Pagina:Bosboom-Toussaint De graaf van Devonshire (1884).pdf/158

Deze pagina is proefgelezen

»Mylord....ik....”

»Nu, knaap, bloos niet. Gij hebt mij gisteren trouw geholpen en ik was recht over u tevreden. De Koningin wil de meisjes zien. Zij moeten zich gereed houden om aan Hare Majesteit voorgesteld te worden. Zij kunnen, dunkt mij, iets van haar werk medebrengen: een gordel, handschoenen, of iets dergelijks. Ook zou het niet kwaad zijn, Darley, als er de eene of andere zinspreuk bijgevoegd werd om der Koningin iets vleiends te zeggen. Maria is daarvoor niet ongevoelig. Gij moest die voor haar opstellen, of misschien weet de geleerde Bealow wel iets toepasselijks. Breng die goede kinderen mijn groet, en zorg er voor, dat zij zich bij deze gelegenheid voegzaam kunnen kleeden.”

»Mylord, uwe weldadigheid…”

»Is niets meer dan Christelijke plicht; maar ik denk daar weder aan Benefield. Hebt gij ook gehoord waar hij zich heen begeven zal? Ik heb mij den ganschen dag geen twee minuten kunnen afzonderen, om er iets van te vernemen.”

»Hij is naar Lincolnshire vertrokken, waar zijn vader, Sir Paulet Benefield, een landverblijf heeft.”

Darley wist beter, daar hij zelf de overbrenger was geweest van een briefje des kanseliers, waarin deze den ridder beval Londen niet te verlaten, maar eene schuilplaats te nemen in zeker huis aan de andere zijde van Templebar, waar hij nader van hem hooren zoude.”

»Ik kan dien vader beklagen. Het moet eene droevige gedachte zijn, zijn naam aan zulk een zoon na te laten. Het gedrag van den Kanselier bij deze gelegenheid heeft mij bevreemd. In plaats van zijn beschermeling te verdedigen, heeft hij hem aan de ongenade der Koningin prijsgegeven, niet anders dan of het een verstokten ketter gegolden had.”

»De Bisschop-Kanselier leidt een reinen levenswandel. Hij zal verontwaardigd zijn over des ridders uitspattingen.”

»Zoo verklaar ik het mij ook; doch daar valt mij in dat ik u plaatsen kan! De tegenwoordige houtvester van Woodstock wordt Gouverneur van het kasteel. Gij zoudt zijne betrekking kunnen overnemen. Jagermeester van Woodstock… Wat dunkt u?”