Pagina:Bilderdijk, Navonkeling 2 (1854).djvu/45

Deze pagina is proefgelezen

— 47 —

  « Die heeft hy uit zich-zelf (men weet niet hoe,) geteeld. » —
    Wel, dan zijn ’t meer dan ijdle klanken,
  ’t Is lastring van uw God, zoo dra gy ze u verbeeldt.

Neen Grootheid beide en Deugd het masker afgetogen!
    En, nietig in onze eigen oogen.
  By Hem, by Hem-alleen het eenig heil gezocht,
Die hier op aard ’t gemoed de rust der deugd kan geven
    En na de dood het eeuwig leven,
     Ons aan ’t verzoenend kruis gekocht!
Ons-zelf verloochend als verdorven, als verloren,
  Onvatbaar uit ons-zelf voor ’t allerminste goed!
    En sluiten we ons en hart en ooren
  Voor andre deugd of roem dan in ’s Verlossers bloed!

1825.



 

De Taal.

Laat ons nedervaren, en laat ons hare sprake verwarren.
Gen. XI, 7.
ô Hoogste en dierste gift, van God ten deel verkregen!
Waardoor de zwakke mensch der dieren schepter voert,
Gy Hemelërfdeel, Spraak! gy, grond van allen zegen,
En band, die ons geslacht met de Englen samensnoert!
Hoe wordt ge thands miskend; verlaagd en neêrgeworpen,
Als opgestemd verdrag van ’t menschlijk wanverstand,
Dat nooit vermoeit of walgt van eigen drek te slorpen,
En nooit een gift erkent gevloeid uit hooger hand!
Gy, die, toen menschentrots, God-zelv’ in ’t schild gevlogen,
Zich onafhankelijk wilde als aan zich-zelf genoeg,
Voor waarheid uit Zijn bron, verpest werdt met de logen,
En ’t dondren van Zijn wraak hen over ’t aardrijk joeg,
Verdeeld, verstrooid als zy, in wangeluid ontaarde;
Verduisterd als hun brein, verdorven als hun hart,
Geene éénheid, licht en kracht, geen kennis meer bewaarde,
Maar tot omwolkte nacht en geestverwarring werdt!
Ach! telkens meer en meer door misbruik en verwenning,
En waanwijs onverstand naar willekeur verkracht;
In ketenen geprangd door blinde zelfmiskenning,
En altijd meer verwoest by ieder nieuw geslacht!
Gy, die de zelfde zijt met die ontschatbre Reden,
Geroemd, maar even zeer mishandeld en verzaakt,
En die, van ’t Eeuwig licht ons in den schoot gegleden,
Den stervling hier op aard tot beeld zijns Scheppers maakt.
Wat werdt ge? — Laf gezwets; onzinnig woordenkleppen,