Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/174

Deze pagina is gevalideerd
158
OVER DE WETTEN DER VERANDERLIJKHEID.

Dat streven kan min of meer door de natuurkeus overmeesterd worden; zoo bestond er eens eene familie van herten met slechts een half gewei altijd aan de eene zijde; en als dit voor die dieren zeer nuttig geweest was, dan twijfel ik niet of het zou waarschijnlijk door de natuurkeus blijvend gemaakt zijn.

Gelijke, homologe deelen, zooals door vele schrijvers opgemerkt is, trachten zich met elkander te verbinden. Dit ziet men niet zelden in gedrochtelijke planten, en niets is meer gewoon dan de vereeniging van overeenkomstige deelen in welgevormde ligchamen, bij voorbeeld de vereeniging van de bloembladeren eener bloemkroon tot eene buis. Harde deelen schijnen de gedaante van naburige zachte deelen te wijzigen: door sommige schrijvers wordt beweerd dat de verschillende vormen van het bekken der vogels het opmerkelijke verschil in de gedaante hunner nieren veroorzaken. Anderen gelooven dat de vorm van het bekken der vrouw door drukking invloed heeft op de gedaante van het hoofd des kinds. Volgens schlegel bepaalt de gedaante van het ligchaam en de wijze van het voedsel door te slikken, de stelling van verscheidene belangrijke ingewanden der slangen.

De eigenlijke aard van dat verband is zeer dikwijls hoogst duister.   Is. geoffroy st. hilaire heeft opgemerkt dat er sommige gedrochtelijkheden zeer veel, en dat anderen zeer zelden voorkomen, zonder dat wij in staat zijn daarvan de reden op te sporen. Wat kan zonderlinger zijn dan de betrekking tusschen blaauwe oogen en doofheid bij de katten, en dat driekleurige katten altijd van de vrouwelijke sexe zijn; de bevederde voeten en het vlies tusschen de buitenste teenen bij duiven; de aanwezigheid van meer of minder dons op de jonge duiven als zij uit het ei komen, en de toekomstige kleur van de vederen; het haar en de tanden bij de naakte barbarijsche honden? Ten opzigte van dit laatste voorbeeld van een verband tusschen de deelen onderling, dunkt mij dat het niet toevallig genoemd kan worden, dat, als wij twee orden