Pagina:Bosboom-Toussaint - Negen Novellen, 1883.djvu/251

Deze pagina is proefgelezen

paard en alleen, zonder zoo groote bezwaren; hoe de abt-kapelaan van woede en wanhoop als bezwijmde, toen het hem duidelijk werd, op welken dank hij aanspraak had, eene spijt die te grooter was, naarmate zijn belang hem dwong haar op te kroppen, en ongewroken te laten; zelfs moest hij de listige jonkvrouw smeeken, zijn aandeel in deze zaak te verbloemen; zijne galanterie, waardoor zulk eene prooi verloren ging, kon te Rome worden uitgelegd als een onvergeeflijk plichtverzuim.

Wij weten niet, of de tijding, dat Calvin ongedeerd den gewenschten Zwitserschen grond bereikt had, hem later troostte! maar wel, dat Nicoletta den prijs betaalde, aan haar bondgenoot en raadgever Michele uitgeloofd: zij werd zijne vrouw, en toen later Renata van Anjou, weduwe geworden, zich naar het zuiden van Frankrijk begaf en er openlijk belijdenis deed van het hervormde geloof, was dat bevallige paar haar gevolgd. Slechts Julia was niet bij hen. De schok der scheiding en een hopelooze hartstocht, dien ze verborgen had als eene doodzonde, ontwikkelden snel, en verbreidden met haast de zaden des doods, die in haar lagen. Maar de smarten, die haar zoo vroeg naar het graf heenvoerden, hadden haar ook voor den Hemel gerijpt.