  1. De la rue, Geletterd Zeeland, bl. 302.