Pagina:Bosboom-Toussaint - Negen Novellen, 1883.djvu/164

Deze pagina is proefgelezen

Pierre Mignard werd reeds zoo dikwijls door ons genoemd, dat het tijd wordt tot eene nadere kennismaking. En toch zullen velen hem reeds kennen, den belangwekkenden Franschen schilder, die uit geestdrift voor die beeldende kunst den vaderlijken wil durfde weerstaan, welke hem bestemde tot een geneesmeester der kranken onder zijne landgenooten, terwijl hij liever arbeidde voor de bewondering hunner oogen en ter opwekking en voldoening van hun kunstgevoel. Een wensch, waarin hij zoo goed geslaagd is, dat hij beiden tot op zijn laatsten levensdag heeft kunnen verkwikken, dat hij zich een roem heeft verworven, dien hij niet heeft overleefd, schoon hij vijf-en-tachtig jaren oud werd, dat zijn naam en zijne levensgeschiedenis tot op ons zijn overgebracht, schoon vele geslachten intusschen hebben geleefd, dat zijne manier eene zoo geliefde was, dat de navolging zich vastklemde aan zijne vleugelen, om hare machteloosheid door die vlucht te laten opheffen, dat machtige vreemdelingen trotsch waren op het bezit van zijne voortbrengselen, en dat de grooten onder zijne landgenooten zich rijk achtten in het bezit van een zijner stukken, en dit alles niet in een tijdperk van verval der kunst, maar in den weelderigen bloeitijd der Fransche schilderschool in de XVIIde eeuw, onder de regeering van Lodewijk XIV, een monarch, die groote eischen deed aan de kunst, en terwijl hij Le Brun en Van der Meulen tot mededingers had!

Dat een kunstenaar als deze te Parijs leefde en leven moest, spreekt vanzelf, al was Champagne zijne provincie, en Troyes zijne geboortestad. De maarschalk De Vitry had er hem heengebracht; hij had zijne ontwikkeling bespied, zijn talent begrepen, zijne geestdrift gewaardeerd; hij had hem aanbevolen aan Vouet, toenmaals de hofschilder, en van dien oogenblik af, was hem de geliefde werkkring geopend. Zijn echte kunstzin, zijne liefde tot de studie, vergenoegde zich weldra niet meer met de lessen der Fransche meesters, met de voorbeelden, die in de hoofdstad van Frankrijk onder zijn bereik waren, hij moest het betere zien, hij moest het